Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.2

Toerekening van de financiële bijdrage

Onderdeel van Nota Kostenverhaal en Financiële Bijdragen

Om de gevolgen van de nieuwbouwplannen op te vangen en het leefklimaat op niveau te houden, investeert de gemeente Horst aan de Maas in de verbetering van de fysieke leefomgeving. De gemeente vraagt voor alle aangewezen activiteiten16artikel 8.13 Ob (ruimtelijke ontwikkelingen) een financiële bijdrage voor het verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het betreffen investeringen waarvan het bestaand en nieuw gebied profijt van hebben. Deze investeringen komen de fysieke leefomgeving van de hele gemeente ten goede. Het zijn investeringen die strekken om de algemene leefbaarheid te verbeteren, het voorzieningenniveau van de gemeente te vergroten en de nieuwe en bestaande inwoners van de gemeente natuur, landschap en recreatieve en netwerkvoorzieningen meer te laten ervaren De afgelopen drie jaar en de komende tien jaar investeerde en investeert de gemeente Horst aan de Maas naar verwachting ruim € 90 mln in voorzieningen die de algehele samenleving binnen de gemeente ten goede komen. Denk hierbij aan investeringen in infrastructuur, kwaliteitsverbetering van landschap en natuur en de wateropgave c.q. dijkverzwaringen. Tussen deze verbeteringen en de groei van de gemeente bestaat een functionele samenhang. Door deze functionele samenhang dragen de gezamenlijke (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen (ook wel het nieuwe gebied genoemd) voor 10% bij aan deze investeringen. Het bestaande gebied -dus de bestaande bebouwing- draagt voor 90% bij. Ook het bestaande gebied heeft namelijk profijt van de investeringen van de gemeente. Het bestaande gebied is groter in omvang dan het nieuwe gebied. Dit leidt tot een verdeling 90% bestaand gebied en 10% nieuw gebied. Een bedrag van ruim € 9 miljoen van deze investeringen kan dus worden verhaald op alle ruimtelijke ontwikkelingen. De huidige verwachting is dat voor de komende jaren 2.378 woningen worden gerealiseerd. Dit betreft zowel permanente huisvesting als tijdelijke huisvesting. De verwachte realisatie van bedrijvigheid bedraagt 82.000 m² kaveloppervlakte. Een berekening van gemiddelde kavelgrootten voor de verschillende woningtypes plus de totale oppervlakte voor bedrijvigheid, leidt tot een totaal van de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (het nieuwe gebied) van 594.275 m². Dit komt neer op een toevoeging van 10% ten opzichte van het bestaande gebied met betrekking tot de kaveloppervlakte woningen en bedrijvigheid. Op basis hiervan vindt een weging van de verschillende vastgoedfuncties plaats. Uitgangspunt is de kaveloppervlakte van grondgebonden woningen. Er vindt een correctie plaats voor appartementen omdat de daarvoor benodigde kavel veel intensiever wordt bebouwd. Ook bedrijvigheid wordt gecorrigeerd omdat gemiddeld genomen, de kavel voor bedrijvigheid minder intensief wordt bebouwd. Dit leidt tot een gewogen totaal van 582.780 m² kaveloppervlakte. De totale investeringen (ruim € 9 mln) gedeeld door de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (582.780 m²) leidt tot een basisbedrag van € 15,50 per m² kaveloppervlakte. Het basisbedrag vormt de grondslag om per vastgoedtype de financiële bijdrage te bepalen. Per vastgoedtype geldt een wegingsfactor17Aan de verschillende vastgoedtypen wordt een wegingsfactor toegekend. Dit is onder andere gebaseerd en gerelateerd aan de waarde die iedere vastgoedtype kent. Daarbij is de Woningbouw grondgebonden als referentiekader genomen. Ten opzichte van dit referentiekader is gekeken naar de normatieve ontwikkelmogelijkheid en vastgoedwaarde van de andere vastgoedfuncties. Aan de hand hiervan is een wegingsfactor toegepast. Zo staat vastgoedwaarde en draagkracht van voor de financiële bijdrage beter in verhouding tot elkaar.. Het basisbedrag vermenigvuldigd met de wegingsfactor per type vastgoed, vormt de basis om de financiële bijdrage per vastgoedtype te bepalen, zoals uit onderstaande tabel blijkt.

Rechtspraak bij dit artikel