Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

Aanvullende criteria maatwerkvoorziening Wmo

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdwet gemeente Buren 2023

Aanvullend op het voorgaande artikel, geldt dat de gemeente geen maatwerkvoorziening Wmo ‘Wonen’ toekent, als: a. de maatwerkvoorziening wordt aangevraagd voor een verblijf dat niet bedoeld is voor permanente bewoning, zoals bijvoorbeeld een hotel/pension; trekkerswoonwagen; gehuurde kamer; tweede woning; vakantie- of recreatiewoning; b. de maatwerkvoorziening wordt aangevraagd voor een gemeenschappelijke ruimte, tenzij de voorziening bijdraagt aan de toegankelijkheid van die ruimte; c. de aangevraagde maatwerkvoorziening het uitrustingsniveau van sociale woningbouw overstijgt; d. er sprake is van achterstallig onderhoud en daarmee sprake is van een algemeen gebruikelijke renovatie; e. de noodzaak van de maatwerkvoorziening het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie. Of wanneer er naar het oordeel van de gemeente geen andere belangrijke reden voor de verhuizing bestond, of f. de inwoner niet is verhuisd naar een woning die op dat moment het meest geschikt was ten aanzien van de beperkingen van de inwoner, tenzij hiervoor schriftelijke toestemming is gegeven door de gemeente; g. de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen. Bij het beoordelen van een aanvraag voor een maatwerkvoorziening Wmo ‘Wonen’ kan het primaat van verhuizen worden toegepast. Bij het toekennen van een maatwerkvoorziening Wmo ‘Huishouden’ wordt het normenkader van KPMG als leidraad gehanteerd zoals in opgenomen in de Beleidsregels Huishoudelijke ondersteuning Gemeente Buren 2021. Bij het toekennen van een maatwerkvoorziening Wmo ‘Vervoer’, bestaande uit een regiotaxipas, wordt rekening gehouden met verplaatsingen tot maximaal 2.000 kilometer per jaar, in de directe woon- en leefomgeving van de inwoner en rekening houdend met de vervoersbehoefte van de cliënt en diens partner, de leeftijd van de cliënt, de beschikbaarheid van een ander verplaatsingsmiddel en de mate waarin dat verplaatsingsmiddel in de vervoersbehoefte voorziet. Indien ook andere vervoersvoorzieningen of verplaatsingsmiddelen zijn toegekend wordt voor de regiotaxipas rekening gehouden met maximaal 1.320 km per jaar in de directe woon- en leefomgeving.

Rechtspraak bij dit artikel