Het vermogen wordt bij wijziging van de leefvorm als volgt opnieuw vastgesteld:
De hoogte van de vermogensgrens is gelijk aan de actuele vermogensgrens die geldt voor de nieuwe leefvorm;
Het vermogen wordt opnieuw vastgesteld, waarbij spaargeld opgebouwd tijdens de bijstandsverlening direct voorafgaand aan de wijziging van leefvorm, wordt vrijgelaten.
Toelichting
Wanneer tijdens de periode van bijstandsverlening de gezinssamenstelling van een belanghebbende wijzigt, dan kan dit tevens gevolgen hebben voor het vermogen. De wijze waarop bij wijzigingen in de gezinssamenstelling het vermogen en het restant vrij te laten vermogen vastgesteld moet worden, is niet in de Participatiewet geregeld. Daarom heeft het college in dit artikel neergelegd hoe wordt omgegaan met de vaststelling van het vermogen en de vermogensgrens bij een wijziging van de gezinssituatie. Bij de vaststelling van het vermogen geldt het volgende:
De hoogte van de vermogensgrens is gelijk aan de actuele vermogensgrens die geldt voor de nieuwe leefvorm van belanghebbende.
Bij de vaststelling van het vermogen moet een aftrek plaatsvinden in verband met spaargelden opgebouwd tijdens de bijstandsperiode.
Als een alleenstaande een alleenstaande ouder wordt hoeft het vermogen niet te worden vastgesteld als ware een nieuwe aanvraag. Het subject van bijstandsverlening wijzigt namelijk niet. Wel moet het vermogen opnieuw worden vastgesteld waarbij het vermogen van het ten laste komende kind in aanmerking wordt genomen als een vermogensmutatie.
Wordt een alleenstaande ouder, een alleenstaande. Dan geldt een lagere vermogensgrens en kan het gevolg van het wijzigen van de leefvorm zijn dat belanghebbende op dat moment over te veel vermogen beschikt en geen recht heeft op bijstand.
Bij alleenstaande ouders kan het voorkomen dat een deel van het vermogen toebehoort aan het kind. Dat deel van het vermogen kan, als de alleenstaande ouder een alleenstaande wordt, niet meer worden toegerekend aan de alleenstaande. Dit is aan de orde als bij de oorspronkelijke vermogensvaststelling rekening is gehouden met vermogensbestanddelen van het ten laste komende kind.
Wordt een alleenstaande (ouder) een gehuwde of andersom, dan moet het vermogen worden vastgesteld als ware een nieuwe aanvraag. Het subject van bijstandsverlening wijzigt namelijk. Spaargelden opgebouwd tijdens de bijstandsverlening worden vrijgelaten (artikel 34 lid 2 onderdeel c Pw). Maar dit geldt alleen voor spaargelden die tijdens een nog lopende bijstandsperiode zijn opgebouwd (zie ECLI:NL:CRVB:2016:182 en ECLI:NL:CRVB:2018:2655). In afwijking van deze rechtspraak laat het college ook het spaargeld vrij dat is opgebouwd tijdens de bijstandsverlening direct voorafgaand aan de wijziging van leefvorm. De gedachte hierachter is dat het hier slechts gaat om een formele nieuwe periode van bijstandsverlening, enkel door wijziging van de leefvorm, terwijl materieel de periode van bijstandsverlening gewoon doorloopt.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.4
Vaststellen vermogen bij wijzigen leefvorm
Onderdeel van Beleidsregels Inkomen en Vermogen 2023 gemeente Albrandswaard