Bij de toepassing van de bevoegdheid om een last onder bestuursdwang op te leggen wordt onderscheid gemaakt tussen bewoonde woningen, onbewoonde woningen en lokalen. Dit komt omdat de tijdelijke sluiting van bewoonde woningen zwaarder ingrijpt op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) dan de sluiting van onbewoonde woningen en lokalen. De essentie ligt daarin dat bij ruimtes die feitelijk worden gebruikt om te wonen, het woonrecht en de bescherming van privé, familie- en gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) een rol speelt. Een tijdelijke sluiting van een bewoonde woning kan immers inbreuk maken op deze rechten en kan tevens ingrijpende gevolgen hebben voor de bewoners. Bij de beoordeling van de vraag of de burgemeester van zijn bevoegdheid gebruik kan maken en, zo ja, op welke wijze, komt hieraan daarom zwaar gewicht toe. Bij de sluiting van onbewoonde woningen en lokalen is het grondrecht van artikel 8 EVRM niet in het geding.
In tegenstelling tot de gevolgen van een tijdelijke sluiting van een lokaal, heeft een tijdelijke sluiting van een onbewoonde woning tot gevolg dat deze (feitelijk voor bewoning geschikte en bestemde ruimte) gedurende de sluitingstermijn niet voor bewoning beschikbaar kan worden gesteld. Vanwege de ingrijpende gevolgen van een woningsluiting in samenhang met de krapte op de woningmarkt wordt in deze beleidsregel daarom onderscheid gemaakt in sluitingstermijnen voor (on)bewoonde woningen en lokalen. De toepasselijke handhavingsmatrix staat vermeld in hoofdstuk 4 van deze beleidsregel.
Hoofdstuk 2:
Artikel 2.1
Onderscheid woningen en lokalen
Onderdeel van Beleid toepassing artikel 13b Opiumwet gemeente Noordwijk 2023