Handhaving komt na controle/toezicht en is het laatste middel als waarschuwen en preventie niet werkt. De definitie van handhaving is: “Het door toezicht en het toepassen van bestuursrechtelijke, strafrechtelijke of privaatrechtelijke middelen bereiken dat de algemeen geldende rechtsregels en individueel geldende voorschriften worden nageleefd.”
We proberen overtredingen eerst op te lossen door middel van een goed gesprek met de overtreder en/of de partijen die een conflict hebben. Waar mogelijk wordt een maatwerk oplossing gekozen. Als een overtreder niet wenst mee te werken of bij een herhaling van overtredingen wordt een handhavingsprocedure opgestart. Dan wordt bezien of en op welke manier bestuurlijk optreden (en/of eventueel strafrechtelijk optreden) noodzakelijk is.
We beëindigen het handelen in strijd met geldende regels als waarborg voor een gezonde, veilige, duurzame en leefbare leefomgeving, door:
Extern begrip en draagvlak te creëren voor handhaving door het verstrekken van informatie, voorlichting en communicatie over onze handhavingstaken
Door controle en toepassen van bestuursrechtelijke of privaatrechtelijke middelen, bevorderen dat op een uniforme manier rechtsregels en voorschriften worden nageleefd
Handhaving gestructureerd uitvoeren conform landelijke kwaliteitscriteria
Meldingen en verzoeken om handhaving van inwoners en bedrijven die te maken hebben met gevaar, veiligheid en/of volksgezondheid worden zo snel als de situatie vereist opgepakt, buiten kantooruren via de piketregeling van de RUD Zuid-Limburg en VRZL
Door deelname in de RUD Zuid-Limburg en VRZL. De gemeente Beek heeft de basistaken en alle overige milieutaken weggezet bij de RUD Zuid-Limburg, ook milieuhandhaving
De gemeente Beek werkt nauw samen met haar handhavingspartners middels een integrale (gebiedsgerichte) aanpak, om criminaliteit en overlast zoveel mogelijk te voorkomen en alle geprioriteerde in het Integrale Veiligheidsbeleid opgenomen toezichtactiviteiten uit te voeren
Naleefstrategie
De Wabo/Omgevingswet (en procescriteria voor VTH-kwaliteit) verplicht de gemeente een strategie te hanteren. De nalevingsstrategie omvat alles wat nodig is om te komen tot een verbetering van de naleving van wet- en regelgeving. Het betekent dat vooraf moet zijn nagedacht over de manier waarop extra toezicht en handhaving wordt voorkomen. Dit gebeurt eenduidig en gestructureerd.
Preventiestrategie
Preventie richt zich met name op het vergroten van bewustwording bij inwoners en bedrijven. Hierdoor zal de betrokkenheid en het draagvlak toenemen. Het uiteindelijke resultaat is dat mensen minder snel in de fout zullen gaan en dat handhaving dus minder nodig is. We zetten in op preventie om onnodige overtredingen (of meldingen) te voorkomen doordat we inwoners (en bedrijven) goed op de hoogte laten zijn van risico’s en regelgeving.
Toezichtstrategie
Het doel van de toezichtstrategie is om door middel van controles en (preventief) toezicht het naleven van de regels te bevorderen. Toezicht moet efficiënt en doelmatig worden ingezet.
Gedoogstrategie
Het gedogen van overtredingen is alleen in uitzonderingssituaties acceptabel, omdat het toelaten dat regels worden overtreden afbreuk doet aan de geloofwaardigheid en effectiviteit van de overheid en ongewenste precedentwerking veroorzaakt. Er is sprake van een uitzonderingssituatie wanneer er een overmacht- of overgangssituatie is. De mate waarin gedoogd wordt moet zoveel mogelijk in omvang en/of tijdsduur worden beperkt. De gedoogde overtreding moet op enig moment worden gelegaliseerd of beëindigd.
Sanctiestrategie
De gemeente houdt toezicht op voorschriften, vergunningen of algemene regels en treedt vervolgens handhavend op bij overtredingen. De handhavingsstrategie is primair gericht op het herstellen van de overtreding, op het ontmoedigen van de overtreder en/of om herhalingen te voorkomen. De Landelijke Handhavingsstrategie is het uitgangspunt voor de werkwijze. In eerste instantie ligt de verantwoordelijkheid voor naleving van regels bij inwoners en bedrijven. Uit het oogpunt van rechtsgelijkheid wordt vervolgens in vergelijkbare gevallen een vergelijkbare keuze gemaakt en worden interventies, waar mogelijk, op eenduidige wijze gekozen en toegepast. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden afgezien van handhavend optreden. In de overige gevallen is handhavend opgetreden, overeenkomstig de beginselplicht tot handhavend optreden, door de gemeente verplicht.
Handhavingsmogelijkheden bevoegd gezag onder Wkb per 1 januari 2024
T.a.v. bijvoorbeeld de constructieve veiligheid dient de gemeentelijke constructeur op basis van signalen van de kwaliteitsborger of van derden of op basis van eigen waarnemingen een onderzoek in te stellen wanneer er wordt vermoed dat het bouwwerk niet gaat voldoen aan de bouwtechnische voorschriften van het Bbl. Vervolgens moet het bevoegd gezag zelf de strijdigheid met het Bbl onderbouwd aantonen en een afweging maken of er wel of geen verdere actie moet worden ondernomen. De handhavingsbevoegdheid wordt niet beperkt door het nieuwe stelsel waar de kwaliteitsborger controleert tijdens de bouw en op het gerealiseerde bouwwerk. De gemeente doet bij de bouwmelding en de gereedmelding enkel een procedurele toets op volledigheid van de stukken. Daar staat tegenover dat, net als onder het huidige recht, de gemeente als bevoegd gezag altijd toezicht mag houden op de naleving van de bouwtechnische regels. In het kader van de Algemene wet bestuursrecht kan de gemeente de informatie die ontvangen is bij de bouw- en gereedmelding gebruiken om een inhoudelijke beoordeling te doen in het kader van haar eigen handhavingsstrategie. Zij gebruikt dan de informatie om te bepalen of, en zo ja wanneer zij gaat ingrijpen. De gemeente kan verder informatie vragen over specifieke bouwwerkzaamheden en over de planning wanneer deze worden uitgevoerd (artikel 2.20 Bbl). Het bevoegd gezag kan op deze wijze beschikken over de benodigde informatie om zo nodig zelf toezicht uit te oefenen en te handhaven, ook na de gereedmelding. Echter, gelet op het nieuwe stelsel is het logisch dat de gemeente haar toezichttaak complementair aan de controle door de kwaliteitsborger invult. Dat wil zeggen op afstand van het Wkb-proces, waarbij steekproefsgewijs controle zal/kan plaatsvinden.
In het kader van de Wkb voert de kwaliteitsborger de controle op het bouwwerk uit. De gemeente behoudt in het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging haar bevoegdheid vanuit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om toezicht te houden, en indien nodig op grond van de Omgevingswet handhavend op te treden op basis van signalen van derden of van de kwaliteitsborger dat het bouwwerk niet voldoet aan de bouwtechnische voorschriften of op basis van eigen waarnemingen. Het publieke toezicht en de controle door de kwaliteitsborger zijn daarbij zoveel mogelijk complementair aan elkaar om dubbel werk te voorkomen. In het kader van het toezicht op de bestaande bouw behoudt de gemeente eveneens de bevoegdheid om handhavend op te treden bij bouwwerken die niet aan de bouwtechnische voorschriften voldoen. Bij gereed melding onder de Wkb valt een bouwwerk onder de bestaande gebouwenvoorraad, waarmee de gemeente van deze bevoegdheden gebruik kan maken. Het bevoegd gezag handhaaft hier met betrekking tot het bouwwerk, er wordt niet gehandhaafd of geoordeeld over de verklaring van de kwaliteitsborger.
Dit beleidsplan valt onder de paraplu “Nota integrale handhaving Beek”.
Schematisch gezien levert dit het volgende plaatje op.