1.. In aanvulling op artikel 10 van de Asv komen de kosten die direct aan het professionele culturele project zijn toe te reken in aanmerking voor subsidie, waaronder:

  • - huur en afschrijvingskosten van materialen en apparatuur;
  • - personeelskosten, waaronder begrepen kosten voor stagiairs;
  • - kosten voor de huur van werkruimtes.

2.. In aanvulling op artikel 10 van de Asv verstrekt het college in ieder geval geen subsidie voor:

  • - kosten ten behoeve van het opstellen van de aanvraag;
  • - kosten die worden gemaakt voordat de aanvraag is ontvangen;
  • - kosten die uit anderen hoofde worden gesubsidieerd;
  • - verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen of lasten;
  • - kosten van rente, bankdiensten, financieringen, gerechtelijke procedures, boetes en sancties;
  • - legeskosten indien de aanvrager een bestuursorgaan is;
  • - kosten van activiteiten die redelijkerwijs kunnen worden gedekt uit de opbrengsten die met de activiteiten verband houden;
  • - kosten om te voldoen aan wettelijke verplichtingen of aan gangbare minimumkwaliteitseisen;
  • - kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager;
  • - kosten gemaakt na beëindiging van activiteiten met uitzondering van accountantskosten;
  • - kosten van in natura geleverde diensten en goederen;
  • - kosten van gelieerde rechtspersonen die onderling in rekening worden gebracht;
  • - fooien, geschenken, gratificaties en bonussen;
  • - kosten voor representatie, personeelsactiviteiten, overboekingen, annuleringen en outplacementtrajecten;
  • - kosten betaald aan vrijwilligers, met uitzondering van vergoedingen voor werkelijk gemaakte onkosten van deze vrijwilligers.