• - De directeur van de rekenkamer kiest zelf de onderwerpen voor onderzoek, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast.
  • - De in een jaar te onderzoeken onderwerp(en) worden jaarlijks vóór 1 november van het voorgaande jaar als onderzoeksprogramma ter kennisname aan de raad aangeboden.
  • - De directeur van de rekenkamer overlegt jaarlijks, voorafgaand aan het vaststellen van het onderzoeksprogramma, met de auditcommissie.
  • - De in lid 1 bedoelde onderzoeksopzet wordt door de directeur rechtstreeks ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden.
  • - Bij de selectie van onderwerpen hanteert de directeur de volgende criteria:
    • - het onderzoek moet betrekking hebben op de doelmatigheid, doeltreffendheid en/of rechtmatigheid van beleid;
    • - er moet sprake zijn van een substantieel belang;
    • - het moet door de gemeente te beïnvloeden beleid betreffen;
    • - er moet sprake zijn van enige evenwichtige spreiding over de gemeentelijke beleidsterreinen in de opvolgende onderzoeken;
    • - de resultaten moeten communiceerbaar zijn naar de bevolking.