De landelijke kencijfers van CROW zijn integraal van toepassing voor de gemeente Voorne aan Zee. Er is geen aanpassing noodzakelijk ten aanzien van het autobezit per huishouden of aanwezigheid van hoogwaardig openbaar vervoer (geen treinstation). In bijlage 2 zijn de parkeernormen voor auto’s per verstedelijkingsgraad, per stedelijke zone naar functie opgenomen. Deze parkeernormen zijn gelijk aan de CROW-parkeernormen, opgenomen in publicatie 381: Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, uitgave december 2018.
Functie Wonen
Voor de woontypen die als ‘duur’, ‘midden’ en ‘goedkoop’ zijn opgenomen zijn aangevuld met de daarmee samenhangende woonoppervlakte. Een duur appartement heeft doorgaans een groter woonoppervlakte dan een goedkoop appartement. De aangehouden grenzen zijn 60 m2 en 90 m2.
Tot 60 m2 zijn goedkoop, tussen 60 en 90 m2 zijn midden en groter dan 90 m2 zijn duurdere appartementen.
Bij woningen met een eigen oprit of garage(box) geldt dat deze niet voor 100% meetellen om te voorzien in de parkeereis. Daartoe is in paragraaf 3.3.3 een berekeningsaantal opgenomen die toegepast dient te worden (zie Tabel 6).
Overige functies
Bij de navolgende eenheden wordt de term bvo (Bruto Vloer Oppervlakte) gehanteerd. Dit betreft de vloeroppervlakte van een vastgoedobject, gemeten langs de buitenomtrek van de buitenste scheidingsconstructie die de ruimte omhult. Hierin wordt ook de oppervlakte van een trapgat, lift-schacht en leidingschacht meegerekend. De oppervlakte van buitenruimtes zoals een loggia, balkon, open galerij of dakterras wordt niet tot de bvo van een gebouw gerekend, tenzij deze nadrukkelijk deel uitmaakt van de hoofdfunctie en daarbij leidt tot een toename van de parkeervraag (zoals een (dak)terras van een restaurant waar ook tafels staan).
Aanvulling voor Basisonderwijs en kinderdagverblijf
De parkeernormen voor basisonderwijs en kinderdagverblijf zijn alleen voor personeel en daarmee exclusief de parkeerbehoefte voor het halen en brengen van kinderen, wat doorgaans de grootste parkeerdruk met zich meebrengt. Voor de berekening van deze parkeerbehoefte voor deze functies is een specifieke uitwerking nodig, waarbij rekening wordt gehouden met het aantal leerlingen per groep, het percentage leerlingen dat met de auto komt, de parkeerduur en het aantal kinderen per auto. Het aantal benodigde parkeerplaatsen voor het halen en brengen van kinderen is als volgt te bepalen:
xx leerlingen * % halen/brengen per auto * reductiefactor parkeerduur * reductiefactor aantal kinderen per auto
Hierbij zijn de volgende percentages en reductiefactoren van toepassing:
Tabel 3 – Factoren voor berekening benodigde parkeerplaatsen bij scholen t.b.v. halen-brengen [bron: CROW]
Het berekende aantal parkeerplaatsen komt bovenop de parkeereis die uit de parkeerbalans volgt (zie § 3.3.3) zodat een goede doorstroming en (verkeers)veiligheid wordt gewaarborgd.
Mogelijk dat de gemiddelde afstand naar school nog een factor van belang is. Bij bijvoorbeeld een school met een regionaal bereik komen veel meer leerlingen met de auto dan bij een school die vooral kinderen uit de omliggende wijken trekt. Ook zijn er diverse scholen waarbij vervoer met taxi’s of bussen geregeld is, wat ook een ander autogebruik tot gevolg heeft.
Het berekende aantal via bovenstaande formule is een goede indicatie, doch geen ‘absoluut’ getal. Het toepassen van gemiddelde percentages en reductiefactoren geeft slechts een indicatie van de parkeerbehoefte voor het halen en brengen. Omdat in de praktijk veel verschillende schoolsituaties voorkomen, moet er altijd maatwerk per school worden toegepast.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3
Artikel 3.3.1
Parkeerkencijfers auto
Onderdeel van Nota parkeernormen gemeente Voorne aan Zee