Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.2

Het poldergebied, buurtschap Zuiderzeestraatweg

Onderdeel van Beleidsregel afwegingskader buitengebied Hattem

Gebiedstypering en ambitie Aan de Zuiderzeestraatweg ligt in een bebouwingsconcentratie een kerk en de jeugdsoos d’Olde Skoele. Binnen dit deelgebied is beperkte ruimte voor uitbreiding van de daar aanwezige functies. Het beleid is gericht op behoud van het karakter van het buurtschap. Hiervoor worden de volgende richtlijnen aangehouden. Gebouwen: Positie op de kavel, massa Rooilijn: sluit aan op de bestaande rooilijn; sluit aan bij oriëntatie van bestaande bebouwing; het hoofdgebouw ligt vóór de bijgebouwen; plaats bebouwing haaks op de weg, parallel aan de kavelrichting; hoofdgebouw: nokhoogte: maximaal 2 lagen met een kap goothoogte: laag, maximaal 4.2 meter kapvorm: zadeldak; schilddak (met evt wolfseinden). Nok haaks of parallel aan de rijweg. bijgebouw: nokhoogte: maximaal 2 lagen goothoogte: laag, maximaal 3.2 meter kapvorm: zadeldak; schilddak (met evt wolfseinden); lessenaarskap (evt. met asymmetrische nok); schild- of piramidekap. Vormgeving: door vormgeving en materiaalgebruik onderscheidt het hoofdgebouw zich. Het hoofdgebouw is hoger dan de bijgebouwen, heeft deze een rijkere detaillering en een afwijkend kleurgebruik. het hoofdgebouw heeft minimaal één straatgerichte gevel, ieder gebouw is uniek, geen herhaling van gebouwen; aanpassingen, wijzigingen en toevoegingen van en aan hoofdgebouwen en bijgebouwen zijn in overeenkomst met de bestaande stijl, architectuur en detaillering; hergebruik de bestaande, gebiedskarakteristieke bebouwing; nieuwe bebouwing sluit aan op de bestaande landelijke bebouwingstypologie; toevoegingen of aanpassingen sluiten aan op de typologie en stijl van het hoofdgebouw; bijgebouwen verschillen van het hoofdgebouw wat materiaal betreft. Materiaal gevels: traditioneel kleurgebruik; landelijk, natuurlijk uitziend materiaalgebruik zoals baksteen, hout. kap: keramische pannen of riet. Erven: Erfafscheiding: houd de voortuinen open en groen; erfafscheiding voorzijde: lage streekeigen haag; erfafscheidingen: streekeigen hagen. Beperk de hoeveelheid hekwerken en muurtjes. Geen gebouwde erfafscheidingen, deze horen van oudsher niet in het buitengebied. achterzijde: rasters zijn toegestaan aan de achterzijde van het erf, deze passen bij de informele landelijke sfeer. Inrichting erf houd de groene greppel tussen perceel en straat in stand; gebruik streekeigen erfbeplanting op de grens tussen het erf en het open landschap; maak één duidelijke hoofdentree/inrit, beperk de hoeveelheid verharding en kies voor natuurlijke materialen (grind, gebakken klinkers); zorg voor voldoende parkeer- en manoeuvreerruimte op het erf, achter de voorgevelrooilijn; minimaliseer verharding aan de voorzijde; geen parkeerplekken voor de voorgevel van het hoofdgebouw. Ontwikkeling weidevogelgebied Bij elke intensivering van de agrarische bedrijfsvoering moet minimaal het halve equivalent van het grondgebied natuurvriendelijk worden beheerd. Bij een uitbreiding van de veestapel met bijvoorbeeld 20% moet dus 10% van het bestaande grondeigendom natuurvriendelijk worden beheerd of voor dat doel worden bijgekocht/gepacht. Maisteelt en peilverlaging gelden ook als intensivering. Bij slootdemping geldt het areaal van het nieuwe samengevoegde perceel als intensivering. De peildatum voor intensivering is 5 juni 2023. De locatie van de vereiste extensivering en het op te stellen beheerplan zijn ter beoordeling aan een ecologisch deskundige. Voorwaarden voor ecologisch beheer zijn minimaal; verbod op werkzaamheden in het broedseizoen (1 maart t/m 15 juni) verbod op scheuren en herinzaai grasland verbod op gebruik kunstmest en bestrijdingsmiddelen verhoging voorjaarspeil met minimaal 10 cm maximale veedichtheid 1,5 koe per hectare Deze extensivering is blijvend en gekoppeld aan de percelen. Nieuwe niet-agrarische neveninkomsten (zorgboerderij, boerderijwinkel, bed & breakfast, mini-camping etc) gelden niet als intensivering.

Rechtspraak bij dit artikel