Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 5

Artikel 5:

Detaillering Lokaal eigenaarschap

Onderdeel van ENERGIETUINEN VOERENDAAL Een beoordelingskader voor de ontwikkeling van energietuinen in Voerendaal

Wat zegt het Klimaatakkoord? Om de projecten voor de bouw en exploitatie van hernieuwbaar op land in de energietransitie te laten slagen, gaan in gebieden met mogelijkheden en ambities voor hernieuwbare opwekking, partijen gelijkwaardig samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie. Dit vertaalt zich in evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied waarbij gestreefd wordt naar 50% eigendom van de productie van de lokale omgeving (bewoners en bedrijven). Investeren in een zon –en/of windproject is ondernemerschap. Dat vergt ook mee-investeren en risico lopen. Het streven voor de eigendomsverhouding is een algemeen streven voor 2030. Er is lokaal ruimte om hier vanwege lokale project-gerelateerde redenen van af te wijken. Hierbij wordt ook in acht genomen de bijzondere positie van de waterschappen, die zowel lokale ontwikkelaar zijn als decentrale overheid met een verduurzamingsopgave van hun eigen bedrijfsprocessen. In bovenstaande, overgenomen uit Klimaatakkoord, staat abstract weergegeven wat wordt verstaan onder het streven naar 50% lokaal eigendom van energieopwekking. Hierna geven we een beeld hoe wij als gemeente aankijken tegen 50% lokaal eigendom. Wat is 50% lokaal eigendom? •. De omgeving van nieuwe zonprojecten moet de mogelijkheid krijgen om mede-eigenaar te worden van deze projecten; waarbij gestreefd wordt naar 50% lokaal eigendom. •. 50% lokaal eigendom is opgenomen in het Klimaatakkoord als streven, niet als verplichting. •. 50% lokaal eigendom in het Klimaatakkoord is specifiek bedoeld voor grootschalige zonneprojecten op land •. Het gaat om een streven naar 50% lokaal eigendom op projectniveau, zoals voor een gebied dat voortkomt uit de Regionale Energiestrategie. In de praktijk kan het om lokale redenen anders ingevuld worden; uiteindelijk gaat het om een landelijk, gemiddeld streven. •. (Mede-)eigendom betekent niet alleen financieel eigendom, maar ook zeggenschap over het project én over de besteding van de baten. •. (Mede-)eigendom betekent ook zelf investeren en ondernemen. Daar hoort risico nemen bij. •. Een gemeente of provincie en het rijk kan vanuit beleidsdoelstellingen ook ondersteunen om dat risico te verminderen. Zoals met het Ontwikkelfonds voor coöperaties dat is opgezet door Energie Samen en Provincie Limburg. •. Het klimaatakkoord hanteert het motto ‘iedereen kan meedoen’. Mede-eigenaar worden kan op verschillende manieren; privaat – als omwonende, bedrijf of andere organisatie uit de omgeving – of collectief – bijvoorbeeld met een energiecoöperatie. Door het lokaal eigenaarschap op een collectieve manier te organiseren, wordt het eigenaarschap voor iedereen van de omgeving toegankelijk. Bewoners en bedrijven kunnen participeren, meebeslissen en mede-eigenaar worden. Waarom is 50% lokaal eigendom belangrijk? •. Lokaal eigendom is een belangrijk middel om draagvlak voor de energietransitie te versterken, want hiermee blijven de baten van een project in de regio en profiteert de omgeving ervan. •. Een ander voordeel van een lokale partij als (mede)ontwikkelaar is dat deze de omgeving en de mensen rondom het project kent, en andersom. •. Met de lokale omgeving als mede-eigenaar en dus mede-ontwikkelaar, worden de beste voorwaarden geschapen voor een gelijkwaardige, open en transparante samenwerking met andere partijen. •. 50% lokaal eigendom is een einddoel van een open en transparant proces. Dit is belangrijk, omdat acceptatie valt of staat met het proces tijdens de ontwikkeling van een project en het vertrouwen dat de lokale omgeving heeft in dit proces. •. Wanneer de omgeving eigenaar is van het resultaat, is ze ook eigenaar van de ontwikkeling ervan. voor meer info wordt verwezen naar de participatie coalitie (xvii). Hoe vertalen en nemen we dit in ons beoordelings- en toetsingskader We onderscheiden drie participatievormen: Vorm Kenmerken Randvoorwaarden Achtergestelde obligatielening participant sluit risicodragende, achtergestelde lening af. veelal voor de duur van 15 jaar lager rendement dan bij aandeelhouderschap, daarentegen ook lager risico zeggenschap is er niet of nihil obligaties zijn gekoppeld aan exploitatiefase, ontwikkelrisico’s zijn dan afgedekt instapmoment is veelal bij start exploitatiefase kan lopen via de lokale coöperatie, maar ook via crowdfundingplatform o.i.d. i.g.v. de coöperatie, stapt deze in ieder geval in bij aanvang exploitatiefase participatie-overeenkomst betrokken ontwikkelende en collectief participerende partijen Aandeelhouderschap participant (lees: coöperatie) wordt mede-eigenaar en mede-ontwikkelaar van de zonneweide participant (lees: coöperatie) stapt vroegtijdig in en loopt naar rato aandeel risico er is naar rato aandeelhouderschap ook sprake van zeggenschap participant maakt kans op hoger rendement i.v.m. optie 1 dit loopt via een lokale coöperatie participatie-overeenkomst betrokken ontwikkelende en collectief participerende partijen Wel zeggenschap, geen eigenaarschap Financiering en eigendom van installatie ligt bij initiërende en exploiterende partij Coöperatie of andere partij brengt grondpositie en/of ontwikkelrecht in Coöperatie of andere partij ontvangt fee of bonusregeling en leggen dit vooraf vast in een overeenkomst en/of stappen samen in een exploitatie-BV Coöperatie heeft zeggenschap over grond en/of ontwikkelrecht Dit wordt vastgelegd in een overeenkomst en entiteit Nota Bene: •. Optie 1, is een veel gehanteerde participatievorm en feitelijk een bancair product. Er is sprake van een financiële participatie met een looptijd van 15 jaar met een rendement (meer of minder risicovol, afhankelijk van het product). Elke ontwikkelende partij kan dit aanbieden via de lokale coöperatie of via een crowdfundingplatform. Dit wil niet zeggen dat er ook sprake is van zeggenschap. Het geniet sterk de voorkeur om ook 50% zeggenschap te eisen. •. Optie 2, actief aandeelhouderschap is vanuit Klimaatakkoord de ultieme participatievorm en kan ontstaan in geval de coöperatie vanaf scratch risicovol gaat mee ontwikkelen. Richting de leden kan in de aanloopfase een risicovolle lening worden uitgezet of op een andere wijze kapitaal worden verworven. Vanaf moment van exploitatie kan een achtergestelde obligatielening worden aangeboden. Dit is een vrij gangbare werkwijze in ontwikkelland en kan een goede invulling zijn van het streven naar 50% lokaal eigenaarschap, in de vorm van financieel eigenaarschap en dito zeggenschap. •. Optie 3 is minder gangbaar, waarbij de (commerciële) partij financiert en exploiteert. Deze optie is een alternatief op het moment dat financiering vanuit een coöperatie niet of nauwelijks van de grond komt. Banken staan, voor projecten tot 3 miljoen, niet echt open voor financiering. Ook gestegen rentes maken coöperatieve financiering moelijker. Via deze vorm is het toch mogelijk om de coöperatie te verbinden aan een project. Van belang is dat er iets is om in te brengen: grondpositie, omgevingsmanagement, ontwikkelrecht of iets dergelijk op basis waarvan 50% zeggenschap in de exploitatie-entiteit ‘opgeëist’ kan worden. Partijen kunnen afspreken dat de commerciële partij een ontwikkelfee uitkeert en/of een winstuitkering doet uit de exploitatie die vrij besteedbaar is voor de coöperatie.

Rechtspraak bij dit artikel