Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 10:

afzien van verdere terugvordering

Onderdeel van Beleidsregels Terugvordering en Verhaal 2023 gemeente Albrandswaard

1.. In afwijking van de artikelen 2 tot en met 5 van deze beleidsregels kan op verzoek van degene van wie wordt teruggevorderd van verdere terugvordering worden afgezien indien de belanghebbende: gedurende ten minste vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; gedurende ten minste vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan maar het achterstallige bedrag over die periode alsnog heeft voldaan; gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en het niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of een bedrag, gelijk aan minstens 50% van de restsom, in één keer aflost, onder voorwaarde dat: de reële verwachting is dat de afkoop van de vordering meer oplevert dan wanneer de gebruikelijke incassoprocedure wordt gevolgd; en de debiteur door de afkoop in de gelegenheid wordt gesteld om in een keer uit zijn schuldsituatie te geraken, waarmee mogelijkheden kunnen ontstaan om een nieuwe start te maken in het maatschappelijk verkeer. 2.. Het gestelde onder lid 1 sub a en b is niet van toepassing ten aanzien van: vorderingen als gevolg van verwijtbaar gedrag van de belanghebbende; vorderingen welke door pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt, behoudens voor zover zij niet op die goederen verhaald kunnen worden. Toelichting Het uitgangspunt is en blijft dat ten onrechte verstrekte uitkering zoveel mogelijk worden teruggevorderd. Aan een beslissing tot buiten invordering stellen (algemene bevoegdheid artikel 58 Participatiewet) dient altijd een individuele beoordeling ten grondslag te liggen. Deze individuele beoordeling moet vooral raakvlakken hebben met uitstroombevordering en armoedebestrijding. Tevens is deze bepaling bedoeld om het debiteurenbestand beheersbaar te houden. Na een termijn van ten minste 5 jaar en indien gedurende deze termijn volledig aan de betalingsverplichting is voldaan, kan van verdere terugvordering worden afgezien. Een uitzondering wordt gemaakt voor verwijtbare vorderingen. Voor verwijtbare vordering geldt echter ook dat op enig moment afgezien moet kunnen worden van verdere terugvordering. Voorwaarde daarbij is dan wel dat gedurende de periode van aflossing, deze is geschied naar draagkracht en bovendien afhankelijk van de hoogte van de vordering een andere (langere) termijn geldt. Ook geldt een passief beleid in deze. Het initiatief tot kwijtschelding ligt bij de betreffende klant. Uit de toevoeging “ten minste” volgt bovendien dat geen recht bestaat op restitutie van betaalde bedragen indien langer werd afgelost dan de gestelde minimale termijn.

Rechtspraak bij dit artikel