Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.4

Artikel 4.4.3

Strategie grondwater

Onderdeel van Programma Water en Riolering 2023-2027

ZORGPLICHT GRONDWATER Als gemeente dragen we zorg voor het in openbaar gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken mits dit doelmatig is en voor zover er geen verantwoordelijkheid bestaat voor de waterbeheerder of de provincie. De perceeleigenaar is wettelijk gezien primair zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn eigen grondwaterprobleem. We continueren ons grondwatermeetnet Het beheer van ons grondwatermeetnet ligt bij Brabant Water. We continueren onze samenwerking met Brabant Water. Als er om gevraagd wordt verschaffen wij informatie over inzicht in de grondwatersituatie. Sturen op het voorkomen van grondwaterover- en onderlast Bij ruimtelijke ontwikkelingen doorlopen we samen met het waterschap een watertoetsprocedure. Hierbij worden de waterhuishoudkundige randvoorwaarden en effecten van de nieuwe ontwikkeling vastgesteld en beoordeeld. Met het doorlopen van de watertoetsprocedure als onderdeel van de ruimtelijke procedure voorkomen we dat ‘natte’ gebieden bebouwd worden en/of dat onvoldoende ontwateringsmaatregelen worden getroffen. We ontwikkelen hydrologisch neutraal, en bij voorkeur hydrologisch positief, in gebieden waar mogelijke veranderingen in de grondwaterspiegel als gevolg van deze ingrepen een negatief effect heeft. Waar mogelijk ontwikkelen we hydrologisch positief zodat de zoetwatervoorraad wordt aangevuld ten gunste van langdurige droge perioden en we hiermee mede het risico op grondwateronderlast kunnen beperken. Als gemeente dragen we zorg voor het in stand houden van de ontwateringsfunctie van drainage (voor zover deze aanwezig is). In nieuwbouwgebieden zijn daarbij de ontwateringsdiepten uit Tabel 4 het te eisen minimum. De ontwateringsdiepten gelden als een inspanningsverplichting. Als gemeente kunnen we niet verantwoordelijk worden gesteld voor het handhaven van de genoemde waarden. Door in nieuwbouwsituaties en bij inbreidingen (extra) hoge peilhoogten te hanteren beperken we het risico op grondwateroverlast verder. Dit moet uiteraard wel mogelijk zijn gelet op de omliggende percelen en aangrenzend openbaar gebied. De voorkeur gaat uit naar ophogen in plaats van de aanleg van drainage. In bestaand gebied streven we naar het behalen van deze normen. Tabel 4: Minimale ontwateringsdiepten bij nieuwbouw Functie Minimaal benodigde ontwateringsdiepte (meter t.o.v. gemiddeld hoogste grondwaterstand) Bebouwing met kruipruimte* 0,7 Bebouwing met water- en vochtdichte vloeren* 0,7 Tuinen/groenvoorzieningen 0,5 Hoofdwegen** 1,0 Secundaire wegen en woonstraten** 0,7 * t.o.v. onderkant vloer ; ** t.o.v. de kruin van de weg Grondwaterconvenant Brabantse grondwaterpartners hebben een grondwaterconvenant opgesteld. De bouwstenen van dit convenant zijn: Meer water vasthouden Minder grondwater gebruiken en minder verdamping Ruimtelijke aspecten om dat te bereiken of de gevolgen hiervan te beperken Innovatie Governance Een doel dat hierin is besproken is dat ten opzichte van referentiejaar 2002 (KRW) in 2027 de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand verhoogd moet worden. Hoeveel is sterk afhankelijk van de locatie. Dit wordt nader afgestemt met de grondwaterpartners. Het convenant wordt nog verder afgestemd met gemeenten in Breed Bestuurlijk Grondwateroverleg. We analyseren de droogtesituatie in onze gemeente Om inzicht te krijgen in eventuele trends en lokale verschillen in de droogtesituatie analyseren we de meetreeksen van ons grondwatermeetnet. We werken mee aan initiatieven van derden ten behoeve van droogtebestrijding In het agrarisch gebied worden de veranderende weersomstandigheden en vooral de droogte in de bedrijfsvoering ervaren. Door in de natte periode het regenwater niet af te voeren, maar vast te houden in sloten of op land, wordt op een natuurlijke wijze het grondwater aangevuld en kunnen de langere periodes van droogtes beter worden overbrugd. Als gemeente en waterschap hebben we een adviserende en faciliterende rol. We infiltreren hemelwater bij nieuwe ontwikkelingen Via ons hemelwaterbeleid realiseren we hemelwaterberging bij nieuwe ontwikkelingen en koppelen we af in bestaand gebied. Dit draagt bij aan het tegengaan van wateroverlast, én door het infiltreren van hemelwater naar grondwater houden we water langer vast en faciliteren ook droogtebestrijding hiermee. We onderzoeken de mogelijk drainerende werken van onze infiltratieriolen en nemen waar nodig maatregelen om het grondwater vast te houden ‘Zonder water, geen later’ Dat is de titel van het eindrapport van de adviescommissie Droogte, over de aanpak van droogte in Brabant. Het eindrapport is op 15 september 2022 gepresenteerd tijdens de Brabantse Waterdag. “De uitkomsten van het advies bevestigen de urgentie van de aanpak van droogte; het (grond)watersysteem en watergebruik moet weerbaar worden voor (langere) periodes van droogte. Er moet op termijn een nieuw evenwicht ontstaan tussen afvoer, onttrekking en aanvulling. Het advies draagt bij aan de verdieping en verbreding van het politiek en maatschappelijk debat over klimaatadaptatie en vraagt aandacht voor de droogteproblematiek, ook bij het Rijk. Dit advies is onderscheidend vanwege de tijdshorizon die reikt tot 2040.” Bron: Provincie Noord-Brabant (brabant.nl) Faciliteren bij grondwateroverlast Van de perceeleigenaren verwachten we dat zij bij eventuele grondwaterproblemen de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen nemen. Als gemeente toetsen we geen bouwpeilen, we geven alleen randvoorwaarden mee in het kader van de watertoets. We treffen alleen maatregelen indien sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de functie van het gebied (zie Tabel 4) en indien het treffen van maatregelen doelmatig is. De gemeente is het eerste aanspreekpunt (waterloket) bij grondwateroverlast, na ontvangst van een melding onderzoeken we de situatie. Conform de zorgplicht gaan we alleen over tot het treffen van maatregelen als het op openbaar gebied op te lossen is, het structureel nadelige gevolgen heeft, en het doelmatig is. DEFINITIES STRUCTUREEL, NADELIGE GEVOLGEN, DOELMATIG De gemeentelijke taakopvatting ten aanzien van de begrippen structureel, nadelige gevolgen en doelmatig vullen we als volgt in: Structureel Situatie waarbij de minimaal benodigde ontwateringsdiepte gedurende vier weken per jaar wordt overschreden. Voor nieuwbouwgebieden gelden daarbij de ontwateringsdiepten uit Tabel 4. Bestaande gebieden worden afzonderlijk beoordeeld, omdat destijds nog geen ontwateringsdiepten waren geformuleerd. In alle gevallen betreft het een omstandigheid die voor een langere termijn geldt en geen incidentele situatie die bijvoorbeeld kan optreden na extreme neerslag. In dergelijke gevallen laat de wet een normaal maatschappelijk risico bij de perceelseigenaar. Nadelige gevolgen Indien in verblijfruimten omstandigheden optreden die tot volksgezondheids-problemen en/of economische schade leiden. De verblijfruimten dienen daarbij te voldoen aan de bouwregelgeving. Doelmatig In de toelichting op de wetgeving is ten aanzien van de doelmatigheidsvraag onder andere het volgende geschreven: ‘factoren als de omvang en de duur van de overlast, het aantal getroffen percelen, evenals de functie en de hydrologische toestand van het betrokken gebied, de financiële implicaties alsmede de verschillende mogelijke oplossingen om grondwateroverlast tegen te gaan, kunnen een rol spelen bij de vraag of maatregelen doelmatig zijn’. Bij de doelmatigheidsafweging dient ook te worden nagegaan of eventuele maatregelen niet tot de verantwoordelijkheid van het waterschap of de provincie behoren. Dit ligt vooral voor de hand in het buitengebied. Soms wordt overlast veroorzaakt door schijngrondwaterspiegels. Dan is er sprake van stagnerend regenwater in de neerwaartse stroming naar het grondwater. Oplossen van dergelijke situaties is voor rekening van de grondeigenaar. De voorkeursvolgorde voor het lozen van het overtollige grondwater is: doorbreken van de storende laag, lozing op hemelwaterriolering, oppervlaktewater, vuilwater riolering. Bronneringen Bij een bronnering wordt tijdelijk grondwater aan de bodem onttrokken om de grondwaterstand te verlagen. Zo kunnen werkzaamheden, zoals de aanleg van bouwwerken en kabels en leidingen, droog worden uitgevoerd. Voor zowel het onttrekken van grondwater als het lozen van het opgepompte grondwater op oppervlaktewater zijn de waterschappen het bevoegd gezag. Voor de lozing van bronneringswater op de riolering zijn we als gemeente het bevoegd gezag. Als uitgangspunt geldt dat schoon bronneringswater niet op het riool mag worden geloosd, maar dient te worden teruggebracht in de bodem of afgevoerd naar oppervlaktewater. We hanteren daarbij de onderstaande voorkeursvolgorde: Retourbemalen op eigen perceel of in de directe omgeving Lozen op oppervlaktewater Lozen op riolering De doelstelling is retourbemalen op eigen perceel. Als dat niet mogelijk is dan kan worden geloosd op oppervlaktewater, en indien dat eveneens niet mogelijk is dan op de riolering. In dit geval kunnen we als gemeente onder voorwaarden toestemming verlenen om op het riool te lozen. Het doelmatig functioneren van de riolering mag niet negatief worden beïnvloed door ofwel het volume/debiet van de lozing, ofwel de samenstelling van het te lozen water. Zoals opgenomen in de Verordening hemelwater en grondwater 2022: Voor het droog houden van een ontgraving kan tijdelijk de grondwaterstand worden verlaagd. Het opgepompte (grond )water bevat vaak gebiedseigen stoffen. Infiltratie in de bodem in de directe nabijheid heeft de sterke voorkeur. Afhankelijk van het debiet en omvang van de lozing kan het ook de riolering overbelasten. Als noodgedwongen toch water geloosd wordt, is registratie van hoeveelheden verplicht. Voor het lozen op een gemeentelijke voorziening wordt een vergoeding doorberekend. Zolang in de legesverordening hierover niets is opgenomen bedraagt deze € 0,25 / . Bij het lozen van grondwater of bronneringen op het vuilwaterriool of regenwaterriool hanteren we aanvullend de volgende uitgangspunten: Vuilwaterriool Het lozen van grondwater of bronneringswater op het vuilwaterriool is niet toegestaan tenzij: Het lozen van minimale hoeveelheden < 5m3/uur gedurende een kortere periode. Bijvoorbeeld voor het reinigen/verversen van een zwembad. Het lozen van grondwater en bronneringswater op locaties waar sprake is van een gemengd stelsel kan met een vergunning bij specifieke situaties (vergunningsplicht met maatwerkvoorschriften). Het lozen van grondwater of bronneringswater bij een grondwatersanering kan onder voorwaarden (vergunningsplicht met maatwerkvoorschriften). Regenwaterriool Voor het lozen van grondwater of bronneringswater op het regenwaterriool sluiten we aan bij de waterschapsregels uit de Brabant Keur en hierbij gelden op dit moment de volgende uitgangspunten: Geen meldplicht (vergunningsvrij) bij lozingen tot 50m3/uur. Meldplicht en eventuele maatwerkvoorschriften bij lozingen van 50 tot 100m3/uur. Vergunningsplicht bij lozingen boven de 100m3/uur. Actuele informatie hierover kunt u hier vinden: Grondwater lozen | Waterschap De Dommel. Risicobeheersing Het grondwater in de kernen wordt middels een grondwatermeetnet gemonitord. Jaarlijks worden de metingen met waterschap geanalyseerd en zodoende krijgen we inzage in (sterke) wisselingen van de grondwaterstand. Op basis van deze analyses kan worden bepaald of maatregelen nodig zijn.

Rechtspraak bij dit artikel