Naar hoofdinhoud
In een aantal bestemmingsplannen is de bouw van een bedrijfswoning toegelaten. In een aantal andere niet, maar wordt wel incidenteel door ondernemers gevraagd om die mogelijkheid te creëren. Bedrijfswoningen kunnen een beperking betekenen voor de te vestigen of al gevestigde bedrijven, bijv. omdat bewoners op maatregelen kunnen aandringen om hinder (geluid, geur, stof) te voorkomen of te beperken. In alle bestemmingsplannen, die bedrijfswoningen toelaten, is in de begripsomschrijving aangegeven, dat er een noodzakelijk verband moet zijn tussen het bedrijf en de woning. Voor het toetsen van een bouwaanvraag voor een bedrijfswoning of het planologisch mogelijk maken daarvan ontbreken nu echter duidelijke criteria. Een uitzondering op het ontbreken van die duidelijkheid vormt de realisatie van één agrarische bedrijfswoning bij agrarische bedrijven in het buitengebied. Voor de beoordeling omtrent de noodzaak van agrarische bedrijfswoningen bestaat een duidelijk proces: deskundig advies inwinnen bij de Agrarische Adviescommissie Zeeland (AAZ) op basis waarvan het gemeentebestuur een beslissing neemt. Deze commissie hanteert duidelijke criteria op basis waarvan een advies wordt uitgebracht over (o.a.) de volwaardigheid van het bedrijf en de noodzaak van een bedrijfswoning. Het advies vormt de motivatie voor het besluit van het gemeentebestuur. Dit toetsingskader is om deze reden niet van toepassing op de bouwaanvragen van agrarische bedrijfswoningen. Een andere uitzondering vormt het bedrijventerrein Edisonpark en de Kanaalzone aan de westzijde van de Edisonweg. In deze gebieden is resp. wordt de doelstelling om werken en wonen in combinatie mogelijk te maken, reden waarom bewust in de planregels geen sprake is van een bedrijfswoning maar van een woning, waarvoor geen noodzakelijkheidsvereiste geldt. Woningen zijn resp. worden daar dus toegelaten, mits gecombineerd met de in dit gebied toelaatbaar gestelde bedrijfsactiviteiten, waarvan het bedrijfsvloeroppervlak tenminste 30% van de bebouwing moet omvatten. Dit toetsingskader is dus op aanvragen binnen die gebieden evenmin van toepassing. Dit toetsingskader voor burgemeester en wethouders voor de beslissing op bouwaanvragen voor bedrijfswoningen beoogt (meer) duidelijkheid te verschaffen op welke wijze deze aanvragen worden beoordeeld. Naast deze publiekrechtelijke bevoegdheid, is het daarnaast mogelijk, in de gevallen dat de gemeente als verkoper van grond op bedrijventerreinen, waarop een bedrijfswoning kan worden toegestaan, een (ketting)beding op te nemen, dat de bedrijfswoning uitsluitend als bedrijfswoning mag worden gebruikt en doorverkocht. Het daarmee in strijd handelen leidt tot een het vorderen c.q. opleggen van een boete. Het onderwerp van dit toetsingskader is in de inspraak geweest. Gedurende een periode van zes weken (van 28 juni t/m 8 augustus 2018) heeft iedereen een reactie kunnen indienen. Ook de Vlissingse Bedrijvenclub is in de gelegenheid gesteld een reactie in te dienen. Van beide mogelijkheden is geen gebruik gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel