Een van de belangrijkste economische speerpunten van de gemeente Horst aan de Maas is de agribusiness. De land- en tuinbouwsector zijn namelijk belangrijke economische pijlers van de gemeente. Dat wil de gemeente ook zo houden. De gemeente biedt ruimte aan nieuwe economische ontwikkelingen binnen de land- en tuinbouwsector. Dit vraagt echter wel flexibiliteit om de nieuwe economische ontwikkelingen via een goede ruimtelijke ordening te faciliteren. De nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied hebben niet alleen een economisch belang, maar moeten ook in evenwicht zijn met cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden, met behoud van de aantrekkelijkheid van het buitengebied en moeten klimaatadaptief zijn. Het beleid Teeltondersteunende Voorzieningen (TOV) moet zorgen dat de nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied passen en dat met deze nieuwe ontwikkelingen ook kwaliteit aan het gebied worden toegevoegd.
Het verlies van de omgevingskwaliteit door de komst van een nieuwe teeltondersteunende voorziening compenseert de initiatiefnemer door een gebiedseigen bijdrage te voldoen aan het Kwaliteitsfonds buitengebied. De gemeente wil hiermee bereiken dat per saldo extra kwaliteit wordt toegevoegd aan het buitengebied. Deze gebiedseigen bijdrage wordt dus -gelijk aan de GKM- ingezet als aanvullende landschappelijke kwaliteitsverbetering.
Niet voor alle teeltondersteunende voorzieningen is een aanvullende gebiedseigen bijdrage verschuldigd. In onderstaande tabel zijn de categorieën waarvoor een bijdrage aan het Kwaliteitsfonds wordt verlangd opgenomen. Dit geldt voor zowel nieuwe vestigingen als uitbreidingen bij bestaande bedrijven.
Of een bijdrage aan het Kwaliteitsfonds dient te worden afgedragen, beoordeelt de gemeente aan de hand van het TOV-beleid van de gemeente. De in de beleidsregels genoemde bijdragen zijn vervangen door bovenstaande tabel.
De eventuele sloopkosten of extra groenaanleg worden in mindering gebracht op de bijdragen van bovenstaande tabel. De compensatie voor de sloopkosten worden pas in mindering gebracht als er een planologisch besluit ten grondslag ligt om het bouwvlak van de oorspronkelijk bebouwing te verminderen tot het bouwvlak van de nieuwe bestemming en/of bebouwing.
De compensatie voor extra groenaanleg wordt gerekend over de m2 extra aangeplant groen (dus de compensatie boven de verplichte landschappelijke inpassing). De extra groenaanleg ontslaat de initiatiefnemer dus niet van de plicht om de ruimtelijke ontwikkeling landschappelijk in te passen en de bijdragen voor TOV te voldoen.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.2
Teeltondersteunende Voorzieningen (TOV)
Onderdeel van Nota Kostenverhaal en Financiële Bijdragen