Het college stelt jaarlijks de hoogte vast van de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten voor elk te verstrekken persoonsgebonden budget begeleid werken voor het daarop volgende kalenderjaar. De hoogte dient zodanig te zijn dat hiermee de voor de gemeente aan de uitvoering verbonden kosten worden gedekt, inclusief de kosten van het loonwaardeonderzoek bedoeld in artikel 6.
Artikel 2.