Op basis van de omvang van de ontwikkeling met nieuwe functie(s) en vervallen functie(s) en de parkeerkencijfers per functie naar ligging/ gebiedstype, wordt de gemiddelde norm gehanteerd om de parkeervraag te berekenen. In bijlage 2 zijn de minimale en maximale normen gegeven. Het gemiddelde hiervan is uitgangspunt voor de berekening.
Voorbeeld parkeervraag auto:
Nieuwbouw van 50 koopappartementen (60-90 m2). Verder omvat de bouwontwikkeling een kantoor met een omvang van 1000 m2 met baliefunctie met twee balies. De verstedelijkingsgraad is ‘matig stedelijk’ en de stedelijke zone is ‘rest bebouwde kom’. We gaan uit van het gemiddelde van de minimale en de maximale parkeernorm voor auto (zie bijlage 2).
De parkeervraag voor de koopappartementen is 1,8 per woning (gemiddelde van 1,4 en 2,2) waarvan 0,3 voor bezoekers. Totaal geeft dit 50 x 1,8 = 90,0 parkeerplaatsen waarvan 75 voor bewoners en 15 voor bezoekers.
De parkeernorm voor het kantoorpersoneel is 2,85 per 100 m2 bvo (gemiddelde van 2,6 en 3,1) waarvan 20% voor bezoekers. Voor het kantoor is totaal 1000/100 x 2,85 = 28,5 parkeerplaatsen nodig, waarvan 22,8 voor personeel en 5,7 voor bezoekers.
De totale parkeervraag auto voor de bouwontwikkeling is 118,5 parkeerplaatsen. Dit is afgerond naar boven 119 parkeerplaatsen. Door dubbelgebruik kan dit aantal daadwerkelijk te realiseren parkeerplaatsen lager zijn (zie daarvoor § 3.3.3).
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3
Artikel 3.3.2
Gemiddelde parkeernorm
Onderdeel van Nota parkeernormen gemeente Voorne aan Zee