1. De burgemeester stelt een coffeeshoplijst vast.

2. De burgemeester vermeld op de coffeeshoplijst de volgende gegevens:

a. de naam waaronder de coffeeshop wordt geëxploiteerd;

b. het adres waarop de coffeeshop wordt geëxploiteerd;

c. de datum waarop de burgemeester aan de coffeeshop een exploitatievergunning heeft verleend (op grond van artikel 2:28, eerste lid, van de APV);

d. de duur, begin- en einddatum van de onder c genoemde exploitatievergunning; en

e. de naam, adres, geboortedatum, geboorteplaats en de contactgegevens van de exploitant van de onder c genoemde exploitatievergunning.