Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 4

Definitieve locatie oplaadpaal/-infrastructuur

Onderdeel van Beleidsregels oplaadinfrastructuur elektrische voertuigen 2023 gemeente Steenbergen

Het college bepaalt in overleg met de aanvrager de definitieve locatie van de oplaadpaal en/of andere laadinfrastructuur en de aan te wijzen parkeervakken. Het college hanteert hierbij de volgende uitgangspunten: De locatie is in eigendom van de gemeente Steenbergen; Als maximale loopafstand wordt een afstand aangehouden van maximaal 200 meter vanaf de woning of het bedrijf van de initiatiefnemer; Wanneer er binnen een straal van 200 meter al een laadpaal/-infrastructuur aanwezig is dient eerst de behoefte in kaart gebracht te worden; Laadpalen worden waar mogelijk binnen 25 meter van het elektriciteitsnet (laagspanningsnet) gerealiseerd. Dit in verband met de meerkosten voor kabels die langer dan 25 meter zijn. Daarnaast wordt er rekening gehouden met voldoende ruimte voor de realisatie van ondersteunende hardware bij grotere aansluitingen zoals trafo en omvormer; In eerste instantie wordt er 1 parkeervak ingericht voor het laden van elektrische voertuigen. Wanneer aangetoond wordt dat er meer behoefte ontstaat wordt overgegaan tot de inrichting van het tweede vak. Het verkeersbesluit voorziet altijd in de inrichting van 2 parkeervakken per laadpaal; Hoge parkeerdruk wordt in de overwegingen meegenomen maar mag geen belemmering zijn voor de realisatie van de laadinfrastructuur; Laadinfrastructuur wordt bij voorkeur gebruikt door verschillende berijders met diverse modaliteiten; Gedeeld gebruik van openbare laadpalen door bewoners, forenzen en bezoekers/ recreanten wordt gestimuleerd; In eerste instantie zullen bestaande parkeervakken gebruikt worden. Pas wanneer dit niet mogelijk is en de behoefte is aangetoond zal een verkenning worden gestart om de mogelijkheden tot het realiseren van nieuwe infrastructuur te onderzoeken; De doorgang voor het overige verkeer (fiets, voetganger, rolstoel, etc) blijft gewaarborgd. Conform CROW-richtlijnen moet de minimale doorgang van het trottoir na plaatsing van het laadpunt en de bebording minimaal 90 cm bedragen; Er wordt zo min mogelijk groen opgeofferd voor de realisatie van een laadpaal en/of andere laadinfrastructuur; Een laadpaal wordt bij voorkeur niet onder de kruin van een boom geplaatst en wordt op minimaal 2 meter van de stam van de boom geplaatst; De laadlocatie wordt onderhoudsarm ingericht (gelet op o.a. groenbeheer); De laadpaal wordt niet op de rijbaan geplaatst en mag geen hinder opleveren voor overige weggebruikers; Laadpalen worden waar mogelijk op een neutrale plek geplaatst (zoals bij een blinde muur of bij een groenvoorziening). Een uitzondering hierop wordt gemaakt als de aanvrager een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken heeft of wanneer er geen andere locaties voorhanden is; Plaatsing voor monumenten wordt zoveel mogelijk vermeden, maar kan mogelijk worden gemaakt met maatwerk. Inpassing in straatmeubilair en ondergrondse laadpunten heeft op deze locaties de voorkeur; Bij voorkeur wordt een laadpaal niet op het parkeervak voor de woning van de initiatiefnemer geplaatst om te voorkomen dat initiatiefnemer en omwonenden het laadpunt ervaren als ‘eigen’; Daar waar reconstructies of andere infrastructurele ontwikkelingen binnen 4 jaar na het nemen van het verkeersbesluit plaatsvinden neemt het college de kosten voor het eventueel verplaatsen van de laadpaal voor haar rekening.

Rechtspraak bij dit artikel