1.. De voorzitter, de leden van de raad, de wethouders en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter, na overleg met het fractievoorzittersoverleg, bij aanvang van iedere zittingsperiode aangewezen.

2.. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg met het fractievoorzittersoverleg.