Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3

Artikel 3.7

Locatie: inpassing en verbetering kwaliteit

Onderdeel van ENERGIETUINEN VOERENDAAL Een beoordelingskader voor de ontwikkeling van energietuinen in Voerendaal

Een goede ruimtelijke inpassing heeft te maken met de wijze waarop een Energietuin ruimtelijk logisch aansluiting vindt bij de bestaande kenmerken van de locatie zelf en van de directe omgeving. Dit vraagt telkens om andere oplossingen en een voor die locatie passend plan. Iedere locatie heeft daarbij zijn eigen verhaal en kenmerken zoals bebouwingsstructuren, verkavelingspatronen en landschapselementen. Het bestaande landschap wordt getransformeerd. Een transformatie die niet alleen van nu is, maar al eeuwen bestaat. Een transformatie die het landschap zo gevormd heeft als dit nu is (vi). Zowel voor kleine als grootschalige Energietuinen moet het landschap leidend zijn voor de inrichting en vormgeving. Hiervoor zijn op verschillende schaalniveaus ontwerpprincipes en –eisen voor een landschappelijke inpassing. Te weten, het landschap, de kavel en het object. Nieuwe ingrepen mogen het landschap wel veranderen maar niet overheersen omdat andere belangen zoals toerisme, leefbaarheid, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit een belangrijke rol moeten blijven spelen. Daarnaast moet een ontwerp gericht zijn op verbetering van de bestaande kwaliteit van de locatie. Door bijvoorbeeld meervoudig ruimtegebruik en koppelkansen mee te nemen in het ontwerp krijgt het initiatief een meerwaarde voor de locatie en de omgeving.

Rechtspraak bij dit artikel