1.. De schuldhulpverlening wordt beëindigd indien:

  • - de cliënt niet langer voldoet aan de toelatingscriteria uit artikel 2;
  • - de cliënt één of meer van de verplichtingen opgenomen in artikel 3 heeft geschonden;
  • - de cliënt dit uitdrukkelijk en schriftelijk verzoekt;
  • - de cliënt komt te overlijden.

2.. Indien een situatie als in het eerste lid, onder a of b, zich voordoet en dit de cliënt niet of verminderd te verwijten is, kan het college in afwijking van het eerste lid gemotiveerd van beëindiging afzien.