Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2

Artikel 2.10

Beoordelingscriteria en puntentelling voor het plan van aanpak en de vergelijkende toets voor schaarse vergunningen

Onderdeel van Nadere regels voor deelscooters Amsterdam 2023

1.. De beoordeling van de aanvragen geschiedt op basis van de volgende door de aanvrager bij de aanvraag aan te leveren plannen en beschrijvingen, waarbij geldt dat ieder(e) plan of beschrijving maximaal 2 A4 mag beslaan en op enigerlei wijze van schrijfbeveiliging dient te zijn voorzien: een veiligheidsplan met maatregelen waarmee de aanvrager stuurt op optimale veiligheid van de gebruiker en andere weggebruikers. In het plan wordt in ieder geval omschreven hoe de aanvrager het verplichte helmgebruik onderstreept en dwingend stuurt op het gebruik van een helm voor zowel de gebruiker als voor de bijrijder, op welke wijze veiligheidsinstructies worden aangeboden en welke voorzorgsmaatregelen door de aanvrager worden getroffen om het rijden onder invloed tegen te gaan. De toezegging om in samenwerking met de gemeente te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om alcoholmisbruik onder bestuurders, en negatieve gevolgen daarvan zoals ongelukken en onverantwoord (rij)gedrag door bestuurders, te voorkomen - bijvoorbeeld middels het instellen van een alcoholslot - maakt eveneens onderdeel uit van het veiligheidsplan; een klachtenplan, waarin in ieder geval is opgenomen hoe klachten van derden (niet – zijnde klanten) kunnen worden ingediend, binnen welke termijn en op welke wijze klachten worden opgevolgd, hoe de afhandeling van klachten wordt geregistreerd en hoe de indiener van de klacht op de hoogte wordt gesteld van de afhandeling; een parkeerplan, met maatregelen om overlast van hinderlijk geparkeerde deelscooters te voorkomen en om een omschrijving hoe het free-floating parkeren wordt afgeschaald ten behoeve van parkeren in hubs (bij nieuwe hubs wordt een verbodsgebied in de directe omgeving ingesteld); een onderhoudsplan, waarin ten minste is beschreven hoe vaak deelvoertuigen minimaal onderhouden worden, hoe de voertuigen geïnspecteerd worden op gebreken, hoe snel kapotte deelvoertuigen van straat gehaald worden, hoe snel deelvoertuigen met een (bijna) lege accu opgeladen of van straat gehaald worden en op welke wijze invulling wordt gegeven aan duurzame bedrijfsvoering; een implementatieplan waarin de aanvrager omschrijft hoe hij zorgdraagt voor een gecontroleerde introductie en daaropvolgende uitrolmomenten totdat het voertuigenplafond is bereikt en hoeveel voertuigen de aanvrager voornemens is te exploiteren; een beschrijving van de nauwkeurigheid waarmee voertuigen zijn te traceren; een spreidings- en herverdelingsplan, waarin ten minste is beschreven in welke gebieden binnen de stad de deelvoertuigen in elk geval zullen worden aangeboden; een marketing- en communicatieplan, waarin ten minste is beschreven, welke maatregelen worden genomen om het gebruik van deelvoertuigen te vergroten, en waarin wordt ingegaan op communicatie en marketing en (andere) effectieve maatregelen om het gebruik van deelvoertuigen te vergroten; beschrijving van de mate waarin (data)standaarden worden toegepast die interoperabiliteit bevorderen; een beschrijving van de samenwerking met andere mobiliteitsaanbieders in Amsterdam en de MRA; een regionaal plan waarin de aanvrager tenminste beschrijft of de vergunde ‘Amsterdamse’ voertuigen ook buiten Amsterdam kunnen worden aangeboden en welke maatregelen hij neemt om te voorkomen dat het aantal in Amsterdam aanwezige voertuigen van de aanvrager op enig moment boven het vergunde aantal voertuigen uitkomt; een beschrijving van de wijze waarop de aanvrager waarborgt dat het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens en data voldoet aan geldende wet- en regelgeving. 2.. De puntentoekenning aan bovengenoemde plannen en beschrijvingen in het kader van de vergelijkende toets, is hierna omschreven. Indien een plan of beschrijving voldoet aan hetgeen in de middelste kolom is weergegeven, wordt het in de rechterkolom genoemde aantal punten toegekend. Waar in de hiernavolgende criteria, een criterium bestaat uit een a, b, c of d variant zullen aanvragers alleen punten ontvangen voor één van de mogelijke van toepassing zijnde variaties op een artikel. Dat wil zeggen; wanneer de A-variant van toepassing is en dit ook impliceert dat wordt voldaan aan de B- en opvolgende varianten, dan worden alleen de punten toegekend die gelden voor de A-variant. 3. Veiligheidsplan (maximaal 100 punten) De aanvraag gaat vergezeld met een veiligheidsplan met maatregelen waarmee de aanvrager stuurt op optimale veiligheid van de gebruiker en andere weggebruikers. In het plan wordt in ieder geval omschreven hoe de aanvrager het verplichte helmgebruik onderstreept en dwingend stuurt op het gebruik van een helm voor zowel de gebruiker als de bijrijder, op welke wijze veiligheidsinstructies worden aangeboden en welke voorzorgsmaatregelen door de aanvrager worden getroffen om het rijden onder invloed tegen te gaan. 3.1 Bij elk deelvoertuig is een tweede gratis valhelm beschikbaar die voldoet aan de wettelijke eisen en de aanvrager heeft in de aanvraag beschreven op welke wijze de valhelm beschikbaar is. 25 3.2 De gebruiksaanwijzing van de bromfiets en informatie over relevante verkeersregels zoals de plek op de weg is bij elk voertuig, via de app en website van de aanbieder (zowel in het Nederlands als Engels) beschikbaar voor iedere gebruiker en geïnteresseerde. De aanvrager dient in de aanvraag te beschrijven op welke wijze de gebruiksaanwijzing en de informatie over de verkeersregels beschikbaar zijn. 15 3.3 De aanvrager heeft in de aanvraag beschreven op welke wijze gebruikers op de hoogte worden gehouden en zich bewust zijn en blijven van verkeersregels en veiligheidsinstructies. 30 3.4 De gemeente wil dat in de toekomst alle deelvoertuigen uitgerust zijn met ISA-technologie. Daarbij gaat het in beginsel om de waarschuwingsfunctie; en nog niet om automatische snelheidsbeperking zolang dit niet voor alle gemotoriseerde voertuigen geldt. De aanvrager heeft in de aanvraag beschreven op welke wijze de technologie met waarschuwingsfunctie de komende vergunningsperiode stapsgewijs ingevoerd wordt op alle aangeboden deelscooters. 30 4. Klachtenplan (maximaal 65 punten) De aanvraag gaat vergezeld met een klachtenplan, waarin in ieder geval is opgenomen hoe klachten van derden (niet-zijnde klanten) kunnen worden ingediend, hoe de afhandeling van klachten wordt geregistreerd, hoe de indiener van de klacht op de hoogte wordt gesteld van de afhandeling en binnen welke termijn en op welke wijze klachten worden opgevolgd, waarbij expliciet onderscheid wordt gemaakt tussen ‘first response time’ en ‘ticket resolution time’. First response time verwijst naar hoe lang het duurt voordat een klantenservicemedewerker reageert op een klacht of vraag van een klant (geen automatic reply). Ticket resolution time verwijst naar de tijd die een klantenservicemedewerker vanaf de ontvangst en registratie van de klacht nodig heeft om het probleem volledig en inhoudelijk op te lossen. 4.1 Klachten van derden (niet-klanten) kunnen zowel telefonisch (maandag tot en met vrijdag tussen 9-17 uur (nationale feestdagen uitgezonderd)) als per e-mail (7 dagen in de week) bij de aanvrager worden ingediend in de Nederlandse taal. 20 4.2 Klachten van derden (niet-klanten) kunnen zowel telefonisch (maandag tot en met vrijdag tussen 9-17 uur (nationale feestdagen uitgezonderd)) als per e-mail (7 dagen in de week) bij de aanvrager worden ingediend in de Engelse taal. 5 4.3 De aanvrager beschrijft de wijze waarop binnenkomende klachten en de afhandeling daarvan worden geregistreerd, waarin per type klacht het aantal klachten (anoniem) wordt weergegeven. 10 4.4 De aanvrager rapporteert middels een vast format van de gemeente periodiek in de maandelijkse rapportage, aan de gemeente het type klacht, het aantal klachten (anoniem), inclusief first response time, ticket resolution time en wijze van afhandeling. 15 4.5 97% van de algemene klachten wordt binnen 8 uur afgehandeld (ticket resolution time), 1% binnen 24 uur, 1% binnen 36 uur en de overige 1% binnen 48 uur(ook in weekenden en feestdagen). De afhandeling wordt teruggekoppeld aan de indiener. 15 5. Implementatieplan (maximaal 100 punten) 5.1 De aanvrager is in staat om vanaf het moment van gunning tenminste 50% van het vergunde aantal voertuigen te exploiteren binnen 3 maanden en 100% van het vergunde aantal voertuigen te exploiteren binnen 6 maanden. 20 5.2a De aanvrager wil tussen de 400 en 500 voertuigen exploiteren 20 5.2b De aanvrager wil tussen de 500 en 600 voertuigen exploiteren 50 6. Onderhoudsplan & duurzame bedrijfsvoering (maximaal 155 punten) De maatregelen die aanvrager neemt om kapotte voertuigen sneller van straat te halen en/of om te voorkomen dat de voertuigen kapot gaan, en de wijze waarop duurzaamheid wordt toegepast in de bedrijfsvoering . 6.1a De aanvrager zorgt ervoor dat deelvoertuigen die niet meer voldoen aan de eisen die bij of krachtens de Wegenverkeerswet aan scooters zijngesteld of anderszins defect zijnof onbruikbaar (waaronder in ieder gevalworden begrepen defecten die een comfortabel en veilig gebruik in de wegstaan en defecten aan het GPStracking systeem), binnen 12 uur nadat aanvrager redelijkerwijs bekend kon zijn met het defect of de onbruikbaarheid, van straat wordengehaald of terplaatse gerepareerd (zonder hinderof overlast terplaatse) en de aanvrager informeert de gemeente in dekwartaal rapportage alsbedoeld in artikel 2.8, eerste lid,onderdeel b.21 over het aantal van de straatverwijderde of terplaatse gerepareerde voertuigen en de termijn waarbinnen de voertuigen van straat zijn gehaald of ter plaatse zijn gerepareerd. 20 6.1b De aanvrager zorgt ervoor dat deelvoertuigen die niet meer voldoen aan de eisen die bij of krachtens de Wegenverkeerswet aan scooters zijn gesteld of anderszins defect zijn of onbruikbaar (waaronder in ieder gevalworden begrepen defecten die een comfortabel en veilig gebruik in de wegstaan en defecten aan het GPStracking systeem), binnen 12-16 uur nadat aanvrager redelijkerwijs bekend kon zijn met het defect of de onbruikbaarheid, van straat wordengehaald of terplaatse gerepareerd (zonder hinderof overlast terplaatse) en de aanvrager informeert de gemeente in dekwartaalrapportage alsbedoeld in artikel 2.8, eerste lid,onderdeel b.21 over het aantal van de straatverwijderde of terplaatse gerepareerde voertuigen en de termijn waarbinnen de voertuigen van straat zijn gehaald of ter plaatse zijn gerepareerd. 15 6.2 De aanvrager informeert de gemeente in de kwartaalrapportage over: het aantal van de straat verwijderde en gerepareerde deelvoertuigen de termijn waarbinnen de voertuigen van straat zijn gehaald/gerepareerd Aandeel reparaties op straat versus in onderhoudslocatie 10 6.3 De aanvrager controleert de deelvoertuigen preventief op gebreken en geeft aan op welke gebreken en hoe vaak deelvoertuigen preventief worden gecontroleerd en hoe - indien van toepassing - deze voertuigen van straat worden gehaald voor de controles. 15 6.4 De aanvrager heeft een automatisch systeem waarmee de bestuurder van het deelvoertuig te allen tijde kan zien wat de status van de accu is. 5 6.5 De aanvrager heeft een automatisch systeem waarmee de hij op afstand kan zien of er een defect is en dat aangeeft om welke defecten het gaat 5 6.6 De aanvrager voorkomt dat voertuigen met (bijna) lege accu’s op straat staan en heeft bij de aanvraag beschreven hoe hij dat doet.Onder bijna lege accu’swordt verstaan accu’s met minder dan 10% accucapaciteit en/of een actieradius van minder dan 5-7 kilometer. 10 6.7 De aanvrager of diens opdrachtnemer gebruikt bij de vervanging van (bijna) lege accu’s of bij reparatie op locatie op straat alleen emissievrije voertuigen of vervangt de accu’s op een andere wijze waarbij geen emissiein Amsterdam plaatsvindt. De aanvrager heeftin de aanvraag beschreven hoe dit gebeurt. Onderbijna lege accu’s wordtverstaan accu’smet minder dan 10% accucapaciteit. 15 6.8 Aanvrager gebruikt overdag tijdens de spitsuren (06.00 – 10.00 & 15.00 – 19.00) geen bestelwagens om zodoende de congestie te verminderen 10 6.9 De aanvrager beschrijft door welke partij, en op welke wijze, onderhoud wordt uitgevoerd (in het geval van een externe leverancier wordt de duurzame bedrijfsvoering van die leverancier ook aangetoond) 15 6.10a Aanvrager heeft ervoor gekozen een CO2-reductiemanagementsysteem gebaseerd op het Green House Gas Protocol te hanteren. De niveaus zijn beschreven in de onderstaande matrix. Hoe hoger het aangeboden niveau van de certificering, hoe hoger de toegekende score. Aanvrager kan aantonen aan een bepaald niveau te voldoen door een bijbehorend certificaat in te dienen bij de inschrijving. Type certificering Score CO2 prestatieladder Niveau 1 2 CO2 prestatieladder Niveau 2 5 Energie-audit EED 9 CO2 prestatieladder Niveau 3 9 CO2 prestatieladder Niveau 4 15 ISO 14001-reductiemanagement 1 15 ISO 14001-reductiemanagement 2 30 CO2 prestatieladder Niveau 5 30 Max 30 6.10b De aanvrager geeft op een alternatieve manier invulling aan CO2-reductiemanagement binnen de bedrijfsvoering. De aanvrager heeft hiervoor de ‘Verklaring inschrijfformulier CO2-reductiemanagementsysteem’ uit bijlage 3 ingevuld en toont aan dat aan de criteria wordt voldaan met aanvullende documenten. Max 30 6.11 De aanvrager beschrijft op welke wijze CO2-compensatie wordt toegepast door het bedrijf van de aanvrager via VCS, Gold Standard en/of Stichting Nationale Koolstofmarkt. 20 7. Traceerbaarheid (maximaal 15 punten) 7.1a De aanvrager gebruikt een techniek waarmee het deelvoertuig voor hem real-time met de nauwkeurigheid van tussen de 0 en 5 meter traceerbaar is in de openbare ruimte, indien deze geparkeerd of uitgelogd is, en heeft deze techniek in de aanvraag beschreven. 15 7.1b De aanvrager gebruikt een techniek waarmee het deelvoertuig voor hem real time met de nauwkeurigheid van tussen de 5 en 10 meter traceerbaar is in de openbare ruimte, indien deze geparkeerd of uitgelogd is, en heeft deze techniek in de aanvraag beschreven. 10 7.1c De aanvrager gebruikt een techniek waarmee het deelvoertuig voor hem real time met de nauwkeurigheid van tussen de 10 en 20 meter traceerbaar is in de openbare ruimte, indien deze geparkeerd of uitgelogd is, en heeft deze techniek in de aanvraag beschreven. 5 8. Spreidings- en herverdelingsplan (maximaal 650 punten) De aanvraag gaat vergezeld met een spreidings- en herverdelingsplan om te voorkomen dat voertuigen te veel clusteren (en daarmee potentieel zorgen voor hinder) en te bevorderen dat er een stadsbreed netwerk aan deelscooters kan ontstaan. In het spreidings- en herverdelingsplan omschrijft de aanvrager in elk geval hoeveel deelvoertuigen en in welke gebieden in de stad hij de deelvoertuigen in elk geval zal aanbieden na gunning, bij introductie en opvolgende momenten van uitrol tot het voertuigenplafond is bereikt. De gemeente acht het wenselijk dat er een gespreid aanbod van voertuigen is over de gehele stad. Daarom worden punten toebedeeld afhankelijk van de inschrijving op woningbouwlocaties en maatschappelijke relevante locaties. Een spreidingsplan met een inschrijving op woningbouwlocaties en maatschappelijke relevante locaties en structureel aanbod op deze locaties levert zodoende extra punten op naarmate de aanvrager zich voor meer locaties inschrijft. De woningbouwlocaties & maatschappelijke relevante locaties in Nieuw-West, Noord, Weesp en Zuidoost waar de aanvrager punten op kan verdienen staan hieronder beschreven. De locaties zijn tevens op de kaart in bijlage 2 te zien. De locaties hebben ieder een eigen weging. 8.1 De aanvrager doet in het plan de toezegging ervoor te zorgen dat deelvoertuigen te allen tijde in de gehele stad kunnen worden aangeboden, behalve op de wegen en weggedeeltes in de gebieden die de gemeente heeft aangewezen als gebieden waar geen deelvoertuigen mogen worden aangeboden. 50 8.2 De aanvrager neemt specifieke woningbouwlocaties en maatschappelijk relevante locaties zoals weergegeven in het hiernavolgende overzicht op in zijn servicegebied en heeft dit omschreven in het spreidingsplan. Max. 480 8.3 De aanvrager heeft in het spreidings- en herverdelingsplan omschreven dat en hoe de aanvrager middels herverdeling zorgt voor structureel en blijvend aanbod op de door de aanvrager toegezegde locaties in Nieuw-West, Noord, Weesp en Zuidoost en alle hubs. Conform het door de aanvrager voorgestelde spreidingsplan. 45 8.4 De aanvrager heeft in het spreidings- en herverdelingsplan omschreven hoe clustering van voertuigen wordt voorkomen (behalve binnen hubs) en wanneer welke (fysieke) maatregelen worden getroffen indien er sprake is van clustering. Hierbij geldt dat het aantal scooterplekken in een hub beperkt is en de aanbieder geen vaste plekken heeft. Er is dus geen plaatsgarantie in hubs. 45 8.5 De aanvrager heeft in het spreidings- en herverdelingsplan omschreven hoe bij grootschalige werkzaamheden afspraken gemaakt kunnen worden voor het (tijdelijk) beschikbaar stellen van deelscooters als aanvulling op een tijdelijk beperkt aanbod van openbaar vervoer. 30 Nieuw-West Type locatie Aantal punten Bedrijventerrein Businesspark Amsterdam Osdorp 5 Riekerpolder 5 Sloterdijk I 5 Gebiedsontwikkeling/woningbouwlocatie Schinkelkwartier 5 Sloterdijk 5 ov-locaties* Burgemeester De Vlugtlaan 10 Heemstedestraat 10 Henk Sneevlietweg 10 Isolatorweg 10 Jan van Galenstraat 10 Lelylaan (NS-station) 15 Postjesweg 10 Sloterdijk (NS-station) 15 Sportparken De Eendracht 5 Ookmeer 5 Sloten-West 5 Sloterparkbad 5 Spieringhorn 5 Winkelcentra Belgiëplein 5 Delflandplein 5 Lambertus Zijlplein 5 Osdorper Ban 5 Osdorpplein 5 Pieter Calandlaan 5 Plein 40-45 5 Sierplein 5 Ziekenhuizen Antoni van Leeuwenhoek 10 OVLG-West 10 Noord Type locatie Aantal punten Gebiedsontwikkeling/ woningbouwlocatie Buiksloterham 5 Elzenhagen 5 Hamerkwartier 5 NDSM 5 ov-locaties* Metrostation Noord 10 Metrostation Noorderpark 10 Winkelcentra Banne 5 Buikslotermeerplein 5 Mosveld 5 Molenwijk 5 Waterlandplein 5 Sportparken Kadoelen 5 Melkweg 5 Schellingerwoude 5 Tuindorp Oostzaan 5 Vliegenbos 5 Ziekenhuizen Boven-IJ Ziekenhuis 10 Weesp Type locatie Aantal punten Bedrijventerrein Weespersluis 15 ov-locaties* Station Weesp 15 Gebiedsontwikkeling/woningbouwlocatie Weespersluis 15 Overig Driemond 15 Zuidoost Type locatie Aantal punten Bedrijventerrein Amstel III bedrijventerrein 5 Gebiedsontwikkeling/woningbouwlocatie Amstel III 10 ov-locaties (metro / NS-stations)* Metro- en NS-station Holendrecht 15 Metrostation Bullewijk 10 Metrostation Gaasperplas 10 Metrostation Ganzenhoef 10 Metrostation Gein 10 Metrostation Kraaiennest 10 Metrostation Strandvliet 10 Metrostation Venserpolder 10 Sportparken Bijlmer Sportpark 5 Winkelcentra Amsterdamse Poort (oostzijde) 5 Gaasperplas 5 Gein 5 * Voor sommige ov-locaties geldt dat deze zijn opgenomen in artikel 3.2 en de lijst van verbodsgebieden in bijlage 1. Op deze plekken is free-floating niet toegestaan, maar kunnen de voertuigen worden aangeboden vanuit een door de gemeente aangewezen plek, zoals een (toekomstige) hub of een scootervak. 9. Parkeerplan (maximaal 140 punten) De aanvraag gaat vergezeld met een parkeerplan met maatregelen om overlast van hinderlijk geparkeerde deelscooters te voorkomen. 9.1 De aanvrager heeft omschreven met welke inspanningen wordt bijgedragen aan het instellen van dynamische (no) parking zones bij evenementen en werkzaamheden, en heeft deze techniek in de aanvraag beschreven. 10 9.2 De aanvrager heeft omschreven met welke inspanningen wordt bijgedragen aan het instellen van locatiegerichte parkeerverboden, eventueel in combinatie met tijdelijke virtuele (GPS) parkeerzones, en heeft deze techniek in de aanvraag beschreven. 10 9.3 De aanvrager neemt maatregelen om de deelvoertuigen te herverdelen wanneer deelvoertuigen te veel clusteren op een locatie of deze langer dan twee dagen hebben stilgestaan/geparkeerd staan, en heeft deze maatregelen beschreven in de aanvraag. Bij de herverdeling worden de voertuigen bijgeplaatst in hubs, stations en locaties buiten de ring. Bij het bepalen of deelvoertuigen te veel clusteren worden in ieder geval de klachten die hierover zijn binnengekomen bij de gemeente en/of de aanvrager meegenomen. 30 9.4 De aanvrager maakt gebruik van technologische mogelijkheden om te voorkomen dat deelvoertuigen worden aangeboden of geparkeerd op die plekken die de gemeente heeft aangewezen als gebieden waar geen deelvoertuigen mogen worden aangeboden of worden geparkeerd en beschrijft deze, waarbij onder meer wordt ingegaan op de nauwkeurigheid van deze technologische mogelijkheden. 10 9.5 De aanvrager heeft in het plan omschreven op welke wijze hij er zorg voor draagt dat het eigen voertuigplafond niet wordt overschreden in de gebieden centrum + Pijp en S100-ring onder het IJ (zoals in figuur A, art. 2.3). 30 9.6 De aanvrager heeft in het plan omschreven op welke wijze hij er zorg voor draagt dat het totale maximale aantal parkeerplekken in een hub niet wordt overschreden. De aanvrager omschrijft op welke termijn hij in staat is om dit op geautomatiseerde wijze te doen. De aanvrager omschrijft zowel de wijze waarop hij hier invulling aan geeft op geautomatiseerde wijze en de wijze waarop de aanvrager dit doet totdat dit op geautomatiseerde wijze mogelijk is. 20 9.7 De aanvrager heeft in het plan omschreven op welke wijze hij zorgdraagt voor zo beperkt mogelijke geluiden/geluidsmeldingen bij het openen en/of vergrendelen van het voertuig. 30 10. Interoperabiliteit en MaaS (maximaal 30 punten) 10.1a De aanvrager heeft een volledige integratie (beschikbaarheid, boeken, reizen, betalen) via tenminste twee MaaS-dienstverleners die in Nederland actief zijn volgens de standaarden die zijn beschreven in de publicatie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (versie 1.0) van 16 mei 2019, met de titel ‘Blueprint for an API’, gepubliceerd op www.dutchmobilityinnovations.com. 30 10.1b De aanvrager heeft een volledige integratie (beschikbaarheid, boeken, reizen, betalen) via tenminste twee MaaS-dienstverleners die in Nederland actief zijn, echter zonder gebruik te maken van de TOMP-API. 20 10.1c De aanvrager heeft een onvolledige integratie (bijvoorbeeld alleen beschikbaarheid van voertuigen via MaaS met doorverwijzing naar eigen app) waarbij integratie van deze functionaliteit plaatsvindt via de standaarden die zijn beschreven in de publicatie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (versie 1.0) van 16 mei 2019, met de titel ‘Blueprint for an API’, gepubliceerd op www.dutchmobilityinnovations.com. 10 10.1d De aanvrager heeft een onvolledige integratie (bijvoorbeeld alleen beschikbaarheid van voertuigen via MaaS met doorverwijzing naar eigen app). 5 11. Samenwerking met andere mobiliteitsaanbieders in Amsterdam en Amsterdamse hubs (maximaal 45 punten) 11.1 De aanvrager beschrijft zijn visie op en intentie tot de samenwerking met toekomstige MaaS dataplatformen en andere dataplatform aanbieders. Hierbij dient zij eigenaarschap, techniek en data uitwisseling toe te lichten. 10 11.2 De aanvrager levert concrete voorbeelden van contact en/of projecten aan waarmee samenwerking werd gezocht binnen het mobiliteitsecosysteem. 10 11.3 De aanvrager beschrijft de intentie om samen te werken met toekomstige MaaS dataplatformen of andere dataplatform aanbieders. 10 11.4 De aanvrager beschrijft de intentie tot samenwerking, en de verwachte werkwijze met andere mobiliteitsaanbieders, waaronder in elk geval NS, GVB en Connexxion en de mobiliteitsaanbieders in de hubs. 15 12. Marketing- en communicatieplan (maximaal 65 punten): De aanvrager heeft een marketing- en communicatieplan opgesteld met daarin: 12.1 Een beschrijving van de marketing- en communicatieacties bij start lancering vergunning in de stadsdelen Noord, Nieuw-West, Zuidoost en stadsgebied Weesp 10 12.2 Een beschrijving van de gerichte marketing- en communicatieacties om lage inkomensgroepen te bereiken (bijvoorbeeld kortingsacties) 20 12.3 Een beschrijving van de gerichte marketing- en communicatieacties bij de introductie van een nieuw servicegebied 10 12.4 Een beschrijving van de gerichte marketing- en communicatieacties bij de introductie van een nieuwe hublocatie 15 12.5 Een beschrijving van de gerichte marketing- en communicatieacties om nieuwe doelgroepen te bereiken 10 13. Data- en persoonsgegevens (maximaal 40 punten) 13.1 De aanvrager heeft een privacyverklaring in het Engels. 10 13.2a De aanvrager beschrijft hoe hij invulling geeft aan ten minste drie van de pijlers in het Tada-manifest. 10 13.2b De aanvrager beschrijft hoe hij invulling geeft aan alle pijlers in het Tada-manifest. 15 13.3 De aanvrager is bereid de gebruikers van de voertuigen toestemming te vragen om hun gegevens in geanonimiseerde vorm aan de gemeente te verstrekken ten behoeve van monitorings- en evaluatiedoeleinden. 15 14. De in dit artikel bedoelde beoordeling geschiedt door een beoordelingscommissie die bestaat uit een oneven aantal van tenminste drie door of namens het college aangewezen personen van wie er één als voorzitter wordt aangewezen. 15. De beoordelingscommissie komt tot haar oordeel door de aanvragen in een vergadering te beoordelen, waarbij gezocht wordt naar een gezamenlijk oordeel over het toe te kennen aantal punten. Komt de commissie niet tot een gezamenlijk oordeel dan beslist de voorzitter op basis van de beraadslaging over het toe te kennen aantal punten. 16. De commissie maakt een proces-verbaal van de puntentoekenning waarin het toegekende aantal punten per onderdeel per aanvraag wordt opgenomen, alsmede een motivering van de puntentoekenning. 17. In de beslissing op de aanvraag ontvangt iedere aanvrager informatie over het aan hem toegekende aantal punten op de verschillende onderdelen, een motivering van het toegekende aantal punten, het totaal aantal punten van de aanvragers aan wie vergunning wordt verleend en een beschrijving van de kenmerkende voordelen van de twee aanvragen die als beste zijn beoordeeld. De inschrijvers die een vergunning krijgen moeten er rekening mee houden dat hun inschrijvingen openbaar worden gemaakt, nu grote delen daarvan onderdeel gaan uitmaken van hun vergunning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel