Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.6

Artikel 2.6.6

Vergewisplicht

Onderdeel van Beleidslijn toepassing Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet BIBOB)

Het bestuursorgaan zal zelfstandig een beslissing moeten nemen op de aanvraag. Het advies van het Landelijk Bureau BIBOB kan hierbij als advies dienen, het bestuursorgaan heeft echter een vergewisplicht (artikel 3.9 Awb: Indien een besluit berust op een onderzoek naar feiten en gedragingen dat door een adviseur is verricht, dient het bestuursorgaan zich ervan te vergewissen dat dit onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden). Dit betekent dat het bestuursorgaan zelf zal moeten nagaan of de conclusies en het advies van het landelijk bureau ook gedragen worden door de feiten en omstandigheden die hieraan ten grondslag hebben gelegen. Alvorens een besluit wordt genomen de aanvraag te weigeren (of voorwaarden te verbinden aan een vergunning) dient de aanvrager in de gelegenheid te worden gesteld een zienswijze naar voren te brengen. Ook derden die genoemd zijn in het besluit, worden aangemerkt als belanghebbenden en dienen in staat te worden gesteld een zienswijze in te dienen. Opgemerkt dient te worden dat derden alleen dat gedeelte van het advies van het Landelijk Bureau BIBOB mogen inzien, welke op henzelf betrekking heeft. Indien er zienswijzen worden ingediend of indien er vragen naar voren komen op basis van de eigen vergewisplicht, worden er aanvullende vragen gesteld aan het Landelijk Bureau BIBOB. Deze aanvullende vragen worden schriftelijk gesteld. De ingediende zienswijzen worden standaard voorgelegd aan het Landelijk Bureau BIBOB, indien deze zienswijzen gerelateerd zijn aan het BIBOB-advies. De vergewisplicht zal verankerd moeten worden in de gemeentelijke BIBOB-procedure. In vrijwel alle gevallen zal bij een weigerings- of intrekkingsbesluit gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen door de betrokkene(n). Het is verstandig deze zienswijze, indien ze betrekking hebben op de inhoud van het advies, voor te leggen aan het Landelijk Bureau BIBOB. Richtlijn om te voldoen aan de vergewisplicht: Het bestuursorgaan gaat zelfstandig na of de aangedragen feiten als zodanig voldoende concludent zijn voor het advies. Dit doet het bestuursorgaan door: Voorafgaand aan de ontwerpbeschikking: indien de aangedragen feiten bestaan uit vermoedens of zachte informatie (dus bv. CIE-informatie of lopende onderzoeken en dus niet bestaan uit gepleegde strafbare feiten), wordt aan het LBB gevraagd of de bij hun beschikbare informatie voldoende is om tot het uitgebrachte advies te komen; zelfstandig te onderzoeken of veronderstelde zakelijke samenwerkingsverbanden ook overeenkomen met eigen informatie (bv. vanuit toezicht, belastingdienst, open bronnen). Voordat de definitieve beschikking wordt genomen: zienswijze die worden ingediend en die aangedragen feiten uit het advies in twijfel trekken, of anderziens het advies van het Landelijk Bureau BIBOB in twijfel trekken, worden ter beoordeling (of voor nader advies) voorgelegd aan het Bureau. Vragen aan het Landelijk Bureau BIBOB of een verzoek om nader advies worden bij voorkeur schriftelijk gedaan; In de beschikking wordt standaard het onderdeel vergewisplicht opgenomen. In dit onderdeel van de beschikking wordt vermeld op welke wijze hiermee is omgegaan: indien het Landelijk Bureau BIBOB gevraagd is om een nader advies, wat de uitkomsten hiervan waren; hoe is omgegaan met de ingebrachte zienswijze; indien het Landelijk Bureau BIBOB niet om een nader advies is gevraagd, wordt gemotiveerd waarom het bestuursorgaan dit niet nodig heeft geacht en zelfstandig heeft kunnen vaststellen dat de aangedragen feiten als zodanig concludent zijn voor het advies.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel