1. De gegadigde die in de gelegenheid is gesteld om een verzoek in te dienen, die gepaard gaat met een aanvraag om een exploitatievergunning, maakt hiervoor gebruik van het door de burgemeester vastgestelde aanvraagformulier, als bedoeld in artikel 2:28a, eerste lid, van de APV en het daarbij behorende Bibob-vragenformulier. In het geval de gegadigde al beschikt over een exploitatievergunning, kan de gegadigde volstaan met een verzoek om de coffeeshop op de coffeeshoplijst te plaatsen. Dit verzoek dient schriftelijk worden ingediend bij de burgemeester.
2. Het aanvraagformulier en de daarbij behorende stukken, als bedoeld in het eerste deel van het eerste lid (waaronder het Bibob-vragenformulier en de stukken als bedoeld in artikel 2:28a, tweede lid, van de APV), moeten uiterlijk binnen vier weken, na de datum waarop de gegadigde in de gelegenheid is gesteld om een aanvraag in te dienen, worden ingediend bij de burgemeester. Ditzelfde geldt voor een verzoek om de coffeeshoplijst op de coffeeshoplijst te plaatsen.
3. Alleen wanneer het verzoek, eventueel gepaard met een aanvraag om een exploitatievergunning, tijdig en met inachtneming van deze procedure is ingediend, komt het verzoek en/of de aanvraag in aanmerking voor verdere behandeling.