Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.1

Gemeentelijk kwaliteitsmenu (GKM)

Onderdeel van Nota Kostenverhaal en Financiële Bijdragen

Horst aan de Maas wenst de kwaliteit van het buitengebied te verstevigen. De gemeente blijft hierin investeren om zo een bijdrage te leveren aan de algemene verbetering van de woon-, leef-, en werkkwaliteiten van het buitengebied. Hiervoor pleegt de gemeente investeringen en de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dragen hieraan bij door middel van de financiële bijdragen zoals omschreven in hoofdstuk 5. Op het moment dat de ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied plaatsvindt, krijgt de initiatiefnemer de plicht om de nieuwe bebouwing landschappelijk in te passen. Aan deze verplichting moet de initiatiefnemer altijd voldoen. Daarnaast wordt de kwaliteitsbijdrage GKM verlangd om het verlies van de kwaliteit in het buitengebied te compenseren als gevolg van de extra bebouwing. Het is een investering in landschappelijke kwaliteit om deze extra bebouwing te compenseren. Dit kan niet worden afgewenteld op alle nieuwe ruimtelijke initiatieven binnen de gemeente. Deze compensatie wordt daarom niet gefinancierd uit de financiële bijdrage die in hoofdstuk 5 is opgenomen. De ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied zorgen voor een extra druk op de landschappelijke kwaliteit van dat buitengebied. Hiervoor dient de gemeente extra compenserende maatregelen te treffen door aanvullende investeringen te plegen in de landschappelijke kwaliteit. De onderstaande kwaliteitsbijdrage aan het ‘Kwaliteitsfonds buitengebied’ wordt op de ruimtelijke ontwikkeling verhaald op het moment dat niet op eigen terrein of directe omgeving een extra kwaliteitsverbetering wordt gerealiseerd en/of tegelijk met de realisatie van het nieuwe initiatief kan plaatsvinden. De initiatiefnemer hoeft de bijdrage niet aan de gemeente te betalen als hij aantoonbaar en met instemming van de gemeente zelf in de kwaliteitsverbetering investeert en op zijn eigen terrein of in de directe omgeving de kwaliteitsverbetering kan realiseren. Deze komt bovenop de standaard landschappelijke inpassing, waaraan de initiatiefnemer sowieso dient te voldoen. Voor de extra kwaliteitsverbetering legt de initiatiefnemer een inrichtingsplan voor aan de gemeente, dat de gemeente moet goedkeuren. De afspraken hierover worden vastgelegd in de anterieure overeenkomst. De eventuele sloopkosten of extra groenaanleg worden in mindering gebracht op de bijdragen van bovenstaande tabel. De compensatie voor de sloopkosten worden pas in mindering gebracht als er een planologisch besluit ten grondslag ligt om het bouwvlak van de oorspronkelijk bebouwing te verminderen tot het bouwvlak van de nieuwe bestemming en/of bebouwing. De compensatie voor extra groenaanleg wordt gerekend over de m2 extra aangeplant groen. De extra groenaanleg ontslaat de initiatiefnemer niet van de plicht om de ruimtelijke ontwikkeling landschappelijk in te passen en de bijdragen voor GKM te voldoen.

Rechtspraak bij dit artikel