Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.1

Inzameling en transport van afvalwater

Onderdeel van Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027

Als gemeente hebben we een zorgplicht voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater ter bescherming van de volksgezondheid, natuur en milieu. Stedelijk afvalwater is huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Gemeentelijke zorgplicht stedelijk afvalwater (taak onder de Omgevingswet, resultaatsverplichting) Stedelijk afvalwater wordt ingezameld en getransporteerd naar een zuiveringtechnisch werk als dat vrijkomt: op de percelen, gelegen binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van ten minste tweeduizend inwonerequivalenten stedelijk afvalwater wordt geloosd, door middel van een openbaar vuilwaterriool; op andere percelen, voor zover dit doelmatig kan worden uitgevoerd door middel van een openbaarvuilwaterriool In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt. Om goed invulling te geven aan de afvalwatertaak richten we ons op het volgende: Het ontstaan en de verontreiniging van afvalwater beperken we zoveel mogelijk. Afvalwaterlozingen sluiten we zoveel mogelijk aan op het gemeentelijk riool. Ons riool is geschikt voor de hoeveelheid afvalwater en de samenstelling daarvan. a) Het ontstaan en de verontreiniging van afvalwater beperken we zoveel mogelijk De hoeveelheid stedelijk afvalwater wordt groter door bijvoorbeeld de lozing van hemelwater in het riool. Lozing van schoon of licht verontreinigd afvalwater, zogenaamd ‘dun’ water, op een gemengd of vuilwaterriool heeft een aantal nadelige effecten: Bij flinke regenbuien kan het rioolsysteem niet alle afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuiverings- installatie (RWZI) transporteren. Om overlast te voorkomen, stort een gemengd rioolsysteem dan het overtollige water over op het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot (tijdelijke) waterkwaliteitsproblemen, vooral na een warme periode, wat vaker voorkomt ten gevolge van de klimaatverandering. Verlaging van het zuiveringsrendement van de RWZI. Lagere vuilconcentraties leiden tot een lager zuiveringsrendement. Zowel bij transport als zuivering zijn de maatschappelijke kosten hoger. Bijvoorbeeld als men kijkt naar de benodigde capaciteit en het energieverbruik van het transport- en zuiveringssysteem. We willen daarom via ons vuilwaterriool zo min mogelijk water inzamelen en transporteren dat er eigenlijk niet in thuis hoort, zoals hemelwater en grondwater. Dit doen we door bijvoorbeeld lekke riolen waterdicht te vervangen of waterdicht te maken en riooloverstorten op hoogte te houden zodat geen inloop van oppervlaktewater plaatsvindt. Daarnaast zorgen we door voorlichting en handhaving ervoor dat in het afvalwater dat wel in het riool thuis hoort, zo min mogelijk stoffen zitten die daar niet in thuis horen. We volgen hiermee de voorkeursvolgorde voor omgang met afvalwater uit de Wet Milieubeheer, die ook ten grondslag ligt aan het Besluit Activiteiten Leefomgeving onder de Omgevingswet. Op dit moment is ongeveer 54% van de totale lengte van ons vrijvervalstelsel van het type gemengd stelsel (zie afbeelding 3-1), waarin zowel afvalwater als hemelwater ingezameld wordt. De overige 46% van het vrijvervalstelsel is in principe bedoeld voor de gescheiden inzameling van afval- en hemelwater. Daarnaast beheren we nog circa 25 kilometer drainage voor grondwater en 205 km mechanische riolering (drukriolering en persleidingen). In bijlage 6 is per kern een kaart met de typen riolering opgenomen. Afbeelding 3-1. Verdeling over de verschillende typen riolering met lengte [m] b)Percelen waar afvalwater vrijkomt, sluiten we zoveel mogelijk aan op het gemeentelijk riool Binnen de bebouwde kom dienen alle percelen waar stedelijk afvalwater vrijkomt op het openbaar vuilwaterriool aangesloten te zijn. Het riool voert het afvalwater af naar de RWZI of een overnamepunt van het waterschap, waar een gemaal het afvalwater afvoert naar de RWZI. Ook buiten de bebouwde kom proberen we zoveel mogelijk percelen waar afvalwater vrijkomt aan te sluiten op het riool. Bij de doelmatigheidsafweging betrekken we het betreffende waterschap. Als richtlijn voor de doelmatigheidsafweging hanteren we een omslagpunt van € 20.000 exclusief BTW voor het wel of niet aansluiten van een ongerioleerd perceel. Een aansluiting kan bij hogere kosten ook nog doelmatig zijn, afhankelijk van het milieubeschermingsbelang, bijvoorbeeld indien het een grotere lozing en/of een lozing op kwetsbaar oppervlaktewater betreft. De perceeleigenaar hoeft geen eigen bijdrage te betalen voor de aanleg van extra gemeentelijke riolering ten behoeve van de aansluiting van een bestaande ongerioleerde lozing op ons riool. Wel dient de perceeleigenaar zelf de kosten te betalen voor aanleg van de particuliere riolering tot het aansluitpunt op de openbare riolering. Het aansluitpunt komt op de perceelgrens of net daar binnen. Indien aanleg van gemeentelijke riolering in het buitengebied niet doelmatig is, dient de lozer zelf een adequate voorziening aan te leggen en te beheren, bijvoorbeeld een zogenaamde IBA (Individuele Behandeling Afvalwater). Als gemeente faciliteren wij niet in de aanleg en/of het beheer van dergelijke systemen. Het waterschap is bevoegd gezag voor het lozen op oppervlaktewater via een voorziening. Voor afvalwater van bedrijfsmatige activiteiten, dat qua samenstelling niet overeenkomt met huishoudelijk afvalwater, en voor “schoon” afvalwater hebben gemeenten geen zorgplicht. Voorbeelden hiervan zijn lozingen van grondwater en bronneringen, koelwater en afvalwater vanuit bodemsaneringen. Tenzij de lozer dit water niet redelijkerwijs zelf kan zuiveren en terug kan brengen in het milieu staan we lozing op het gemeentelijk vuilwater- riool toe, maar dan onder voorwaarden en mits het ontvangend systeem het afvalwater kan verwerken. Voorwaarden worden opgenomen in het Omgevingsplan en/of maatwerkvoorschriften. Voor nieuwe lozingen van stedelijk afvalwater zijn de kosten voor aanleg en aansluiting, ongeacht de oplossing, altijd volledig voor de initiatiefnemer. Dit geldt ook voor eventueel benodigde aanpassingen aan het bestaande gemeentelijk riool. Indien een aansluiting onder vrijverval mogelijk is, mag de initiatiefnemer zelf de aansluiting op het gemeentelijk riool verzorgen, met toezicht door onze buitendienst. Indien een aansluiting gerealiseerd moet worden door middel van drukriolering, realiseren we als gemeente de aansluiting na betaling van de kosten door de initiatiefnemer. Bij een verstopte huisaansluiting dient de perceeleigenaar op de perceelgrens te controleren of er sprake is van een verstopping op gemeentegrond of op particuliere grond. Indien aanwezig kan hiervoor gebruik gemaakt worden van de erfscheidingsput. Als de verstopping zich op gemeentegrond bevindt, dan betaalt de gemeente de kosten van het oplossen van de verstopping. Als de verstopping zich op particuliere grond bevindt, dient de perceeleigenaar deze zelf op te (laten) lossen. Dit geldt ook voor een defecte aansluiting op particuliere grond. Bij een drukrioleringspomp- put beheert de gemeente de pompput en is het beheer van de huisaansluiting tot de pompput de verantwoordelijk- heid van de perceeleigenaar. c)Ons vuilwaterriool is geschikt voor de hoeveelheid en samenstelling van het afvalwater Het is belangrijk dat ons vuilwaterriool het ingezamelde afvalwater goed kan verwerken om problemen in de afvoer of overstortingen naar oppervlaktewater te voorkomen. We zorgen er voor dat de capaciteit en kwalitatieve toestand van de verschillende onderdelen van ons rioolstelsel op orde zijn. In sommige kernen is deels oude riolering aanwezig. In afbeelding 3-2 is een voorbeeld opgenomen van de kern Schoonhoven. In bijlage 7 is per kern een kaart opgenomen met de leeftijd van de riolering. Om voldoende responstijd te hebben in geval van een pompstoring, streven we naar 24 uur bergingscapaciteit tijdens droog weer in het gemengde en vuilwaterriool. Vuilwaterstelsels (uitgezonderd drukriolering en kleinschalige stelsels) krijgen een gemaal met twee pompen die elkaars reserve zijn en ieder voldoende capaciteit hebben voor de te verwachten maximale afvalwaterbelasting. Afbeelding 3-2. Leeftijd riolering Schoonhoven

Rechtspraak bij dit artikel