Voorliggende wettelijke voorzieningen hebben voorrang op voorzieningen uit de Jeugdwet of de Wmo.
De bewijslast ligt daarbij bij de gemeente; die moet aantonen dat er inderdaad sprake is van een (toereikende) voorliggende voorziening.
Daarbij wordt samenwerking en overleg gezocht met uitvoerders van andere wetten.
Er is pas sprake van een voorliggende voorziening als de inwoner ook daadwerkelijk aanspraak kan maken op die voorziening doordat hij voldoet aan de daarvoor opgestelde regels.
Van de inwoner kan dan worden verwacht dat hij gebruik maakt van die voorliggende voorziening.
Artikel 9.1
- Voorliggende wettelijke voorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde 2023