Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4

Artikel 2.4.3

Normstelling aangewezen wegen en wegbermen

Onderdeel van Nota bodembeheer

Aanleiding De deelnemende gemeenten willen duurzaam en efficiënt omgaan met de grondstromen van wegen en wegbermen van grote doorgaande wegen. Immers: de intensiteit van het gebruik van de weg bepaalt de verontreinigende uitstoot naar de directe omgeving. De deelnemende gemeenten hebben gekozen voor lokaal beleid waarbij grondverzet tussen rijkswegen, provinciale wegen en spoorwegen en de bijbehorende bermen wordt vergemakkelijkt. De deelnemende gemeenten hebben voor de wegen en wegbermen van doorgaande wegen en spoorwegen bepaald hoe van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor de milieuverklaring bodemkwaliteit gebruik gemaakt kan worden. Kortweg houdt het beleid in dat: Aangewezen wegen en wegbermen apart worden gezoneerd en krijgen de functie industrie toegewezen; De wegen en wegbermen van de aangewezen wegen krijgen voor de bovengrond (traject 0,0-0,5 m -mv.) de ontgravingskwaliteitskwaliteit industrie krijgen toegewezen. De aangewezen wegen en bijbehorende wegbermen zijn: doorgaande wegen en spoorwegen. Met doorgaande wegen wordt bedoeld: wegen met een snelheidslimiet van minimaal 80 km/u. Met de bovenstaande uitgangspunten is het mogelijk om grond die uit wegen en wegbermen, doorgaande wegen en spoorwegen vrijkomt, ook weer binnen dergelijke wegen en wegbermen toe te passen op basis van de bodemkwaliteitskaart. Hieraan worden de volgende voorwaarden gesteld: De vrijkomende grond (bovengrond (traject 0,0 - 0,5 m -mv.)) kan binnen het beheergebied van de deelnemende gemeenten uitsluitend in dezelfde toepassingszone (industrie) worden toegepast. In de praktijk betekent dit dat er voornamelijk ter plaatse van andere wegen en bermen van wegen met een snelheidslimiet van minimaal 80 km/u en spoorwegen kan worden toegepast; Uit het vooronderzoek conform de NEN 5725 blijkt geen aanleiding tot verdachtmaking van de partij, anders dan de afspoeling van de weg. Aan overige wegen en wegbermen die niet hierboven zijn genoemd, wordt geen afwijkend beleid toegewezen. Uitgangspunt hierbij is de verwachting dat de kwaliteit van de overige bermen overeenkomen met de kwaliteit van het omringende gebied. Vrijkomende partijen uit overige bermen zijn toepasbaar conform het generieke beleid, op basis van de bodemkwaliteitskaart en in combinatie met de regels zoals zijn opgenomen in deze Nota. Met de bovenstaande uitgangspunten is het mogelijk om grond uit aangewezen wegen en wegbermen, weer binnen dergelijke wegen en wegbermen toe te passen op basis van de bodemkwaliteitskaart. Hieraan worden wel een aantal voorwaarden gesteld zoals dat er uitsluitend bermgrond afkomstig uit het beheergebied mag worden hergebruikt en dat er altijd een vooronderzoek overeenkomstig de NEN 5725 vereist is. Naast weg- of bermgrond kunnen overige partijen die voldoen aan de kwaliteitsklasse industrie worden toegepast ter plaatse van wegen en wegbermen van wegen met een snelheidslimiet van minimaal 80 km/u en spoorwegen. Vrijkomende grond kan altijd conform het Besluit bodemkwaliteit worden hergebruikt binnen het project/op locatie. Het bovenstaande beleid is nieuw voor alle deelnemende gemeenten.

Rechtspraak bij dit artikel