In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Wet: de Participatiewet
Belanghebbende: de persoon die of het gezin dat in aanmerking wenst te komen voor bijzondere bijstand.
Inkomensgrens: netto inkomen tot 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. Bij het bepalen van de hoogte wordt geen rekening gehouden met de kostendelersnorm.
Inkomensgrens alleenstaande ouders: 90% van de norm voor gehuwden.
Middelen: de middelen conform artikel 31 van de wet.
Vermogen: het vermogen volgens artikel 34 lid 1 sub a en b van de wet tenzij expliciet anders wordt aangegeven.
Vermogensgrens: het zogenaamde ‘vrij te laten vermogen’ genoemd in artikel 34 lid 3 van de wet. Het vermogen hierboven dient door de aanvrager voor 100% te worden aangewend voor het doen van de uitgave.
Bijzondere bijstand: de bijstand als bedoeld in artikel 35 van de wet.
Draagkrachtruimte: het netto inkomen exclusief vakantietoeslag, verminderd met 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
Nibudnormen: het Nederlands instituut budgettering (Nibud) geeft inzicht in gemiddelde kosten van een huishouden. Hierbij worden jaarlijks normbedragen bepaald voor diverse typen huishoudens van alleenwonende tot meerpersoonshuishoudens en samenwonenden.
Artikel 1:
Begripsbepaling
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Participatiewet 2023 Geldrop-Mierlo