1.. Op grond van artikel 58 lid 2 onder b van de Pw en artikel 3 lid 1 onder a van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) kan het college besluiten de vordering kwijt te schelden als:

  • - redelijkerwijs te voorzien is dat debiteur de schuld niet binnen afzienbare tijd zal kunnen afbetalen; en
  • - redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder kwijtschelding van de Tozo-vordering niet tot stand zal komen; en
  • - de vordering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang; en
  • - de debiteur een de-minimisverklaring overlegd, waaruit moet blijken dat het bedrag van de kwijtschelding niet de ruimte voor de-minimissteun overstijgt.

2.. Het college trekt het besluit om mee te werken aan een schuldregeling in als:

  • - niet binnen 12 maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen bedoeld in het 1e lid;
  • - de debiteur de aan de schuldregeling verbonden verplichtingen ondanks waarschuwing blijft schenden; of
  • - op een later tijdstip blijkt dat onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en op basis van de juiste of volledige gegevens een ander besluit zou zijn genomen.