Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.4

Verduurzaming

Onderdeel van Nota Vastgoedbeleid 2023

Onderhoud en verduurzaming van de vastgoedportefeuille hangen nauw samen. De eigenaar van vastgoed is verantwoordelijk voor duurzame, veilige en gezonde gebouwen voor gebruikers en omgeving. Om concrete richting te kunnen geven aan de beoogde verduurzaming van de gemeentelijke vastgoedportefeuille is het nodig om beleidsmatige keuzes te maken voor de korte en lange termijn. De gemeente zal als eigenaar op hoofdlijnen een duurzaamheidsambitie voor de vastgoedportefeuille moeten formuleren. Bij verduurzaming van vastgoed wordt vaak de nadruk gelegd op energie, CO2-reductie, aardgasloos en circulariteit. Een verbreding is echter nuttig en noodzakelijk. Daarbij worden meerdere invalshoeken onderscheiden: energietransitie, materialentransitie, gezondheidstransitie en natuur- en klimaattransitie. Sturing op de samenhang tussen deze invalshoeken en een balans tussen waarden, kwaliteit/functionaliteit, risico’s en kosten is het devies. De raad van de gemeente Medemblik heeft naast de wettelijke verplichtingen ook gemeentelijke ambities vastgesteld en omschreven in de programmabegroting 2023. Als centraal uitgangspunt is geformuleerd dat al het gemeentelijke vastgoed in 2050 energieneutraal is. Daarbij gelden de volgende kaders: Verduurzaming van het gemeentelijke vastgoed vindt op natuurlijke momenten plaats, in combinatie met geplande vervangingen, onderhoud en renovaties; De investering verdient zich binnen de afschrijftermijn terug. Als dit niet het geval is wordt een integrale afweging gemaakt tussen verschillende maatregelen; Het rijk gaat uit van aardgasvrije wijken in 2050. Medemblik hanteert voor het gemeentelijke vastgoed de Transitievisie Warmte die in 2020 is vastgesteld. Routekaart verduurzaming maatschappelijk en gemeentelijk vastgoed Het hiervoor beschreven wettelijke en gemeentelijke duurzaamheidsbeleid maakt duidelijk dat er een stevige en integrale opgave ligt voor de gemeente Medemblik. Verduurzaming is niet vrijblijvend. Om gemeenten te ondersteunen is vanuit de VNG de methodiek van de sectorale routekaart ontwikkeld. Vanuit deze sectorale routekaarten (voor maatschappelijk gemeentelijk vastgoed, onderwijs, sport, monumenten) wordt gemeenten gevraagd om een eigen routekaart op stellen inclusief een uitvoeringsplan voor vier jaar, dat vervolgens elke vier jaar wordt herzien. In de routekaart(en) en uitvoeringsplan(nen) worden nul-status, ambitieniveau, strategie, organisatie, financiën en techniek concreet gemaakt. Daarbij wordt samenhang gezocht met de verschillenden strategieën voor vastgoed (zoals investeren, consolideren en desinvesteren/afstoten) zodat onderbouwde keuzes worden gemaakt ten aanzien van de te kiezen duurzaamheidsniveaus. De verduurzaming van de gemeentelijke vastgoedportefeuille vraagt om substantiële investeringen, die voor een deel rendabel zijn (terugverdieneffect) maar soms ook onrendabel. Voor de financiering van verduurzaming en de dekking van investeringen is een mix van instrumenten nodig. Daarbij kan onder meer gedacht worden aan de gecombineerde inzet van bestaande budgetten, de inzet van subsidies, de opzet van een revolverend fonds, en het doorbelasten van investeringen in een hogere kostprijsdekkende huur (met split incentive waarbij de huurder bespaart op energielasten). Deze financiële keuzes maken integraal onderdeel uit van de besluitvorming over de op te stellen eigen routekaart met uitvoerings- en implementatieplan. Als bijlage 4 is een procesmatige aanzet opgenomen voor de gemeentelijke routekaart. Uitgangspunt 14: De gemeentelijke ambities voor de verduurzaming van het vastgoed worden uitgewerkt in een routekaart die in 2024 wordt vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel