Bij de uitoefening van de bevoegdheid zoals neergelegd in artikel 13b van de Opiumwet, weegt de burgemeester alle belangen die aan de orde zijn mee. Daarbij hecht de burgemeester, gelet op de krapte op de woningmarkt, grote waarde aan het belang om (betaalbare) sociale huurwoningen zo min mogelijk aan de woningmarkt te onttrekken. Het sluiten van een woning betekent immers dat deze gedurende een bepaalde periode niet beschikbaar is voor bewoning. Daar staat echter tegenover dat de invloed van drugshandel op onder andere de leefomgeving niet moet worden onderschat. Om die reden is de signaalfunctie die van een sluiting uitgaat in de sociale huursector even belangrijk als bij andere (particuliere huur) woningen.
Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State2ABRvS 29 april 2020, ECI:NL:RVS:2020:1147 volgt echter dat de burgemeester bij de belangenafweging om over te gaan tot het al dan niet sluiten van een woning, niet alleen belangen die gediend zijn bij het zichtbaar optreden tegen drugshandel hoeft te betrekken. Dit belang mag ook worden afgewogen tegen andere belangen, zoals het belang bij de volkshuisvesting. Hierbij mag betekenis worden toegekend aan de wettelijke waarborgen die gelden voor woningcorporaties en het transparante toewijzingsbeleid. Anders dan particuliere verhuurders mogen zij niet elk willekeurig persoon huisvesten. Er bestaan over het algemeen lange wachttijden en meer mensen hebben een urgent woonprobleem, waardoor het belangrijk is dat woningen weer snel vrijkomen om de doorstroom in de sociale huursector te kunnen bevorderen en de specifieke doelgroepen te kunnen huisvesten. Particuliere verhuurders hebben niet een dergelijke plicht en zijn ook in die zin dus niet gelijk te stellen met een woningcorporatie. Aannemelijk is verder dat particuliere verhuurders doorgaans een voorkeur hebben voor andere doelgroepen en dat zij ook op een andere manier tot verdeling van woonruimte zullen overgaan, nu zij doorgaans een commercieel motief zullen hebben. Particuliere verhuurders kunnen daarom niet geacht worden in dezelfde mate het belang van de volkshuisvesting te dienen als woningcorporaties. In het geval van particuliere verhuur weegt het belang van het zichtbaar optreden tegen drugshandel daarom zwaarder dan bij verhuur door woningcorporaties.
Bij sociale huurwoningen van woningcorporaties wordt in beginsel de handhavingsmatrix gehanteerd zoals die wordt toegepast op woningen bij een eerste overtreding van de Opiumwet; namelijk een waarschuwing of soortgelijke maatregel, of een sluiting van drie maanden. Feitelijk betekent dit dat de bepalingen over recidive dus niet voor woningcorporaties gelden. Een langere sluitingsduur dan drie maanden kan noodzakelijk zijn indien er sprake is van omstandigheden die een zwaardere maatregel rechtvaardigen, zoals omschreven in artikel 3.3 van deze beleidsregel.
Hoofdstuk 2:
Artikel 2.2
Sociale huurwoningen
Onderdeel van Beleid toepassing artikel 13b Opiumwet gemeente Noordwijk 2023