Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

VEERE BREED VERBINDEN

Onderdeel van Nota grondbeleid Veere

Voor het nieuwe grondbeleid voor Veere kijken we naar verbinding met andere beleidsterreinen binnen de gemeente. Want veel beleidsterreinen hebben immers een ruimtelijke weerslag in de gemeente. Soms steken we onze nek uit en zijn we actief als anderen dat niet zijn, of omdat we het maatschappelijk belangrijk vinden. Soms werken we samen met andere partijen, maar altijd met onze neus gericht op de grote opgaven waar we voor staan. Uit onze eigen ervaring en de contacten en onderhandelingen met externe partijen blijkt keer op keer dat gebiedsontwikkeling verder gaat dan de fysieke opgave alleen. Het gaat er juist om de unieke waarden (stedenbouwkundig, landschappelijk, maatschappelijk, economisch) op een locatie te versterken: wat vinden we belangrijk en wat streven we na. Vormen van grondbeleid De opgaven vormen de basis voor ons handelen in de gebiedsontwikkeling. Onze rol op de grondmarkt is daarin geen doel op zich, maar uitdrukkelijk ondersteunend aan andere beleidsterreinen. De gemeente Veere wil kunnen inspelen op initiatieven die zich aandienen en kansen die wij zelf zien. Afhankelijk van de situatie is dat een actieve rol of een faciliterende rol. Los van de gekozen rol zal een ontwikkeling alleen slagen als we samenwerken met onze partners (woningcorporaties, bouwers, ondernemers, private (grond)eigenaren en bewoners) met het doel dat Veere nu en in de toekomst aantrekkelijk, vitaal en gezond blijft! Actief grondbeleid Wanneer een gemeente actief grondbeleid voert, dan acteert zij in feite als marktpartij. De gemeente voert (vaak) de regie: doet aan planvorming, koopt de grond, maakt bouwrijp, geeft kavels uit, maakt woonrijp en beheert tenslotte de openbare ruimte. Deze vorm betekent maximale inzet en invloed van de gemeente. Bij dit beleid zijn alle kosten en opbrengsten voor de gemeente. Wij voeren de grondexploitatie en dragen het risico. Bij een actief grondbeleid worden op voorhand al strategische locaties aangekocht, nog voordat er sprake is van plannen. Het is ook mogelijk om wel in de grond te handelen, maar de regie over te laten aan marktpartijen. Het kan bijvoorbeeld gaan om het realiseren van de broodnodige betaalbare woningen: dit kan bijdragen aan doelstellingen van de gemeente, waardoor de gemeente hier actief grond voor beschikbaar stelt, maar de regie en uitvoering (planning, bouwen, beheren, betaalbaar houden) van de woningen aan een marktpartij over laat zoals de woningbouwcorporatie. Faciliterend grondbeleid Bij faciliterend grondbeleid heeft de gemeente de grond niet zelf in eigendom en laat zij de initiatieven over aan de markt. De gemeente geeft veelal via het omgevingsplan sturing aan de gewenste ruimtelijke ontwikkeling. De planrealisatie is geheel voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Ter vergoeding van de door de gemeente gemaakte kosten, betaalt de initiatiefnemer een exploitatiebijdrage. Het kostenverhaal wordt geregeld via een anterieure overeenkomst, of via het omgevingsplan als het kostenverhaal niet op een andere manier verzekerd is. Dit is het belangrijkste instrument voor faciliterend grondbeleid. Uiterlijk voordat het ontwerpbestemmingsplan ter visie gaat, sluiten initiatiefnemer en de gemeente een anterieure overeenkomst. Dit biedt voordelen voor zowel initiatiefnemer als de gemeente. De gemeente geeft in de anterieure overeenkomst de koers van de ontwikkeling aan en legt schriftelijk vast in hoeverre ze zich inspant voor de ontwikkeling. Zij kan in deze overeenkomst voorwaarden stellen waaraan de ontwikkeling moet voldoen. Een gemeente stuurt hiermee op locatie-eisen, programmering en planning. Wij zijn met de anterieure overeenkomst verzekerd van de exploitatiebijdrage. De initiatiefnemer krijgt ook helderheid en zekerheid over de inzet, die de gemeente aan de ontwikkeling levert. Binnen de afgesproken kaders spant de gemeente zich in om haar publiekrechtelijke taak aan te wenden voor het project. Een anterieure overeenkomst sluiten partijen als de locatieontwikkeling kans van slagen heeft. In de haalbaarheidsfase, die hieraan vooraf gaat, sluit een gemeente met de initiatiefnemer een haalbaarheidsovereenkomst (ook wel intentieovereenkomst genoemd). Deze overeenkomst geeft een gemeente comfort dat de kosten van deze fase worden vergoed. Daarnaast legt deze overeenkomst vast onder welke voorwaarden een gemeente meewerkt en wanneer ze haar inzet beëindigt. De overeenkomst bepaalt welke risico’s elk van de partijen op zich neemt en welke inspanning van elkaar wordt verwacht. De anterieure overeenkomst volgt de intentieovereenkomst op. Actief faciliterend grondbeleid Bij actief faciliterend grondbeleid denkt de gemeente actief mee met marktpartijen. Bij uitblijven van marktinitiatief stimuleert, verbindt, makelt en creëert zij het klimaat om een ruimtelijke ontwikkeling van de grond te krijgen. Ontwikkelingen die bijdragen aan gemeentelijke ambities, worden door haar actief ondersteund. De gemeente kan het ruimtelijke ordeningsproces actief ondersteunen en ook initiëren. Net als bij de vorige variant van facilitair grondbeleid betaalt de initiatiefnemer de door ons gemaakte kosten en sluiten we een haalbaarheidsovereenkomst die wordt opgevolgd door een anterieure overeenkomst. Meerwaarde voor de maatschappij Het sturen op maatschappelijke meerwaarde betekent dat we als gemeente het maatschappelijke effect van een ontwikkeling centraal stellen. Dit betekent overigens ook dat we onder voorwaarden een negatief resultaat op een grondexploitatie acceptabel kunnen vinden. Omdat we andere belangrijke doelstellingen van ons beleid hiermee behalen of dat we aantoonbaar maatschappelijke meerwaarde creëren die in kwalitatieve zin groter is. Een goed voorbeeld hiervan is het uitplaatsen van een bedrijf in een kern met veel verstening. Een invulling van de vrijkomende locatie met sociale huur en voldoende toevoeging van openbaar groen en water levert niet direct voldoende financiële middelen op voor een sluitende grondexploitatie, maar draagt wel bij aan de beschikbaarheid van woningen, klimaatbestendigheid en een gezonde leefomgeving. Vanzelfsprekend houden we rekening met aanvaardbare risico’s. Het grondbeleid is hiermee in de eerste plaats ondersteunend aan ander beleid, maar meer dan voorheen vanuit een brede maatschappelijke betrokkenheid van de gemeente. Belangrijk daarbij is dat we deze werkwijze vastleggen met een transparant afwegingskader waarin we benoemen onder welke voorwaarden de gemeente in een bepaalde situatie wenst te acteren. Grondeigendom is geen noodzakelijke voorwaarde om invloed uit te oefenen, maar geeft regie aan de gemeente om de gewenste doelen te bereiken of het kan er voor zorgen dat ongewenste prijsopdrijving wordt tegengegaan. We willen per project en per gebied in de gemeente duidelijke kaders meegeven over wat onze publieke rol is en wat we daar met onze private rol voor kunnen betekenen. Dit geeft een duidelijke taakverdeling tussen de gemeente en de andere partijen in de markt. De kernpunten van het omgeschakelde grondbeleid We schakelen over van een vooral facilitair en terughoudend situationeel actief grondbeleid naar een vooral situationeel grondbeleid dat actief of faciliterend is. Dit is afhankelijk van de situatie en de impact op het realiseren van onze maatschappelijke doelen. Binnen dit nieuwe grondbeleid hebben we ten opzichte van het vorige drie belangrijke kernpunten die deels een trendbreuk vormen ten opzichte van de Nota Grondbeleid 2016-2020. Deze drie kernpunten zijn van grote invloed op de rol en het effect dat een gebiedsontwikkeling heeft op de gemeentelijke organisatie (en financiën). In de volgende hoofdstukken worden de drie kernpunten voor het grondbeleid nader toegelicht. KERNPUNT 1: We bepalen onze rol als gemeente per situatie, wat leidt tot maatwerk per project en locatie, het situationele grondbeleid. KERNPUNT 2: Bij de afweging voor onze rol bij een (gebieds)ontwikkeling betrekken we de ambitie van de gemeente uit de Veerse opgaven uit de Omgevingsvisie Veere 2047. KERNPUNT 3: Veere is bereid risicodragend grondbeleid te voeren als het maatschappelijk rendement op de Veerse opgaven het risico verantwoordt, mits de financiële risico’s vooraf in beeld zijn gebracht en er voldoende middelen zijn binnen de reserve grondbedrijf om dit op te vangen.

Rechtspraak bij dit artikel