Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.3

Beperken nadelige gevolgen van de grondwaterstand

Onderdeel van Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027

Als gemeente hebben we een zorgplicht voor grondwater. Een te hoge grondwaterstand kan onder andere gevolgen hebben voor de volksgezondheid (te vochtige verblijfsruimten), maar ook leiden tot te natte tuinen, groen- voorzieningen en wegfunderingen. Een te lage grondwaterstand kan leiden tot: inklinking van de bodem met als risico schade aan openbare infrastructuur en niet-onderheide gebouwen; verzakking van percelen/tuinen; droogstand van houten paalfunderingen met risico op funderingsschade; uitdroging en afsterven van (openbaar) groen; verdroging van veen met als gevolg extra uitstoot van broeikasgassen CO2, N2O (lachgas) en CH4 (methaan) Gemeentelijke zorgplicht grondwater (taak onder de Omgevingswet, inspanningsverplichting) Het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort. Indien het waterschap, de provincie of het Rijk geen verantwoordelijkheid hebben om maatregelen te nemen tegen grondwateroverlast of -onderlast op een bepaalde locatie, dan zijn wij aan zet om te bepalen of er sprake is van structureel nadelige gevolgen die met doelmatige maatregelen in openbaar gebied voorkomen kunnen worden. We hanteren de volgende definities: nadelige gevolgen: aantasting van de gebruiksfunctie van het openbare gebied of particuliere percelen; structureel: de grondwaterstand zoals gemeten in het gemeentelijke grondwatermeetnet is: structureel te hoog als deze tenminste drie opeenvolgende jaren, langer dan vier opeenvolgende weken per jaar, hoger is dan: 0,70 m onder de openbare weg en woningen met kruipruimte en 0,50 m onder tuinen en plantsoenen, in gebieden met een drooglegging van meer dan 1,0 m; 0,25 m boven het streefpeil van het oppervlaktewater, in het openbare gebied in gebieden met een geringe drooglegging; structureel te laag als deze tenminste drie opeenvolgende jaren, langer dan vier weken (cumulatief ) per jaar, lager is dan het bovenste funderingshout in de directe omgeving. Het criterium kan aangepast worden als informatie over de actuele staat van de funderingen bekend is. Als de funderingsniveaus niet bekend zijn, wordt een ontwateringsdiepte van 1,5 meter als signaleringswaarde gebruikt; doelmatig: dit bezien we per locatie afhankelijk van de omvang van de problemen, de kosten en de effecten van de maatregel, waarbij zoveel mogelijk werk met werk gemaakt wordt om kosteneffectiever te kunnen werken. Afbeelding 3-4. Voorbeeld verloop grondwaterstanden Bij een melding over grondwateroverlast of -onderlast vullen we onze regierol in. We gaan na of er sprake is van structureel nadelige gevolgen en of er maatregelen nodig zijn in het openbare gebied, of dat het waterschap of provincie aan zet is. We delen onze gegevens en kennis met de melder. Bij geconstateerde overlast geven we aan waar de particulier het overtollig grondwater op kan lozen, bijvoorbeeld een gemeentelijk DT/IT-riool, indien de particulier het zelf niet redelijkerwijs kan verwerken. Indien maatregelen op particulier terrein nodig zijn informeren we de perceeleigenaar over mogelijke oplossingsrichtingen of geven we aan waar hij/zij kennis of advies op kan zoeken of vragen, bijvoorbeeld bij de Stichting Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF). Op ons waterloket www.krimpenerwaard.nl/waterloket staat informatie voor inwoners over grondwater. Ontwerp en aanleg van maatregelen op particulier terrein zijn de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar zelf. Als we als gemeente aan zet zijn om maatregelen te nemen, dan hanteren we de volgende voorkeursvolgorde: vergroten drooglegging en ontwatering door ophoging van openbaar gebied, hierbij streven we een minimale drooglegging van 0,60 m na; aanleggen van extra oppervlaktewater (vaak alleen mogelijk bij herinrichting of nieuwbouw). aanleg van drainage of DT/IT-riool in openbaar gebied met afvoer naar oppervlaktewater, eventueel via een hemelwaterriool zonder afvoer naar de RWZI; pas indien niet anders mogelijk een aansluiting op een bemalen hemelwaterstelsel of in het uiterste geval een gemengd of vuilwaterstelsel. Onze zorgplicht beperkt zich tot het treffen van maatregelen in openbaar gebied. Belangrijk is dat het een inspanningsverplichting is, geen resultaatsverplichting. We nemen alleen maatregelen als er een structureel te hoge of te lage grondwaterstand in het openbare gebied is én er sprake is van nadelige gevolgen. Zonder nadelige gevolgen nemen we in principe geen maatregelen. Eventuele maatregelen nemen we zoveel mogelijk in combinatie met andere ingrepen in de openbare ruimte zodat we doelmatig te werk gaan. De verantwoordelijkheid voor het grondwater op particuliere perceel en het waterdicht en vochtvrij houden van het pand ligt primair bij de perceeleigenaar. Vochtoverlast binnenshuis kan bijvoorbeeld ontstaan door bouwkundige gebreken, de inrichting van percelen, slechte ventilatie, alsmede kapotte regenpijpen, waterleidingen of rioolaansluitingen van gebouwen. Bij nieuwbouw dient de ontwikkelaar te zorgen dat het gebied voldoet aan de geldende droogleggingseisen en ontwateringsnormen, zodat grondwaterproblemen in de beheerfase worden voorkomen.

Rechtspraak bij dit artikel