Er wordt geen maatwerkvoorziening toegekend als de gemeente van oordeel is dat:
a. de hulpvraag kan worden opgelost door het inzetten van een andere voorziening, zoals genoemd onder artikel 3.2, tweede lid;
b. een inwoner zijn/haar hulpvraag redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en maatregelen had kunnen nemen om de hulpvraag te voorkomen;
c. er voor de inwoner geen aantoonbare meerkosten zijn ten aanzien van de situatie voordat de hulpvraag ontstond;
d. de aanvraag betrekking heeft op kosten die gemaakt zijn voorafgaand aan de melding bij de gemeente;
e. de aanvraag betrekking heeft op kosten die gemaakt zijn voorafgaand aan de aanvraag maar na de melding tenzij de gemeente hiervoor vooraf duidelijk toestemming heeft gegeven of de gemeente de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.
f. de aangevraagde maatwerkvoorziening onveilig is of risico’s met zich meebrengt voor de inwoner of anderen;
g. het toekennen van een maatwerkvoorziening een anti-revaliderend effect zou hebben;
h. een eerder verstrekte maatwerkvoorziening nog passend is als oplossing voor de hulpvraag, of,
i. niet aannemelijk is dat met de inzet van een maatwerkvoorziening de hulpvraag wordt opgelost;
j. de cliënt tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft getoond;
k. de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die aan de cliënt zijn toe te rekenen.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
Aanvullende criteria individuele- of maatwerkvoorziening
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdwet gemeente Buren 2023