Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.4

Artikel 4.4.2

Strategie hemelwater

Onderdeel van Programma Water en Riolering 2023-2027

ZORGPLICHT HEMELWATER De gemeentelijke zorg voor het beheer van afvloeiend hemelwater heeft betrekking op het afvloeiend hemelwater van openbaar terrein en afvloeiend hemelwater dat niet op particulier terrein kan worden verwerkt. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater. De gemeente hoeft het hemelwater afkomstig van particulier terrein niet te ontvangen. Alleen als de houder van het verzamelde hemelwater dit redelijkerwijs niet kan afvoeren. Zie ook de ‘Verordening afvoer hemewater en grondwater 2022’ van de gemeente Oisterwijk. A - Visie Als het regent in de gemeente Oisterwijk wordt het hemelwater zoveel mogelijk gescheiden afgevoerd. Door klimaatverandering wordt het bestaande rioolstelsel steeds zwaarder op de proef gesteld: buien worden heviger en duren langer. Hierdoor neemt het risico op wateroverlast toe. Het blijven verruimen van de ondergrondse riolering is geen optie, dat wordt uiteindelijk te kostbaar. Om droge voeten te houden is het noodzakelijk om duurzamer met ons water om te gaan. Inwoners, bedrijven en de gemeente kunnen er voor zorgen dat minder water tot afstroming komt door percelen te vergroenen en minder verharding toe te passen. Daarnaast creëren we ruimte voor water in de bodem, groenvoorzieningen en/of het oppervlaktewater. En op momenten dat het echt hard regent passen we ons (rij)gedrag aan, zodat water veilig tijdelijk op straat geborgen kan worden. Invulling geven aan deze visie kan de gemeente niet alleen. We doen dit samen met waterbewuste burgers, bedrijven en andere waterpartners! B - Hoe gaan we met hemelwater om? Rekening houdend met het wettelijke kader en de toekomstige uitdagingen hanteert de gemeente Oisterwijk de volgende hoofdprincipes bij de verwerking van hemelwater: We beperken de hoeveelheid ingezameld hemelwater. We scheiden schone en vuile waterstromen. We verwerken ingezameld hemelwater zoveel mogelijk lokaal en bovengronds (“vasthouden waar het water valt”). We voeren af indien nodig. We beperken de risico’s tijdens extreme neerslag. 1.We beperken de hoeveelheid ingezameld regenwater De gemeente streeft naar een situatie waarbij het hemelwater, zoveel als mogelijk, op natuurlijke wijze in de bodem wordt verwerkt (infiltreren) en niet ingezameld wordt. Dit geldt voor openbaar én particulier terrein. Denk hierbij aan grindkoffers, tuinwadi’s, infiltratiebermen, groene daken, niet onnodig verharden en overtollige verhardingsstroken opruimen. Dit zorgt voor aanvulling van de grondwaterstand en de groene voorzieningen zorgen voor verkoeling tijdens hete zomers. Doordat het regenwater niet wordt afgevoerd naar de riolering, blijft de rioleringscapaciteit beschikbaar voor de verwerking van het overtollige regenwater tijdens piekbuien. Hemelwater kan worden hergebruikt in een grijswatersysteem voor toiletspoeling, bevloeiing en koeling. Als gemeente promoten maar verplichten we dit niet. De voorkeursvolgorde waterkwantiteit en waterkwaliteit is in de huidige situatie wettelijk vastgelegd (Wet Milieubeheer), maar heeft onvoldoende directe werking op initiatiefnemers. De voorkeursvolgorde nemen we op in het (tijdelijk) Omgevingsplan als algemene beleidsregel, zodat deze op alle intiatieven van toepassing is. Bij een niet-meldings- of vergunningplichtige activiteit dient de ontwikkelende partij te worden geacht rekening te houden met deze beleidsregel. Bij een meldings- of vergunningplichtige activiteit dient de ontwikkelende partij aantoonbaar te maken dat deze voldoet aan deze beleidsregel. 2.We scheiden schone en vuile waterstromen Vertrekpunt is het principe dat hemelwater schoon genoeg is voor een lokale verwerking in de bodem of afvoer naar oppervlaktewater. Bij nieuwbouw scheiden we stedelijk afval- en hemelwater. Indien wijkreconstructies en rioolvervanging/verbetering aan de orde zijn, onderzoeken gemeente en waterschap voorafgaand de meest doelmatige manier van hemelwaterverwerking. Afkoppelen is geen doel op zich, maar een middel om een waterbestendige gemeente en een optimaal zuiveringsproces te bereiken. Een gescheiden riolering betekent niet per definitie twee leidingen. Waar mogelijk laten we water plaatselijk in het groen infiltreren. Hemelwater mag niet aangesloten zijn of worden op onze drukriolering, om schoon water schoon te houden conform de wet Mileubeheer, en omdat drukriolering qua capaciteit alleen op vuilwatertransport is berekend. Overeenkomstig de ‘Voorkeursvolgorde omgang met hemelwater en ander afvalwater aan de bron’ worden de inrichting en het beheer van de bebouwde omgeving zodanig aangepakt dat verontreiniging van het milieu door afstromend (hemel)water wordt voorkomen. Bronmaatregelen ter voorkoming van verontreiniging zijn een zorgvuldige materiaalkeuze, waarbij blootstelling van hemelwater aan uitloogbare bouwmaterialen wordt voorkomen en een verantwoord beheer van de openbare ruimte (conform Barometer Duurzaam Terreinbeheer). Voor de verwerking van afstromend hemelwater van intensief gebruikte terrein- en wegverhardingen streeft de gemeente naar het toepassen van zuiverende voorzieningen, zoals een bodem/bermpassage, voordat lozing naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Komende planperiode stellen we wanneer er aanleiding voor bestaat per wijk een hemelwaterstructuurplan op, om zo een overzicht te genereren in een optimaal ontwerp van ons hemelwaterstelsel. 3.We verwerken ingezameld hemelwater zoveel mogelijk lokaal en bovengronds (“vasthouden waar het water valt”) Bij de verwerking van hemelwater streeft de gemeente voor het verwerken van het hemelwater op openbaar gebied naar robuuste en bij voorkeur bovengrondse voorzieningen, zoals een wadi en zaksloot (particulieren en bedrijven mogen het type toe te passen voorziening op eigen perceel zelf bepalen). De bovengrondse verwerking verhoogt het waterbewustzijn en verkleint de kans op foutaansluitingen. Om de openbare ruimte zo effectief mogelijk te benutten, streeft de gemeente naar het combineren van blauw/groene voorzieningen en eventueel speelvoorzieningen. Daar waar geen of weinig ruimte beschikbaar is, worden ondergrondse systemen, zoals infiltratieriolen toegepast. We staan open voor innovaties met betrekking tot het vasthouden of hergebruik van hemelwater. In combinatie met de reguliere onderhouds- en vervangingsmaatregelen continueren we het streven om het rioleringssysteem en de bijbehorende openbare ruimte zoveel mogelijk klimaatbestendig in te richten. We stemmen hierbij af met andere disciplines (bijvoorbeeld ruimtelijke ordening en beheer openbare ruimte) en maken een gezamenlijke afweging. Hierbij liften we zoveel als mogelijk mee met geplande werkzaamheden in de openbare ruimte. Het gaat dan om het zichtbaar maken van water, het verhogen van de belevingswaarde en integratie van water en groen. We benutten de reikwijdte van de zorgplicht riolering om voor maatregelen die bijdragen aan een goed functionerend stedelijk watersysteem uren en middelen beschikbaar te stellen. Bij ruimtelijke inrichtingen houden wij rekening met de gevolgen van de klimaatverandering om zo waterschade te voorkomen en de gevolgen indien er schade optreedt te beperken. Om toe te werken naar een robuust watersysteem nemen we daarom bij elke ontwikkeling van de openbare ruimte klimaatadaptieve maatregelen en waterrobuustheid mee. Bij (her) inrichting van en/of aanpassingen in de openbare ruimte dient de bestaande berging op straat minimaal gehandhaafd te blijven. Bij (her)inrichting en aanpassingen in de openbare ruimte komt het voor dat de hoogte van het maaiveld wordt aangepast (veelal om esthetische overwegingen). Hierdoor leidt eventueel water op straat makkelijker tot schade bij hevige neerslag dan in de oorspronkelijke situatie. 4.We voeren af indien nodig Als infiltreren en bergen niet op een doelmatige manier zijn te realiseren, voeren we het hemelwater af. Indien mogelijk naar bestaande oppervlaktewaterstructuren of buffers, die vooral aan de kernranden aanwezig zijn. De ontwerpuitgangspunten voor het rioolstelsel zijn verderop toegelicht in hoofdstuk F: Norm toetsing en ontwerp afvoercapaciteit rioolstelsel. Samen met het waterschap onderzoeken we of de berging- en afvoercapaciteit van het watersysteem toereikend is en/of er geen onwenselijke beïnvloeding van het oppervlaktewater- en rioleringssysteem optreedt. 5.We beperken de risico’s tijdens extreme neerslag Het is (economisch) onmogelijk om iedere neerslaggebeurtenis te verwerken in hemelwatervoorzieningen. Om te voorkomen dat tijdens extreme neerslag grootschalige wateroverlast en/of -schade optreedt, hanteren we de volgende voorzorgsmaatregelen: Voldoende hoog bouwpeil Geen vrijverval aansluitingen onder wegpeil Waterslimme inrichting Aangepast gedrag weggebruikers Begaanbaarheid calamiteitenroutes a. Voldoende hoog bouwpeil Het vloerpeil van (nieuwe) bouwwerken dient minimaal 0,20 m boven het wegpeil te liggen. Hierdoor is altijd een waterbergende schijf van 0,20 m mogelijk in de buitenruimte, voordat het water panden instroomt. Het (tijdelijk) Omgevingsplan is het meest geëigende instrument om een regeling voor de aanleghoogte (vloerpeil) op de nemen. Een dergelijke regeling kan echter de gewenste flexibiliteit in het bouwproces verkleinen en de gemeente opzadelen met een aansprakelijkheidsprobleem (een onjuiste aanleghoogte kan tot grote schade leiden). Om deze reden willen we in het (tijdelijk) Omgevingsplan de aanleghoogte globaal omschrijven (orde grootte 20 cm boven wegpeil). De aanleghoogte kan dan vervolgens meer gedetailleerd in een grondexploitatieplan of exploitatieovereenkomst worden vastgelegd afhankelijk van de situatie. De ontwikkelende partij dient in een maatwerkoverleg met de adviseur stedelijk water van de gemeente Oisterwijk het minimaal gewenste vloerpeil en de haalbaarheid daarvan te bespreken. b. Geen vrijverval aansluitingen onder wegpeil Conform de voorschriften uit het Bouwbesluit moeten rioolaansluitingen onder straatniveau, bijvoorbeeld van souterrains, lozen via een pomp. Dit voorkomt inpandig uittredend rioolwater bij een hoge waterdruk. c. Waterslimme inrichting We richten het straatprofiel bij voorkeur zodanig in dat we tijdelijk ‘water op straat’ kunnen bergen. Daarnaast beperken we de risico’s van afstromend hemelwater door aanpassing van de wegverkanting, het opheffen van obstakels of het aanbrengen van lokale waterkerende constructies. d. Aangepast gedrag weggebruikers Het tijdelijk bergen van water op straat vergt een aangepast gedrag van weggebruikers. Door hard rijden kan een zodanige golfslag ontstaan, waardoor water alsnog in panden kan stromen. Daarnaast zijn mogelijk losliggende putdeksels niet/slecht zichtbaar, waardoor het risico bestaat dat personen of voertuigen in een rioolput terecht komen. Daar waar mogelijk en noodzakelijk zullen de hulpdiensten op verzoek van de gemeente wegafzettingen plaatsen. e. Begaanbaarheid calamiteitenroutes De begaanbaarheid voor hulpdiensten op calamiteitenroutes bij extreme neerslag kan worden verbeterd. Komende planperiode brengen we inzichtelijk welke maatregelen we daarvoor kunnen treffen. C - Wat vinden we acceptabel en wanneer grijpen we in De voorgaande paragraaf beschrijft de wijze waarop de gemeente Oisterwijk met hemelwater wil omgaan. Bij nieuwbouwplannen kunnen deze hoofdprincipes direct toegepast worden. In het grootste deel van de gemeente is de uitgangssituatie het bestaande riool- en watersysteem. In deze gebieden geeft de gemeente in combinatie met reconstructieplannen (werk-met-werk) geleidelijk aan invulling aan de gewenste hemelwaterverwerkingswijze. Om te beoordelen wanneer ingrijpen in bestaande gebieden noodzakelijk is, maakt de gemeente gebruik van de afwegingssystematiek in Tabel 3. Tabel 3. Afwegingsmethodiek voor gemeentelijk ingrijpen tegen wateroverlast. Typering Omschrijving Aanpak gemeente Hinder Kortdurende periode van water op straat; waarbij verkeer nog mogelijk is. In geval van hinder treffen we niet direct maatregelen. We doen een beroep op het acceptatievermogen van onze inwoners en passanten en aanpassing van hun gedrag. Indien nodig plaatsen we wegafsluitingen om te voorkomen dat water op straat door hekgolven alsnog woningen binnenstroomt; Ernstige hinder Langer durende periodes van water op straat; verkeer is niet meer overal mogelijk. Verkeer op doorgaande wegen blijft wel mogelijk. (ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels). In geval van ernstige hinder treffen we als gemeente direct maatregelen om de hinder weg te nemen en de oorzaak (tijdelijk) weg te nemen. Bij de uitvoering van (reconstructie-)werken worden zodanige maatregelen getroffen, dat de kans op het optreden aanmerkelijk kleiner wordt. Schade Economische schade; groot risico op gezondheidsschade (ziekten of letsels die direct te relateren zijn aan water op straat); water in (winkel)panden met materiële schade tot gevolg. In geval van waterschade treffen we allereerst tijdelijke bovengrondse kostenefficiënte maatregelen om het acute risico op schade te beperken. Ter voorkoming van structurele overlast onderzoeken we mogelijke oorzaken en oplossingsrichtingen en brengen deze, mits doelmatig, ten uitvoer. Het optreden van schade en een ernstige belemmering van het (economische) verkeer vinden we niet acceptabel. D - Wateropgave bij nieuwe ontwikkelingen Nieuwbouwplannen van woningbouw en infrastructuur leiden tot afvoerend verhard oppervlak. Hierdoor ontstaat een versnelde afvoer van hemelwater met mogelijk wateroverlast tot gevolg. Bij dergelijke ontwikkelingen geldt dan ook het uitgangspunt dat plannen hydrologisch neutraal of positief uit worden gevoerd en dat percelen zo minimaal als mogelijk verhard zijn. Het Bouwbesluit vereist dat nieuwe bebouwing wordt voorzien van een gescheiden afvoer/verwerking van schoon en afvalwater. Voor de dimensionering van infiltratie-/bergingsvoorzieningen met afvoer naar de bodem en/of riolering hanteert de gemeente de uitgangspunten uit hoofdstuk G: ontwerpuitgangspunten hemelwatervoorzieningen. De eigenaar van een perceel heeft na omgevingsvergunning-plichtige bouwactiviteiten of na aanbrengen van verharding de verplichting om al het hemelwater dat op dat betreffend perceel valt op eigen terrein te verwerken. De eigenaar heeft daarbij vrije keuze in de toe te passen voorziening(en) waarbij het volgende geldt: deze moet 0,06 (60 mm per m2) x oppervlak (m2) x gevoeligheidsfactor (volgens keur waterschap) in 1 uur kunnen verwerken of tijdelijk kunnen bergen. de snelheid van verwerking van het geborgen hemelwater dient dusdanig te zijn, dat de berging na 48 uren weer leeg is. Bij aanvraag wijziging bestemmingsplan / omgevingsplan of omgevingsvergunning dient dit beschreven en berekend te worden. Overtollig hemelwater (meer dan 60 mm mag enkel via een overstortconstructie zichtbaar geloosd worden naar een gemeentelijke voorziening, niet zijnde drukriolering. Voor technische specificaties van de voorziening, de berekeningswijze van het volume van de voorziening, en voor uitzonderingsgevallen: zie de Verordening afvoer hemelwater en grondwater 2022 van de gemeente Oisterwijk. Voor de lozing van het (overtollige) hemel- en/of grondwater op gemeentelijke voorzieningen wordt de volgende voorkeursvolgorde gehanteerd: Op open maaiveld; Op niet afvoerende sloot (berging en infiltratie) Op open retentievoorziening; Op infiltratie riolering; Op afvoerende sloot; (evt. toestemming waterschap) Op hemelwater riolering; Op gemengde riolering; Op vuilwater riolering. Afspraken over de invulling van de wateropgave bij nieuwe ontwikkelingen worden vastgelegd in de waterparagraaf of omgevingsvergunning. Gemeente Oisterwijk is onderdeel van de Stedelijke regio Breda-Tilburg (SRBT). ‘Gemeenten, de waterschappen en de provincie gaan afspraken maken over de belangrijke opgave in de regio Breda-Tilburg voor de komende 10 jaar. Die worden vastgelegd in een verstedelijkingsakkoord met het Rijk.’ ‘Het Rijk heeft gevraagd wat de regio kan betekenen in de oplossing van het nationale woningtekort. De schept de mogelijkheid om tegelijk met woningbouw te investeren in bereikbaarheid/mobiliteit, het groene open landschap, het bekenherstel, in ecologie, biodiversiteit en klimaat.’ De ontwikkelingen als gevolg hiervan in de gemeente Oisterwijk zullen we wat betreft de waterbelangen met het waterschap afstemmen ten tijde van het meer concreet worden van deze opgave. E - Wateropgave bij afkoppelen Met afkoppelen bedoelen wij: minder hemelwater naar de zuivering brengen, maar vasthouden om te laten infiltreren in de ondergrond. Dus ook niet afvoeren via sloten of anderszijds. Afkoppelen is maatwerk. Bij projecten maken we een doelmatigheidsafweging. Indien doelmatig koppelt de gemeente bij rioolreconstructies openbare verharding af. Alle aangrenzende bebouwing wordt gelijktijdig voorzien van een schoon- en vuilwateraansluitleiding. Per project wordt beoordeeld of het wel/niet doelmatig (kosten/baten-afweging) is. De gemeente stimuleert particulieren en bedrijven om eigen dak- en terreinverhardingen af te koppelen. Indien mogelijk wordt de regenpijp aan de voorzijde van het pand in overleg en met toestemming van de bewoners door de gemeentelijke aannemer aangesloten op het regenwaterriool. Uitgangspunten Voor afkoppelen hanteert de gemeente onderstaande uitgangspunten. Bij wijzigingen in het verhard oppervlak als gevolg van reconstructies en afkoppelen van bestaande gebieden wil de gemeente kansen benutten voor een duurzame(re) verwerking van hemelwater. De gemeente hanteert een bergingscapaciteit van 60 mm/ verhard oppervlak bij een omvang van het een totaal verhard oppervlak. Groene-blauwe daken tellen mee bij het bepalen van de bergingscapaciteit. Afhankelijk van de constructie mag rekening worden gehouden met de bergingscapaciteit van het groene dak tot maximaal 60 mm (100%). Hemelwater dat van afgekoppeld verhard oppervlak afstroomt, kan op verschillende manieren worden behandeld. We hanteren de volgende voorkeursvolgorde hier: Gebruik makend van lokale voorzieningen het water bovengronds infiltreren. Gebruikmakend van oppervlakkige afstroming (goten en bestaande groenstructuren) om het water in de nabije omgeving te bergen en infiltreren. Door middel van ondergrondse infrastructuur ((infiltratie)-leidingen) overtollig water bergen, infiltreren en naar de rand van de kernen transporteren. Aan de randen wordt het water geborgen, deze berging wordt geledigd door middel van een voorziening (met beperkte afvoer) naar het oppervlaktewater. Bij de uitvoering van maatregelen, welke uit bovenstaande voorkeursvolgorde volgen, wordt bij elke voorziening lokale infiltratie en berging als positief effect gezien. Als laatste optie wordt directe afvoer naar het oppervlaktewater toegepast. Voor grotere gebieden (toename van verhard oppervlak van meer dan 10.000 ) dient de wijze van hemelwaterverwerking in een waterhuishoudingsplan onderbouwd te worden. Uitgangspunten hiervoor zijn opgenomen in de Brabant Keur van de Brabantse waterschappen. Hierbij geldt dat na sloop de ontwikkeling als nieuwbouw wordt beschouwd, en alle verhard oppervlak gecompenseerd dient te worden in een waterbergingsopgave. F - Norm toetsing en ontwerp afvoercapaciteit rioolstelsel Tot op heden heeft de gemeente Oisterwijk de afvoercapaciteit van het bestaanderioolstelsel gebaseerd op neerslaggebeurtenis Bui08 (herhalingstijd 1x/2j) uit de landelijke Kennisbank Stedelijk Water. Het uitgangspunt hierbij is dat dan geen water op straat optreedt. Indien het bestaande rioolstelsel niet voldoet aan dit uitgangspunt, voert de gemeente in combinatie met reconstructiewerkzaamheden verbeteringsmaatregelen uit. Om te anticiperen op klimaatverandering ontwerpt de gemeente de afvoercapaciteit van nieuweof te reconstrueren rioolstelsels op geen water op straat bij een composietbui met een herhalingstijd van T=2. Het gemengde riool wordt getoetst op geen verslechtering bij deze bui. Aanvullend op bovengenoemde toetsbuien heeft de gemeente het rioolstelsel doorgerekend met een klimaatscenario met verschillende herhalingstijden om kwetsbare locaties te identificeren. Hierbij geldt het uitgangspunt dat geen wateroverlast/schade mag optreden door afstromend hemelwater, water op straat wordt wel getolereerd. Indien van wateroverlast/schade wel sprake lijkt te zijn, treft de gemeente bovengrondse beheersmaatregelen. De maatregelen worden zo doelmatig mogelijk getroffen, met aandacht voor de beheerbaarheid. In bestaande gebieden volgt de gemeente de strategie zoals toegelicht in hoofdstuk C: Wat vinden we acceptabel en wanneer grijpen we in? G - Ontwerpuitgangspunten hemelwatervoorzieningen Om ervoor te zorgen dat hemelwatervoorzieningen goed blijven functioneren, stellen we de volgende eisen aan het ontwerp en de constructie: Toepassing van hemelwatervoorzieningen overeenkomstig de voorkeursvolgorde zoals benoemd onder hoofdstuk B: Hoe gaan we met hemelwater om? Controleerbaar op werking (zichtbaar of toegankelijk). Mogelijkheid tot reiniging, inspectie en onderhoud met gangbare technieken. Aanwezigheid van een overloopconstructie voor de verwerking van piekbuien. Lokale voorzieningen hebben de voorkeur boven centrale voorzieningen. Wanneer deze lokale (particuliere) voorzieningen de hoeveelheid regenwater niet kunnen verwerken (> 60 mm), is er een overstort naar een openbare voorziening. Deze bergt en infiltreert en stort bij onvoldoende capaciteit over op bij voorkeur oppervlaktewater (sloten) of anders gemengde riolering. H - Klimaatdialogen Als gemeente hebben we in lijn met de stappen in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie een klimaatstresstest opgesteld en klimaatdialogen gevoerd. Daar waar de vervolgacties hieruit bijdragen aan de waterzorgplichten geven we met dit PWR invulling hieraan. Samengevat kwam uit de dialogen het volgende naar voren: Hitte en wateroverlast op bedrijventerreinen De algemene conclusie van de dialoog met ondernemers en pandeigenaren op bedrijventerreinen is dat er een grote bereidheid is tot samenwerking tussen ondernemers en gemeente Oisterwijk. Men wil gezamenlijk aan de slag met klimaatadaptatie. Voor nu is er met name behoefte aan communicatie. Communicatie in de breedste zin van het woord, denk aan: In beeld brengen van mogelijke maatregelen, kosten en baten, en terugverdientijd. Pilot, casus, stip op de horizon: ervaringen, tips, inspirerende verhalen, voorbeelden delen: zone langs het spoor als mogelijke eerste locatie van casus / onderzoek. Een dergelijke pilot is nodig om de interne prikkel bij ondernemers voor het klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte en eigen percelen aan te wakkeren. Kansenkaart maken met geschikte locaties / percelen en passende klimaatadaptieve maatregelen. Gemeente in de lead: ondernemers contacteren om gezamenlijk aan de slag te gaan met klimaatadaptatie. Hitte, wateroverlast en droogte in het centrum van Oisterwijk De algemene conclusie van de dialoog met inwoners, ondernemers, zorginstellingen en gemeente is dat de gevolgen van extremer weer herkend en ervaren worden. Met name hittestress op het Lindeplein en KVL-terrein worden genoemd als kwetsbare locaties. Kansen worden gezien in het ontstenen van kwetsbare locaties en vergroenen waar mogelijk. Bij het klimaatbestendig inrichten van het centrum ligt de rol van de gemeente met name bij het communiceren, enthousiasmeren en duidelijk beleid en regelgeving. De bijdrage van bewoners en ondernemers op het klimaatbestendig inrichten van de gemeente ligt op praktische acties als het ontstenen van de eigen woon-, werk- en leefomgeving. Daarvoor is wel bewustwording nodig, welke onder andere vanuit de gemeente gecreëerd moet worden. De gemeente Oisterwijk moedigt het op eigen percelen nemen van klimaat adaptieve maatregelen aan. Deze maatregelen kunnen op vele manieren genomen worden. Het wordt aan de perceeleigenaren zelf overgelaten om in eigen situatie de best toepasbare maatregel te nemen. Voorstellen voor klimaatadaptieve maatregelen in de openbare ruimte worden met positieve grondhouding naar haalbaarheid beoordeeld. Zorginstellingen en -organisaties, zoals SKN en Thebe, zien een rol in het creëeren van bewustwording. De wil is er, maar er zijn ambassadeurs nodig die klimaatadaptatie onder de aandacht brengen. Tevens is goede afstemming met de gemeente nodig aangaande het klimaatadaptief bouwen en verbouwen van panden.

Rechtspraak bij dit artikel