1.. De Maatschappelijke Adviesraad heeft als taak gevraagd en ongevraagd advies te geven aan het college met betrekking tot in sociale wetgeving genoemde aspecten en onderwerpen van gemeentelijk beleid.

2.. Over de volgende beleidszaken zal het college in ieder geval advies vragen aan de Maatschappelijke Adviesraad:

  • - vaststelling of wijziging van de hoofdlijnen in het sociaal beleid zijnde:
    • - beleidsplannen;
    • - verordeningen;
    • - (nadere) beleidsregels;
  • - evaluatie van het gevoerde beleid;
  • - vervanging, intrekking of wijziging van deze verordening;
  • - vaststelling, intrekking of wijziging van nadere regels bij deze verordening.

3.. Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde adviezen geldt:

  • - adviezen van de Maatschappelijke Adviesraad worden op schrift gesteld;
  • - indien dit door de leden van de Maatschappelijke Adviesraad wordt gewenst, stelt de ambtelijk secretaris een advies op schrift;
  • - de adviezen van de Maatschappelijke Adviesraad worden, na bekrachtiging door meerderheid van stemmen tijdens een vergadering van de Maatschappelijke Adviesraad, ondertekend door de voorzitter en de secretaris;
  • - (on)gevraagde advisering van de Maatschappelijke Adviesraad is gericht aan het college.

4.. De Maatschappelijke Adviesraad is niet bevoegd om:

  • - uitspraken te doen over individuele personen, tenzij het onderwerpen betreft met een algemeen karakter;
  • - uitspraken te doen over medewerkers van de gemeente, tenzij het onderwerpen betreft met een algemeen karakter;
  • - te adviseren over de verplichte uitvoering door de gemeentelijke organen van wettelijke voorschriften, voor zover bij deze uitvoering geen ruimte voor eigen gemeentelijk beleid is gelaten.