Naar hoofdinhoud
1.. Bij beoordeling van het recht op bijzondere bijstand wordt als eerste beoordeeld of er een voorliggende voorziening is (artikel 15 van de wet). 2.. Als er geen voorliggende voorziening is, wordt de dwingende vraagstelling alsmede de volgorde gehanteerd zoals door de Centrale Raad van Beroep afgeleid uit artikel 35 van de wet: doen de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voor; zijn die kosten in het individuele geval van de alleenstaande of het gezin noodzakelijk; vloeien de kosten voort uit bijzondere individuele omstandigheden; kunnen de kosten worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.

Rechtspraak bij dit artikel