Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3

Artikel 3.7.1

Lokaal inrichtingsplan

Onderdeel van ENERGIETUINEN VOERENDAAL Een beoordelingskader voor de ontwikkeling van energietuinen in Voerendaal

Voor het thema landschappelijke inrichting dient een initiatiefnemer een landschappelijk inrichtingsplan in te dienen. Dit plan moet ondersteund worden door het landschappelijk beheerplan. De basis voor de kwaliteit van dit plan is natuurinclusiviteit en natuurinclusief bouwen (natuurinclusief bouwen is een vorm van duurzaam bouwen waarbij zodanig gebouwd en ingericht wordt dat een bouwwerk bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden) (vii). En om de kwaliteit van dit plan te garanderen dient een natuurinclusieve certificering voorgelegd te worden. Het landschappelijke inrichtingsplan dient antwoord te geven op de volgende kernvragen: •. Worden de bestaande landschappelijke structuren en landschapselementen behouden en versterkt? •. Zorgt de inrichting voor de gewenste visuele verandering of minimalisering van de visuele impact? •. Is er sprake van een maximaal gebruik van meekoppelkansen en meervoudig ruimtegebruik? •. Zijn de gebruikte objecten van duurzame aard?

Rechtspraak bij dit artikel