Naar hoofdinhoud
De zelfbewoningsplicht luidt als volgt: De koper of diens rechtsopvolger(s) is verplicht de betaalbare koopwoning uitsluitend te zullen gebruiken om die zelf (eventueel met zijn partner en/of gezinsleden) te bewonen. Dit betekent dat de koper of diens rechtsopvolger(s) de betaalbare koopwoning niet mag verhuren, bezwaren met een beperkt zakelijk genotsrecht dan wel anderszins in gebruik mag geven aan derden met inachtneming van en behoudens het vermelde in de hierna volgende leden. De zelfbewoningsplicht geldt voor een periode van vijf jaren. Als start van deze tijdsduur geldt hierbij de datum waarop de betaalbare koopwoning volgens een opgemaakte proces verbaal van oplevering feitelijk is opgeleverd aan de koper van de woning. Ingeval koper of diens rechtsopvolger(s) overgaat tot verkoop en vervreemding van de betaalbare koopwoning is koper of diens rechtsopvolger(s) verplicht de verplichting tot zelfbewoning als bedoeld in lid 1 van dit artikel via een kettingbeding c.q. kwalitatieve verplichting door te leggen aan de opvolgend eigenaars of gerechtigden voor de resterende looptijd van de oorspronkelijke vijf jaren ongeacht de hoogte van de koopsom van de woning op dat moment. Ingeval dit artikel door koper of diens rechtsopvolger(s) niet wordt nageleefd, verbeurt koper en/of diens rechtsopvolger(s) een direct opeisbare boete aan de gemeente Houten van € 50.000,- (zegge vijftigduizend euro). Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten (hierna: college) kan – op verzoek van de koper of diens rechtsopvolger(s) – schriftelijk (tijdelijk) ontheffing verlenen van de verplichting tot zelfbewoning in de volgende gevallen: de woning in gebruik wordt gegeven aan een woningzoekende, die een bloed- of aanverwantschap in de eerste graad heeft met de koper; de woning onlosmakelijk deel uitmaakt van een winkel-, kantoor- of bedrijfsruimte en de woning ondergeschikt is aan de winkel-, kantoor- of bedrijfsruimte, een verkoop op grond van een machtiging van een rechter als bedoeld in artikel 3:174 Burgerlijk Wetboek (rechterlijke dwang tot verkoop bij scheiding van onverdeelde woning); van een executoriale verkoop door hypothecaire schuldeisers als bedoeld in artikel 3:268 Burgerlijk Wetboek (verzuim in betaling hypotheek op de woning); een ontbinding van het huwelijk door scheiding, een bij de gemeente geregistreerd partnerschap of een notarieel vastgelegde samenlevingsovereenkomst/-contract; van verandering van werkkring van de eigenaar/koper en/of diens partner met een afstand meer dan 75 kilometer of in het kader van een bepaalde beroepsgroep verplicht is te verhuizen; bij ernstige gezondheidsproblemen/overlijden van eigenaar/koper en/of een leden van het huishouden; van andere omstandigheden waardoor het naar oordeel van het college (volledige) instandhouding van de in dit artikel opgenomen zelfbewonersplicht in redelijkheid niet gevergd kan worden (hardheidsclausule). Aan de ontheffing kan de gemeente voorwaarden verbinden.

Rechtspraak bij dit artikel