Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.3

Dispositiefase

Onderdeel van Nota Vastgoedbeleid 2023

Bij een object dat leegkomt wordt beoordeeld of het object in huidige of aangepaste vorm kan worden ingezet voor het realiseren van beleidsdoelstellingen. Daarbij wordt gekeken naar de huisvestingsvraag, de behoeften van de specifieke plek en de mogelijkheden van het object. Er zijn dan verschillende opties: Nieuwe huurder binnen hetzelfde beleidsveld in hetzelfde pand; Nieuwe huurder vanuit een ander beleidsveld in hetzelfde pand; Aanpassing van het pand om opties voor nieuwe huurder(s) mogelijk te maken; Aanhouden om in te kunnen spelen op opkomende huisvestingsbehoeften in de nabije toekomst. Deze analyse kan leiden tot de slotsom dat het object niet kan bijdragen, ook niet in gewijzigde vorm, aan het realiseren van beleidsdoelstellingen. Het object past dan niet meer in de kernportefeuille en kan worden afgestoten (of gesloopt in bijzondere situaties). Verkoop van vastgoed vindt transparant plaats en tegen marktconforme condities (zie ook hoofdstuk 3), ook indien het verkoop betreft aan maatschappelijke organisaties, burgerinitiatieven of buurtgroepen. In het selectieproces bij verkoop kan echter naast de hoogste prijs ook de afweging worden gemaakt om relevantie toe te kennen aan andere dan financiële aspecten. Daarbij kan gedacht worden aan een specifieke programmatische invulling, stedenbouwkundige voorwaarden of participatieaspecten. Dit afwegingskader is vooraf inzichtelijk voor belangstellende partijen. Beeldbepalend bezit uit de gemeentelijke portefeuille, waaronder bijvoorbeeld kerktorens, zijn niet uitgezonderd van het uitgangspunt dat objecten die niet tot de kernportefeuille behoren in beginsel worden afgestoten. Het eigendom van deze objecten draagt immers niet bij aan het realiseren van gemeentelijke doelstellingen. Als dergelijke objecten worden verkocht worden wel afspraken gemaakt en geborgd over het behoud van de cultuurhistorische waarde, de bouwkundige instandhouding en de beleefbaarheid. Hiertoe worden in de koopovereenkomst kwalitatieve verplichtingen met een kettingbeding opgenomen, en ook een aanbiedingsplicht aan de gemeente bij voorgenomen doorverkoop. Uitgangspunt 5: Objecten die niet tot de kernportefeuille behoren kunnen worden afgestoten. Bij het afstoten van beeldbepalend bezit worden voorwaarden opgenomen om de instandhouding van de erfgoedwaarde te borgen.

Rechtspraak bij dit artikel