Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1

Ontwikkelingen

Onderdeel van VTH beleid Twente

Versterking VTH-stelsel De complexiteit in de fysieke leefomgeving is fors toegenomen. Daarom wordt er landelijk ingezet op structurele verbeteringen van het huidige VTH-stelsel, wat één van de pijlers is om binnen het milieudomein in te zetten op een schonere, gezondere en veiligere leefomgeving. Dit doel wordt niet alleen nagestreefd door het Rijk als stelselverantwoordelijke voor het VTH-stelsel als geheel. Ook alle andere betrokken partners in het VTH-stelsel (provincies, gemeenten en omgevingsdiensten) streven hiernaar, met ieder hun eigen verantwoordelijkheden en plaats binnen het stelsel. Het VTH-stelsel is een dynamisch stelsel en zal gezien alle opgaves blijven door ontwikkelen. Het kabinet heeft in het Coalitieakkoord structureel geld vrijgemaakt voor het versterken van het VTH-stelsel. Tijdslijn VTH stelsel Tweejaarlijks wordt de wet VTH geëvalueerd op de kwaliteit van het VTH-stelsel. De opdrachtgever van deze evaluaties was de Minister Milieu en Wonen. Evaluatie 2 geeft inzicht in de kwaliteit van uitvoering van: De basistaken (verplicht) en plustaken (vrijwillig); De achterblijvende taken. Op basis van de evaluaties Berenschot is een Uitvoeringsagenda VTH opgesteld (’Boef of Buur’). Er is door de Staatsecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) een opdracht aan de adviescommissie VTH gegeven onder leiding van de commissie Van Aartsen. De opdracht was: ‘Wat is er bereikt, hoe past het bij de bedoeling van het VTH-stelsel en wat is aanvullend nodig om het stelsel te verbeteren?’. Vervolgens zijn meerdere onderzoeken naar de kwaliteit van het VTH-stelsel gepubliceerd. Naast het versterken van het VTH-stelsel is in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) en het Ministerie van I&W een verkenning uitgevoerd door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CVV) naar knelpunten in de uitvoering met betrekking tot milieucriminaliteit (Boef of Buur). Over de aanpak van milieucriminaliteit zijn ook meerdere rapporten verschenen. Het gaat hierbij om afstemming tussen bestuursrecht en strafrecht waarbij iedere betrokken partij zijn eigen rol, doel en verantwoordelijkheid heeft. Bij milieucriminaliteit kan strafrechtelijk worden opgetreden. Bij milieuovertredingen kan bestuursrechtelijk worden opgetreden. Ze vullen elkaar aan, maar hebben wel beide een ander doel. Bestuurlijk handhaven is efficiënter en sneller. Bij veel bedrijven is door middel van een gesprek al iets te bereiken, maar dat is anders bij bewuste en grote overtredingen en misdrijven (criminaliteit). Het is belangrijk om samen op te treden en gezamenlijk afspraken te maken met ketenpartners. Het rapport van de adviescommissie VTH onder leiding van Van Aartsen kreeg veel aandacht in de media. Dit bracht een landelijke discussie op gang over de kwaliteit van het VTH-stelsel met daaraan gekoppeld de adviezen en aanbevelingen die in de verschillende rapporten zijn gedaan. Er is een uitvoeringsprogramma “Liever een goede buur!” opgesteld waarin het Rijk, provincies en gemeenten samen optrekken om VTH te versterken en milieucriminaliteit tegen te gaan. Twente Begin 2022 vond onder voorzitterschap van mevrouw Sorgdrager een eerste bestuurlijke bijeenkomst in Twente plaats over de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken. Het doel tijdens deze bijeenkomst was om gezamenlijk de inhoud van de verschillende rapporten te verkennen en vanuit een breder perspectief te bekijken wat nodig is om de kwaliteit van de uitvoering te verbeteren. Niet alleen met het oog op de omgevingsdiensten, maar ook met een kritische blik richting de rijksoverheden voor uitvoerbaar milieubeleid. In Twente zullen we verder met elkaar in gesprek gaan op welke manier we in Twente vorm kunnen geven aan het interbestuurlijk programma dat er inmiddels ligt. Dit VTH-beleid is een eerste stap in de richting en zal zich blijven door ontwikkelen gezien alle opgaven die er liggen. Interbestuurlijk programma Het versterken van het VTH-stelsel wordt de komende jaren verder vormgegeven in het interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel. In dit programma krijgen genoemde onderzoeken en het uitvoeringsprogramma een plek. Er is voor de zomer 2022 een kamerbrief verstuurd met het programmaplan van het interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel voor milieu (IBP). Met het IBP werken partijen primair aan het realiseren van een schonere, gezondere en veiligere leefomgeving voor alle burgers in Nederland. Milieucriminaliteit zal hierdoor steviger kunnen worden aangepakt. Consequente en stevige handhaving werkt preventief, verkleint milieurisico’s en voorkomt potentieel hoge saneringskosten en boetes. De vermijdbare milieuschade moet zoveel mogelijk omlaag. Het IBP kent zes pijlers waarin alle aanbevelingen van de commissie Van Aartsen worden opgepakt, met uitzondering van aanbeveling 4 over het basistakenpakket. De opvolging van deze aanbeveling is al buiten het IBP in gang gezet. In het programmaplan IBP zijn per pijler de programmadoelen uitgewerkt, inclusief de planning. De zes pijlers zijn: Robuuste omgevingsdiensten en financiering; Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging; Informatievoorziening VTH; Kennisinfrastructuur en arbeidsmarkt; Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving; Monitoring kwaliteit milieutoezicht. Transitieopgave van de Omgevingswet Het huidige Omgevingsrecht is verbrokkeld en verdeeld over vele tientallen wetten, besluiten (AMvB’s) en ministeriële regelingen. Er zijn aparte wetten voor ruimtelijke ordening, bouwen, verschillende milieuthema’s (geluid, lucht, geur, bodem etc.), externe veiligheid, water, mijnbouw, monumentenzorg, natuur, landschap en ecologie infrastructuur. Deze verbrokkeling leidt tot afstemmings- en coördinatieproblemen, en verminderde kenbaarheid en bruikbaarheid voor alle gebruikers. De Omgevingswet is nodig om te komen tot één afgestemd instrumentarium voor de integrale aanpak van nieuwe initiatieven en de duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Om dit voor elkaar te krijgen zijn vier verbeterdoelen benoemd: Het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht; Het bewerkstelligen van een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving; Het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte door een actieve en flexibele aanpak mogelijk te maken voor het bereiken van doelen voor de fysieke leefomgeving; Het versnellen en verbeteren van besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet vraagt naast inhoudelijke kennis ook vaardigheden om op een goede manier invulling te geven aan de instrumenten. Het gaat om een andere houding en gedrag. De Omgevingswet vraagt om integraal denken en handelen, meer samenwerking binnen en tussen organisaties, meer meedenken met initiatiefnemers en uiteraard de omgeving waar het initiatief plaatsvindt. Dit sluit aan bij de dienstverleningsprincipes onder de Omgevingswet. Het gaat straks van: Een “nee tenzij” naar “ja mits” benadering; Sectorale naar integrale afwegingen; Intern naar extern gericht werken; Vasthouden aan regels naar loslaten; Van wantrouwen naar vertrouwen; Omgevingsvergunningen naar algemene normen; Toetsing vooraf naar toetsing achteraf; Het vooropstellen van een activiteit boven een norm. Gemeenten en provincie zijn bevoegd gezag om een omgevingsvisie en omgevingsplan op te stellen. Ook zullen bevoegd gezagen aan moeten geven hoe ze met participatie willen omgaan. De (beleids)keuzes die hierin worden gemaakt hebben invloed op de uitvoering. Het is van belang dat hierover afstemming plaatsvindt door de bevoegd gezagen in Twente. De verwachting is dat het vooroverleg en de handhaving onder de Omgevingswet een belangrijkere positie gaat bekleden dan onder het huidige recht. Het nieuwe stelsel beoogt minder vergunningen, meer zorgplichten en meer algemene regels. Dit leidt ertoe dat waar voorheen vooraf werd getoetst, de meeste toetsingen in het nieuwe stelsel achteraf gaan plaatsvinden of waarbij aan de voorkant wordt geadviseerd over plannen. Het gevolg zou kunnen zijn dat een verschuiving zal plaatsvinden van vergunningen naar advies aan de voorkant en handhaving. Dit Twentse VTH-beleid is opgesteld, rekening houdende met de uitgangspunten van de Omgevingswet. Nationaal milieukader Het nationaal milieukader is opgesteld door Ministerie van IenW. Het doel is aan de hand van vier bouwstenen de noodzakelijke milieu- en gezondheidswinst te boeken en waar nodig de koers te verleggen om te zorgen dat Nederland zich kan blijven ontwikkelen. De hoofdlijn is dat er steeds meer aandacht moet komen voor voorkomen van milieuverliezen en milieuschade. De vier bouwstenen zijn: voorkomen van milieuverliezen; beheersen van risico’s van afwenteling; voortdurende stapsgewijze verbetering; verbinding en samenwerking. Dit is een eerste stap naar het bedenken van concrete maatregelen. Er volgt een nationaal milieuprogramma waarin uiteindelijk de acties worden benoemd om te komen tot minder milieuschade, minder grondstoffen gebruik, meer gezondheidswinst en meer stimulans naar ontwikkeling van een circulaire economie. Ondermijning Criminelen maken gebruik van diensten van de bovenwereld. Boven- en onderwereld raken zo met elkaar verweven. Criminelen beïnvloeden zo onze samenleving. Normen raken vervaagd en het gevoel van veiligheid en leefbaarheid neemt af. Dit heet ook wel ondermijning. Oog voor ondermijning maakt inmiddels deel uit van onze werkzaamheden. Waar voorheen vooral uitsluitend dienstverlenend werd gekeken of initiatieven uit de maatschappij wel of niet volgens de wensen en/of regels gerealiseerd konden worden, ontstaat nu een meer kritische blik naar criminele indicatoren bij nieuwe initiatieven. Ondermijning staat hoog op de bestuurlijke en politieke agenda. Landelijk is er een toekomstige agenda ondermijning opgesteld. In Twente is dit gekozen als één van de ambitieonderwerpen. Ondermijning is gemeentegrens-overschrijdend. We zijn daarnaast een internationale grensregio waarbij in- en uitvoer een belangrijke rol speelt. Een manier om ondermijning tegen te gaan is om de Bibobtoets uit te voeren in het VTH-proces. In Twente hebben partners Bibob-beleid voor risicovolle milieubranches. De grondslag hiervoor is de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (wet Bibob). In dit beleid gaat het om de rol van de omgevingsdienst om gezamenlijk uitvoering te geven aan het Bibob-beleid. Belangrijk is de actieve uitvoering van het Bibob-beleid door bevoegde gezagen (tegen ondermijning en het waterbed-effect). De omgevingsdienst heeft een signaleringsfunctie en maakt onderdeel uit van integrale acties. Gezamenlijk optrekken is essentieel. Wijziging van de wet Bibob maakt informatiedeling tussen ketenpartners meer mogelijk. Het is belangrijk dat het OM het Bibob-register up to date houdt en de overtreder ook gaat vervolgen, dan worden antecedenten voor de Bibob-toets gegenereerd. Nieuwe technologie en digitalisering De techniek staat niet stil. Gesproken wordt over de vierde industriële revolutie. Het gaat dan bijvoorbeeld om het gebruik van nieuwe technologie en systemen. Daarnaast wordt digitaal werken steeds belangrijker; evenals digitaal dossieropbouw, digitale uitwisseling van dossiers, archivering en thuiswerken. Dit zorgt voor kwetsbaarheid en afhankelijkheid van systemen. De continuïteit van veel systemen is niet altijd vanzelfsprekend, bijvoorbeeld wanneer er geen internetverbinding is. Nieuwe technologie De markt is zich steeds aan het ontwikkelen en komt met nieuwe technologieën. Zo ontdekken organisaties nuttige toepassingen om met drones inzichten te verkrijgen. Veiligheidsregio Twente heeft hiermee een experiment gedaan. Daarnaast gaat het bijvoorbeeld ook om nieuwe materialen en technieken die worden toegepast bij bedrijven. Systemen Nieuwe apparaten worden gekoppeld aan een systeem, waarbij vervolgens verschillende systemen worden gekoppeld om data te verzamelen en te gebruiken. Deze ontwikkelingen leiden tot nieuwe gevaren, maar kunnen onze veiligheid ook vergroten. Kwetsbaarheid digitale systemen Vanwege de afhankelijkheid van digitale systemen en informatie vinden er steeds meer cyberincidenten plaats. Ook in Twente zijn cyberaanvallen geweest. Specialistische kennis van ICT is noodzakelijk voor oplossingen. We moeten dan ook veerkrachtig zijn, kunnen samenwerken met ‘nieuwe’ partners en we hebben meer specialistische kennis nodig.

Rechtspraak bij dit artikel