Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4

Artikel 2.4.2

Normstelling bodemlood locaties met gevoelig bodemgebruik

Onderdeel van Nota bodembeheer

Risico’s van bodemlood De schadelijkheid van lood in de bodem voor de gezondheid is al geruime tijd bekend. Echter, ook bij blootstelling aan lage concentraties, kan bodemlood al een beperkend effect hebben op de ontwikkeling van de hersenen van een kind. Vooral bij kinderen in de leeftijd van 0 tot 6 jaar kan dit op lange termijn leiden tot een verlies van enkele IQ (intelligentiequotiënt) -punten. Dit inzicht geeft aanleiding om de blootstelling aan lood via de bodem te verminderen, met name blootstelling aan jonge kinderen. In het RIVM-rapport “Diffuse loodverontreiniging in de bodem” (2015)3 Otte, P. F., et al. "Diffuse loodverontreiniging in de bodem: Advies voor een gemeenschappelijk beleidskader." (2016). RIVM-rapport 2015-0204, beschikbaar viahttps://www.rivm.nl/publicaties/diffuse-loodverontreiniging-in-bodem-advies-voor-gemeenschappelijk-beleidskader  worden gemeenten opgeroepen het bodembeheer op een dusdanige wijze in te richten, dat de kans wordt verkleind op blootstelling aan lood in de bodem. Tabel 2.4: Risicowaarde voor lood in de bodem (mg/kg d.s.) op basis van ingeschat IQ-punten verlies Naar aanleiding van het RIVM-rapport heeft de landelijke GGD-projectgroep bodem een gezondheidskundig advies opgesteld4 Landelijke GGD-projectgroep bodem “Toelichting Lood in bodem en gezondheid”, 18 april 2016.. De bovenstaande tabel (tabel 2.4) is hieruit afkomstig en geeft het ingeschatte IQ-punten verlies in verhouding met de concentratie lood in de bodem aan. De deelnemende gemeenten willen hun jonge inwoners aanvullend beschermen tegen schadelijke gevolgen van bodemlood. Daarom volgen de deelnemende gemeenten het advies van het RIVM en de GGD op. Op locaties waar verwacht wordt dat kinderen in aanraking komen met de bodem, wordt een afwijkende normstelling, een lokale maximale waarde (LMW) voor lood in toe te passen grond gehanteerd op basis van de risicowaardes. Door strengere toepassingsnormen te hanteren, wordt de bodemloodconcentratie in de loop van de tijd lager. Hierdoor neemt op den duur het blootstellingsrisico af. De deelnemende gemeenten kiezen ervoor om, in het kader van het beschermen van de volksgezondheid, de toepassingseisen voor de stof lood aan te scherpen. De motivatie en de praktische uitwerking hiervan zijn in de volgende paragrafen uitwerkt. Het is de verwachting dat met name in gebieden met de functie ‘Wonen’, (jonge) kinderen in contact kunnen komen met de bodem. Blootstelling aan bodemlood vindt met name plaats door lood in de contactzone (tot 50 cm -mv., zie ook verderop). Om deze reden wordt de toepassingseis voor bodemlood in toe te passen grond in het bodemfunctiegebied ‘Wonen’, in de contactzone aangescherpt. Volgens het generieke beleid kan binnen een zone met bodemfunctie ‘Wonen’, grond met de maximale kwaliteitsklasse ‘Wonen’ worden toegepast. Hieraan wordt de uitzonderingsregel toegevoegd voor lood: een partij grond die binnen een zone met functieklasse ‘Wonen’ wordt toegepast in de contactzone, mag een maximaal gemeten gehalte aan lood bevatten van 90 mg/kg d.s. (ongecorrigeerd). De contactzone Als contactzone wordt het traject van 0,0 tot 0,5 meter onder maaiveld gehanteerd. Wanneer er geen contact met de bovengrond mogelijk is door een gesloten bovenafdichting, is er ook geen sprake van een contactzone. Onder gesloten bovenafdichtingen worden verstaan: Een aaneengesloten verharding (asfalt, beton) inclusief doorgroeitegels en speeltuintegels; Een half-verharding van ten minste 20 cm dikte; Kunstgras met een funderingsmateriaal (van grond of bouwstof). Andere vormen van bodembedekking die niet in bovenstaande opsomming zijn genoemd, denk hierbij aan grind, gras of boomschors, verminderen het risico op contact met de grond in de contactzone, maar worden niet beschouwd als een gesloten bovenafdichting. Toetsing aan de toepassingseis en de bodemtypecorrectie Wanneer grond wordt toegepast binnen gebieden met bodemfunctie ‘Wonen’, dient de kwaliteit van de toe te passen partij bekend te zijn. Hiertoe heeft de initiatiefnemer verschillende mogelijkheden, zie ook hoofdstuk 4.10. Het bewijs van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de toe te passen partij, wordt zoals gebruikelijk is bij de melding grondverzet gevoegd. In het geval de kwaliteit van de toe te passen partij voldoet aan de achtergrondwaarden, kan er zonder aanvullende toetsing worden toegepast. In het geval de kwaliteit níet voldoet aan de achtergrondwaarden, dient, vóórdat de partij mag worden toegepast, door het bevoegd gezag te worden getoetst dat de loodconcentratie 90 mg/kg d.s. niet wordt overschreden. Indien de maximale bodemloodconcentratie wordt overschreden, kan de partij niet in de contactzone binnen de bodemfunctie ‘Wonen’ worden toegepast (toepassen onder een gesloten afdeklaag blijft overigens wel mogelijk). N.B.: De toetsing aan de bodemloodconcentratie dient plaats te vinden aan de hand van de gemeten loodconcentratie en niet de gecorrigeerde waarde naar standaardbodem op basis van het humus- en lutumgehalten. Gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij grondverzet Een partij toepassen binnen de bodemfunctiezone ‘Wonen’ is tevens mogelijk op basis van de bodemkwaliteitskaart van de regio. Hier zijn wel de volgende voorwaarden aan verbonden: De toe te passen partij is afkomstig uit een zone met de ontgravingskwaliteit Achtergrondwaarde - Landbouw/natuur; De bodemkwaliteitskaart is erkend door de gemeente waar de toepassing plaatsvindt; Uit het historisch bodemonderzoek conform NEN 5725 blijken geen verdachtmakingen. Indien de partij niet aan alle bovengenoemde eisen voldoet, is aanvullend bewijs voor het gehalte lood noodzakelijk. Het bovenstaande geldt tevens in het geval partijen binnen de bodemfunctie ‘Wonen’ worden verplaatst. In alle gevallen waarin niet wordt aangetoond dat de partij de bodemkwaliteit achtergrondwaarden heeft, toetst het bevoegd gezag of de LMW voor lood (90 mg/kg d.s.) niet wordt overschreden. Toepassingseis voor toepassingen in bodemfunctieklasse ‘Wonen’ Voor toepassingen binnen de bodemfunctieklasse ‘Wonen’ binnen het beheergebied geldt de volgende toepassingseis: Een partij die binnen een zone met functieklasse ‘Wonen’ wordt toegepast in de contactzone, mag een maximaal gemeten gehalte aan lood bevatten van 90 mg/kg d.s. (ongecorrigeerd). Het bovenstaande beleid is nieuw voor alle deelnemende gemeenten.

Rechtspraak bij dit artikel