In de acquisitiefase staat de match tussen vraag en aanbod centraal. De vraag naar huisvesting hangt samen met de te realiseren beleidsdoelstellingen en wordt geformuleerd door de beleidsafdelingen. Een voorbeeld hiervan is het Integraal Huisvestingsplan voor de onderwijshuisvesting maar ook uit sectoraal beleid op het brede gebied van welzijn en cultuur kan de behoefte aan aanvullende huisvesting voortvloeien. Deze vraag naar huisvesting wordt vervolgens getoetst aan de criteria van de kernportefeuille. Als die toets leidt tot de conclusie dat de gemeente in de huisvestingsvraag wenst te voorzien, vindt vervolgens de afweging plaats op welke wijze dit het meest efficiënt en effectief kan gebeuren. In die afweging wordt niet alleen rekening gehouden met ‘harde’ cijfers maar ook met aspecten als multifunctioneel gebruik, circulariteit, maatschappelijk rendement en risicobeheersing. Bovendien geldt een ladder van scenario’s die wordt doorlopen overeenkomstig onderstaande beslisboom: .
Afbeelding: Beoordeling huisvestingsvraag (bron: Metafoor Vastgoed).
Uitgangspunt 3: Als extra vastgoed benodigd is om te voorzien in een huisvestingsbehoefte wordt een ladder van scenario’s doorlopen. Naast benutting van bestaand vastgoed is huur van ruimte een mogelijkheid. Aankoop of nieuwbouw van vastgoed is alleen te overwegen indien sprake is van een evident maatschappelijk belang waarbij de markt niet in de huisvestingsvraag kan voorzien en er geen gebruik kan worden gemaakt van bestaand vastgoed (nee, tenzij).