Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 9:

gedeeltelijk afzien van (verdere) terugvordering bij fraude

Onderdeel van Beleidsregels Terugvordering en Verhaal 2023 gemeente Albrandswaard

In afwijking van de artikelen 2 tot en met 5 van de beleidsregels kan het college besluiten van verdere terugvordering af te zien, indien de persoon van wie de kosten van bijstand worden teruggevorderd: gedurende ten minste tien jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; gedurende ten minste tien jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom, in één keer aflost, onder voorwaarde dat: de reële verwachting is dat de afkoop van de vordering meer oplevert dan wanneer de gebruikelijke incassoprocedure wordt gevolgd, en de debiteur door de afkoop in de gelegenheid wordt gesteld om in een keer uit zijn schuldsituatie te geraken, waarmee mogelijkheden kunnen ontstaan om een nieuwe start te maken in het maatschappelijk verkeer. zelf om kwijtschelding dan wel afkoop verzoekt. Toelichting Alhoewel er met betrekking tot fraudevorderingen een wettelijke verplichting is tot terugvordering en uitgangspunt blijft dat een vordering zo mogelijk geheel terugbetaald dient te worden heeft de wetgever in artikel 58 lid 7 van de Participatiewet voorwaarden geformuleerd op grond waarvan het college een bevoegdheid heeft om ook in deze gevallen af te kunnen zien van (verdere) terugvordering. Van de gegeven bevoegdheid dient gebruik gemaakt te worden. Er wordt ook in de wet een termijn gehanteerd van 10 jaar. Gedurende deze periode moet geheel aan de aflossingsverplichting zijn voldaan. Voor zover in deze periode niet volledig aan de aflossingsverplichting werd voldaan, kan alsnog van verdere terugvordering worden afgezien als de achterstallige aflossing is voldaan. Ook kan van verdere terugvordering worden afgezien indien een debiteur gedurende 10 jaar geen aflossing heeft verricht en niet aannemelijk is dat de debiteur op enig moment zal gaan aflossen. Daarbij kan worden gedacht aan debiteuren welke zich (definitief) in het buitenland hebben gevestigd of geen aantoonbaar inkomen hebben. Deze vorderingen kunnen na verloop van 10 jaar als oninbaar worden afgeboekt. Ook wordt de mogelijkheid geopend tot afkoop van de vordering mits ten minste 50% van de restsom in een keer wordt afgelost. De wetgever heeft daarbij geen nadere voorwaarden gesteld. Het is echter niet de bedoeling dat iedere vordering, op welke moment dan ook akkoord kan worden gegaan met een afkoop tegen ten minste 50%. In de beleidsregels is daarom in aanvulling op de wet gesteld dat een afkoop een meerwaarde dient te hebben voor de gemeente ten opzichte van het reguliere invorderingstraject en de belanghebbende daardoor in de gelegenheid wordt gesteld uit een schuldsituatie te geraken. Uit de aanvullende gestelde voorwaarden volgt dat in ieder afzonderlijk geval een individuele beoordeling dient te geschieden. Er wordt met betrekking tot het afzien van terugvordering een passief beleid gevoerd. Dit houdt in dat belanghebbende zelf dient te verzoeken om kwijtschelding. Uit de vermelding “ten minste” volgt dat er geen recht bestaat op restitutie van terugbetaalde gelden indien de aflossing langer heeft geduurd van 10 jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel