1.. Overtreding van de verboden bedoeld in artikel 8 van de wet kan worden beboet met een bestuurlijke boete.

2.. De in het vorige lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste:

  • - voor overtredingen van het verbod bedoeld in artikel 8, eerste lid, ten hoogste € 450;
  • - voor overtredingen van het verbod bedoeld in artikel 8, tweede lid, ten hoogste € 22.500.

3.. In afwijking van het vorige lid, onder b, bedraagt de bestuurlijke boete voor een overtreding van het verbod bedoeld in artikel 8, tweede lid, ten hoogste € 90.000 indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan een constatering door een toezichthouder van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod.

4.. Burgemeester en wethouders leggen een boete op:

  • - voor de eerste overtreding van artikel 32 overeenkomstig kolom 1 van de in bijlage I genoemde tabel;
  • - voor de tweede en volgende overtreding van artikel 32 binnen vier jaar na de eerste overtreding overeenkomstig kolom 2 van de in bijlage I genoemde tabel.