1.. De toezichthouder onderzoekt één keer per twee jaar of de exploitatie van elke peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met de voorschriften in hoofdstuk 3 van deze verordening.

2.. Naast het onderzoek bedoeld in het eerste lid kan de toezichthouder incidenteel en onaangekondigd onderzoek verrichten naar de naleving door een houder van de voorschriften in hoofdstuk 3 van deze verordening.