Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.3

Het kernrandgebied noord - Het open weidelandschap

Onderdeel van Beleidsregel afwegingskader buitengebied Hattem

Gebiedstypering en ambitie Het kernrandgebied kenmerkt zich door de overgang tussen de hoger gelegen Veluwe en het grootschaliger polderlandschap. Het bestaat uit veelal kleinschalige verkaveling aan linten die de hoogtelijnen van de Veluwe volgen. De Hilsdijk en Schipsweg zijn van oudsher de overgangen tussen grootschaliger en kleinschaliger verkaveling. De linten bestaan uit lage, vrijstaande bebouwing dwars op het lint, met soms enkele uitbreidingen achter op het erf. De afwisseling tussen bebouwd en onbebouwd zorgt voor doorkijkjes, deze open ruimtes geven het gebied het kenmerkend karakter. De infrastructuur van de grote schaal is in het gebied sterk zichtbaar: snelwegen, spoorwegen en hoogspanningslijnen snijden dwars door het gebied heen. Toch heeft het een landelijk karakter met een divers ruimtegebruik, wat het gevoel van een buitengebied ten goede komt. Bij de ontwikkeling van het kernrandgebied is de ambitie om de binnengebieden open en vrij van verrommeling te houden, maar ook de levendigheid van kleinschalige bedrijvigheid te kunnen bieden. Bebouwing in een passende maat en schaal, met streekeigen architectuur is de leidraad. Kleine ommetjes maken het landschap toegankelijker en meer beleefbaar. Daarbij gelden de volgende vuistregels: Ontwikkelingen: kleine bedrijvigheid en woningbouw die past bij de omgeving; kleinschalige/biologische landbouw; praktijk aan huis; recreatievoorziening zoals klein kampeerterrein, B&B; initiatieven die de levendigheid overdag vergroten verwelkomen; wandelpaden/ommetjes toevoegen door de binnengebieden; halfverhard om kleine ommetjes met elkaar te verbinden; openheid behouden: geen schuttingen maar lage en dorpse erfafscheidingen, waar mogelijk met slechts een markering; hekwerk met draden; belangrijke doorzichten op de Veluwe beschermen; diversiteit in ruimtegebruik stimuleren; charme van de diversiteit van kleine kavels: zowel landbouw als weides als tuinen. Verkaveling: afstand houden tussen erven onderling; erven kunnen in de diepte groeien, maar niet in de breedte (samensmelten tegengaan); bebouwing op het erf blijft compact; bebouwing sluit aan bij de bestaande plaatsingsrichting en oriëntatie; hoofdgebouwen blijven vrijstaand van bijgebouwen. Bebouwing: bebouwing moet passend zijn bij bestaande maat, schaal en stijl; een laag + een kap; zorgvuldig gedetailleerd is moderne stijl ook toegestaan; bestaande bebouwing wordt zo veel mogelijk hergebruikt; bij nieuw- of herbouw wordt aandacht besteed aan de samenhang en hiërarchie van bebouwing op het erf; eigentijdse architectuur die aansluit bij de bestaande bebouwing is welkom; er wordt gestreefd naar een landelijk, natuurlijk uitziend materiaalgebruik zoals baksteen, hout, keramische pannen in combinatie met traditioneel kleurgebruik. Erfbeplanting: gebruik streekeigen erfbeplanting; versterk het contrast tussen het erf en het open landschap met erfbeplanting; maak één duidelijke hoofdentree of inrit; verrijk het erf met één of meerdere bomen; beperk de hoeveelheid verharding en kies voor natuurlijke materialen (grind, gebakken klinkers); zorg voor voldoende parkeer en manoeuvreerruimte op het erf; hou de voortuinen open en groen.

Rechtspraak bij dit artikel