Naar hoofdinhoud

Artikel 3.5

Ruimtelijke Ordening

Onderdeel van BELEIDSPLAN OMGEVINGSRECHT VTH 2023-2026

De ruimte in Nederland is schaars. Er is onder meer ruimte nodig voor woningen, wegen, spoorlijnen, vliegvelden, bedrijventerreinen, klimaatadaptatie, energie en natuur. De overheid stelt plannen op om de ruimte te verdelen en gebieden aan te wijzen voor bepaalde bestemmingen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor woningbouw en bedrijventerreinen en nieuwe plekken voor de bouw van bedrijven. Het structuurplan en het bestemmingsplan zijn de belangrijkste instrumenten voor de ruimtelijke ordening in een gemeente. Iedere gemeente is verplicht om voor haar gehele grondgebied één of meer structuurvisies op te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Gemeenten zijn verder verplicht voor hun gehele grondgebied te beschikken over actuele bestemmingsplannen. De verplichting om iedere 10 jaar een nieuw bestemmingsplan vast te stellen geldt niet als het bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar is via Ruimtelijke plannen (www.ruimtelijkeplannen.nl). Uitgangspunt is dat alle aanvragen integraal worden getoetst aan het vigerende bestemmingsplan. Tot inwerkingtreding van de omgevingswet zijn dit bestemmingsplannen. Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt getoetst aan het Omgevingsplan. Elke aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan het vigerende ruimtelijke plan om te bekijken of er sprake is van strijdigheden met de planvoorschriften. Dit gebeurt op een grondige manier, waarbij specifieke kenmerken nauwkeurig worden nagemeten en bestemmingen per ruimte worden benoemd en gecontroleerd. Als blijkt dat een aanvraag niet voldoet aan het geldende ruimtelijke plan, wordt beoordeeld of een afwijking of wijziging van het ruimtelijk plan mogelijk is. Bestemmingsplanbeleid Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet streven we naar het dekkend zijn van de bestemmingsplannen binnen onze gemeenten voor het gehele gemeentelijke grondgebied. De gemeente Beek beschikt over een actueel bestemmingsplannenbestand. Gewerkt wordt met een “plan van aanpak actualisatie bestemmingsplannen”. Dit plan van aanpak wordt periodiek geactualiseerd. Onderstaand treft u aan overzicht van het huidige bestemmingsplanbestand (de ‘moederplannen”). Overzicht vigerende bestemmingsplannen en structuurvisie Bestemmingsplan Vastgesteld Bedrijvenpark Technoport Europe 2012 28 maart 2013 Beekerhoek – herziening 2009 7 juli 2011 Betonfabriek Gelissen 15 mei 1975 Buitengebied Beek 2011 7 juli 2011 Kern Beek 28 april 2012 Kern Geverik 23 mei 2013 Kern Neerbeek – herziening 2013 27 juni 2013 Kern Spaubeek – herziening 2013 24 oktober 2013 Klein en Groot Genhout – herziening 2012 28 maart 2013 Maastricht Aachen Airport 12 oktober 2006 Regionale Afvalverwerking Westelijke Mijnstreek 10 december 1992 Structuurvisie Beek 2012-2022: ruimte voor veelzijdigheid en vitaliteit 22 maart 2012 Beleid voor afwijking van bestemmingsplannen Het merendeel van de afwijkingen van de regels van bestemmingsplannen valt onder de reguliere procedure. Daarnaast zijn er de buitenplanse afwijkingsmogelijkheden. In de bijlage II Bor zijn gevallen opgenomen waarvoor een omgevingsvergunning binnen een reguliere procedure kan worden verleend. Het gaat hier om een voortzetting van de zogenoemde ‘kruimellijst’ van bouwwerken. Voor de kruimelgevallen kan specifiek afwijkingsbeleid worden vastgesteld. In Beek is een dergelijk beleid niet vastgesteld. Om te beoordelen of in afwijking van het geldende bestemmingsplan medewerking kan worden verleend wordt getoetst aan de gemeentelijke structuurvisie alsook aan relevant sectoraal beleid, zoals het economisch beleid, het verkeers- en parkeerbeleid, klimaat- en energiebeleid, volkshuisvestelijk beleid, et cetera. Indien een bouwplan niet binnen het bestemmingsplan past en het niet tot de ‘kruimellijst’ behoort, wordt beoordeeld of voor het bouwplan een omgevingsvergunning voor het strijdig planologisch gebruik (voorheen ontheffing of projectbesluit) of een nieuw bestemmingsplan mogelijk is. Vervolgens wordt beoordeeld of het wenselijk is om aan het initiatief mee te werken door het volgen van een toepasbare ruimtelijke procedure op basis van een ruimtelijke onderbouwing. Alle betrokken belangen worden hierbij in beeld gebracht en afgewogen. Indien wordt besloten geen medewerking te verlenen, wordt de aanvraag niet verder getoetst aan overige aspecten. Het omgevingsplan Vanaf 1 januari 2022 worden de bestemmingsplannen van rechtswege omgezet naar één omgevingsplan op het niveau van de gemeente. In dit omgevingsplan zijn activiteiten benoemd, die met een vergunning zijn toegestaan. Het betreft dan een binnenplanse omgevingsactiviteit. Een voorbeeld hiervan zijn de aanlegactiviteiten. Voor de beoordeling van aanvragen voor de omgevingsplanactiviteiten wordt 100% getoetst aan de beoordelingsregels in het omgevingsplan. Deze beoordelingsregels zijn door de gemeenteraad zelf geformuleerd. Als een aangevraagde activiteit in strijd is met het omgevingsplan, spreken we van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Hiervoor is ook een vergunning nodig. De procedure voor een binnenplanse of buitenplanse omgevingsplanactiviteit is standaard de reguliere procedure; daardoor hanteren we na de inwerkingtreding van de Omgevingswet ook geen kruimellijst meer. Om te komen tot één gemeente dekkend omgevingsplan wordt een plan van aanpak opgesteld dat medio 2023 gereed is. Strijdig gebruik, toezicht en naleving Strijdig gebruik met de regels van het geldende bestemmingsplan kan zich altijd en overal voordoen in de gemeente Beek. Zo kan er sprake zijn van strijdig gebruik van gronden. Denk hierbij aan het gebruiken van gronden met een agrarische doeleindenbestemming voor de opslag van materialen ten behoeve van een dakdekkersbedrijf of voor de stalling van caravans. Ook kan er sprake zijn van strijdig gebruik van bestaande (legale) opstallen. Een voorbeeld dat hierbij kan dienen is het gebruiken van een woning voor bijvoorbeeld bedrijfsdoeleinden. Daar waar er sprake is van illegale bebouwing én strijdig gebruik zal er ingezet worden op controle en toezicht inzake het handelen zonder de daartoe benodigde omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Bij de legalisatievraag in het kader van de handhavingsprocedure, zal er alsdan een toets plaatsvinden aan de regels van het bestemmingsplan/omgevingsplan en zal er een afweging worden gemaakt inzake de wenselijkheid van legalisatie van het strijdige gebruik. Uitgangspunt is dat regels nageleefd moeten worden en dat waar dat niet spontaan gebeurt de gemeente het tot haar beschikking zijnde handhavingsinstrumentarium zal gebruiken om dat af te dwingen. Desalniettemin heeft de gemeente er vertrouwen in dat de samenleving ook hierin haar rol pakt. De gemeente gaat er enerzijds vanuit dat onze inwoners het normaal vinden dat de regels nageleefd worden en dit zelf ook doen en anderzijds waar dit niet het geval is, inwoners hun ogen hier niet voor sluiten en elkaar hier ook op aanspreken. Daar waar dit aanspreken geen soelaas biedt, bestaat de verantwoordelijkheid daarin dat de gemeente in kennis gesteld wordt van de overtreding en haar rol oppakt. Het is niet mogelijk om met de huidige personele capaciteit alle strijdige situaties op het gebied van ruimtelijke ordening op te pakken. Om die reden is in het verleden een Nota toezicht ruimtelijke ordening opgesteld. In die nota is aan de hand van een (gebiedsgerichte) omgevingsanalyse en een (objectgerichte) beleidsanalyse een prioritering gemaakt. Deze is als bijlage aan dit beleidsplan toegevoegd. Dit levert het onderstaande overzicht op. De nota Toezicht ruimtelijke ordening is middels deze notitie geactualiseerd.

Rechtspraak bij dit artikel