Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.10

Artikel 4.10.2

Overige erkende bewijsmiddelen

Onderdeel van Nota bodembeheer

Wanneer er geen gebruik mag worden gemaakt van een bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel, dient de milieuhygiënische kwaliteit van een partij grond (of baggerspecie) en/of van de ontvangende bodem op een andere wijze te worden aangetoond: Partijkeuring; Erkende kwaliteitsverklaring; Fabrikant-eigen-verklaring; (water)bodemonderzoek (waaronder in-situ partijkeuring); Bodemkwaliteitskaart van andere gemeente (zie hiervoor paragraaf 2.2 van deze Nota). In de navolgende paragrafen volgt per bewijsmiddel een korte toelichting. A. Partijkeuring Een partijkeuring betreft een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit en daarmee de toepassingsmogelijkheden van de partij grond of (gerijpte) baggerspecie. Eisen Aan een partijkeuring worden de volgende eisen gesteld (artikel 4.3.3 van de Regeling bodemkwaliteit 2021): Een partij kan worden gekeurd in depot of in-situ; De partij grond (of baggerspecie) dient door een erkende monsternemer te worden bemonsterd conform BRL SIKB 1000: VKB-protocol 1001 14 Beoordelingsrichtlijn, met bijbehorend protocol, voor de monsterneming van partijen grond en baggerspecie (Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer); De voorbewerking van de monsters alsmede het laboratoriumonderzoek moeten worden verricht conform het accreditatieprogramma AP04 door een hiervoor erkend laboratorium. Te onderzoeken parameters Is de herkomstlocatie van de grond of baggerspecie onverdacht, en is in het geval van baggerspecie deze afkomstig uit regionale watergangen, dan dienen de monsters van de partij te worden onderzocht op tenminste de parameters van het vigerend standaard analysepakket conform het SIKB. Het standaardpakket is na inwerkingtreding van de Omgevingswet terug te vinden in de bijlage van de Regeling bodemkwaliteit 2021 Ten tijde van het tot stand komen van deze Nota bodembeheer bestond het standaardpakket uit: 9 metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (som 10 PAK); Polychloorbifenylen (som 7 PCB); Minerale olie (GC). Wanneer de grond of baggerspecie afkomstig is van een verdachte locatie dan dient de partij, naast de parameters van het standaard analysepakket, tevens op de desbetreffende kritische parameters te worden onderzocht. B.Erkende kwaliteitsverklaring Een erkende kwaliteitsverklaring bestaat uit twee delen: Het eerste deel is het productcertificaat dat wordt afgegeven door een erkende certificerende instelling (zoals bijvoorbeeld KIWA, Intron of BMC). Op dit productcertificaat staan de (civieltechnische) eigenschappen van de grond of baggerspecie vermeld, alsmede de milieuhygiënische classificatie (klasse landbouw/natuur, klasse wonen of klasse industrie); Het tweede deel betreft de afgegeven erkenning. De eisen die aan een erkende kwaliteitsverklaring voor grond of baggerspecie worden gesteld, staan beschreven in artikel 4.3.6 van de Regeling bodemkwaliteit en na het inwerkingtreden van de Omgevingswet in paragraaf 5.4 van de Regeling bodemkwaliteit 2021. Een overzicht van afgegeven erkende kwaliteitsverklaringen is te vinden op de website van Bodem+. C.Fabrikant-eigen-verklaring Dit is een milieuhygiënische verklaring die door een producent zelf kan worden afgegeven. In tegenstelling tot een erkende kwaliteitsverklaring, vindt bij een fabrikant-eigen-verklaring geen periodieke externe controle door een certificerende instelling plaats en is er ook geen erkenning noodzakelijk. De verantwoordelijkheid voor de milieuhygiënische kwaliteit van het product ligt dus volledig bij de fabrikant. Echter, voordat een producent een fabrikant-eigen-verklaring mag afgeven, moet hij door middel van een streng toelatingsonderzoek aantonen dat zijn product aan de gestelde milieuhygiënische eisen voldoet. De eisen die aan een fabrikant-eigen-verklaring voor een partij grond of baggerspecie worden gesteld, staan beschreven in artikel 4.3.7 van de Regeling bodemkwaliteit en na de inwerkingtreding van de Omgevingswet in paragraaf 5.5 van de Regeling bodemkwaliteit 2021. Een overzicht van afgegeven fabrikant-eigen-verklaringen is te vinden op de website van Bodem+. D.(water)bodemonderzoek Landbodem of een partij grond Bodemonderzoeken die voldoen aan bepaalde onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 15 Landbodem: Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond zijn toegestaan als milieuhygiënische verklaring in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In de Regeling bodemkwaliteit wordt onderscheid gemaakt tussen onderzoeksstrategieën die kunnen worden gebruikt voor het aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit van: De ontvangende bodem (artikel 4.3.4 lid 1 van de Regeling en na inwerkingtreding van de Omgevingswet in paragraaf 7.1 van de Regeling bodemkwaliteit 2021) en Een partij toe te passen grond (artikel 4.3.4 lid 2 van de Regeling en na inwerkingtreding van de Omgevingswet in paragraaf 5.2 van de regeling bodemkwaliteit 2021). A: Voor het aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit van de ontvangende landbodem zijn de volgende onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 toegestaan: onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie; onderzoeksstrategie voor een grootschalig onverdachte locatie; onderzoeksstrategie bij een onbekende bodembelasting; onderzoeksstrategie voor de toetsing of er sprake is van een schone bodem; onderzoeksstrategie voor de toetsing of er sprake is van een schone bodem op grootschalige locaties; onderzoeksstrategie voor de partijkeuring van niet schone grond uit diffuus belast gebied met een heterogene verdeling van de verontreinigende stof. B: Voor het aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit van een partij toe te passen grond zijn alleen de volgende onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 toegestaan: onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van schone bodem; onderzoeksstrategie voor de toetsing of sprake is van schone bodem op grootschalige locaties; onderzoeksstrategie voor de partijkeuring van niet schone grond uit diffuus belast gebied met een heterogene verdeling van de verontreinigende stof. Deze onderzoeksstrategieën gaan uit van een monstername-inspanning die in eenzelfde orde van grootte ligt als bij de hiervoor beschreven partijkeuring en erkende kwaliteitsverklaring. Indien een bodemonderzoek is uitgevoerd met een andere strategie dan hierboven weergegeven, dan is het in sommige gevallen toch mogelijk om het onderzoek te gebruiken. Of het onderzoek door het bevoegd gezag geaccepteerd wordt als voldoende bewijsmiddel, is afhankelijk van de verrichte onderzoekintensiteit in samenhang met eventueel benodigd aanvullend historisch onderzoek. De gemeente of namens de gemeente de omgevingsdienst, beslist of een onderzoek met afwijkende onderzoeksstrategie wel of niet wordt geaccepteerd als bewijsmiddel. Waterbodem of een partij baggerspecie Als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit van een partij toe te passen (of te verspreiden) baggerspecie en voor de kwaliteit van de waterbodem zijn de onderzoeksstrategieën uit de NEN 5720 16 Waterbodem: Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie toegestaan. Is voorafgaand aan het toepassen sprake van niet-procesgestuurde rijping of tijdelijke opslag van de baggerspecie, dan mogen de in-situ onderzoeksgegevens nog voor de betreffende partij baggerspecie als bewijsmiddel worden gebruikt. Gelet echter op het feit dat het rijpingsproces in veel gevallen een verbetering van de milieuhygiënische kwaliteit van de baggerspecie zal opleveren, verdient het aanbeveling om een partij baggerspecie na het rijpen opnieuw te onderzoeken (omdat de NEN 5720 geen onderzoeksstrategie kent voor depots, dient in dat geval de partij baggerspecie aan de hand van de BRL SIKB 1000, protocol 1001 te worden gekeurd).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel